Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/6.3.4.b.i
6.3.4.b.i Uitgangspunt en uitzonderingen
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS469944:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Ulmer 1973, p. 503; Ulmer 1974 (Folgerecht), p. 599; Khadjavi-Goutard 1977, p. 88-89. Vgl. ook Walter 1973, p. 111; Katzenberger 1970, p. 64 e.v.; Katzenberger 1983, p. 158; considerans onder 4 van de Richtlijn 2001/84/EG.
In dit verband kan nog worden opgemerkt dat de locus protectionis het land is waar de verkooptransactie van het origineel plaatsvindt, nu de verkooptransactie het rechtsfeit is dat de aanspraak op de volgrechtvergoeding (de volgrecht-bescherming) meebrengt, zie art. 14ter lid 1 en Kamerstukken 12005/06, 29 912, nr. B, p. 6. Zie ook BGH 16 juni 1994, GRUR Int. 1994, p. 1044-1046 (Folgerecht bei Auslandsbezug), waarin werd geoordeeld dat pas sprake kan zijn van een volrecht-aanspraak naar Duits recht indien de verkooptransactie tenminste gedeeltelijk in Duitsland heeft plaatsgevonden. Vgl. ook Siehr 1992; Braun 1995.
Onder de vigeur van de pre-Brusselse versies van de Berner Conventie was nog niet uitgekristalliseerd of het volgrecht als een bestanddeel van het auteursrecht moest worden beschouwd; zie ook par. 7.2.3. Zie ook Ulmer 1974 (Folgerecht), p. 598-599; Khadjavi-Goutard 1977, p. 88-89. Anders: Ladas 1938, p. 267 e.v.; Walter 1973, p. 113-114.
De Nederlandse vertaling luidt als volgt: 'De in het voorgaande lid voorziene bescherming kan in ieder land van de Unie slechts worden ingeroepen, indien de nationale wetgeving van de auteur deze bescherming erkent, en in de mate waarin de wetgeving van het land, waar deze bescherming wordt ingeroepen, het toelaat?'
De vrijheid van de nationale wetgever heeft alleen betrekking op de materiële regels met betrekking tot het volgrecht, niet op eventuele nationale vreemdelingenrechtelijke regels terzake. Dat laatste zou immers betekenen dat de Unielanden naar eigen goeddunken auteurs uit (Unie)landen die het volgrecht erkennen, de bescherming geheel of gedeeltelijk zouden kunnen onthouden op grond van eigen vreemdelingenrechtelijke voorschriften. Deze opvatting is eertijds wel door enkele Duitse auteurs verdedigd (Baum 1949, p. 37; Bappert & Wagner 1956, p. 151), maar werd terecht verworpen door het Bundesgerichtshof, zie BGH 23 juni 1978, GRUR Int. 1978, p. 470 (Jeannot). Zo ook Walter 1973, p. 118 e.v.; Ulmer 1974 (Folgerecht), p. 600; Nordemann, Vinck & Hertin 1977, p. 115 e.v.; Katzenberger 1983, p. 160; Drexl 1990, p. 144-145; Schneider-Brodtmann 1996, p. 116.
Zo ook Actes BC 1948, p. 368 (Discussions et résultats).
Waar het volgrecht geen ius conventionis is, zijn de Unielanden vrij om een andersoortig volgrecht te introduceren, bijvoorbeeld een vervreemdbaar volgrecht. Zo'n volgrecht voldoet niet aan de beschrijving van art. 14ter lid 1. De vraag is dan of zo'n soort volgrecht als een 'recht' in de zin van art. 5 lid 1 moet worden aangemerkt. Die vraag valt buiten het bestek van deze studie. Hoe dan ook, de auteurs van het Unieland dat zo'n andersoortig volgrecht kent, zullen in de andere Unielanden worden geconfronteerd met de hierna te bespreken reciprociteitstoets van art. 14ter lid 2: hun lex auctoris erkent immers niet de in lid 1 beschreven bescherming, te weten het onvervreemdbaar recht op een geldelijk voordeel bij elke verkooptransactie van het werk na de eerste overdracht door de auteur (vgl. Walter 1973, p. 117).
889. Uitgangspunt (lid 1). Uitgangspunt van de regeling van artikel 14ter is de erkenning van het volgrecht; lid 1 geeft in dat verband een beschrijving van het volgrecht. Aldus beslechtten de verdragsopstellers de controverse rond de vraag of het volgrecht een bestanddeel van het auteursrecht is: het volgrecht als beschreven in lid 1 is een bestanddeel van het auteursrecht.1 Bijgevolg is het beginsel van nationale behandeling — dus de daarin besloten liggende lex loci protectionis-conflictregel2 en het non-discriminatiebeginsel — van toepassing op het volgrecht.3
890. Uitzonderingen. In de compromisbepaling in het tweede lid wordt vervolgens in twee opzichten gas teruggenomen. De bepaling is wat ongelukkig geformuleerd en heeft daarom aanleiding gegeven tot verschillende misverstanden. Zij luidt als volgt:
"La protection prévue à l'alinéa ci-dessus n'est exigible dans cheque pays de l'Union que si la législation nationale de l'auteur admet cette protection et dans la mesure oit le permet la législation du pays oit cette protection est réclamée."4
891. Voorbehouden (lid 2-3). In de eerste plaats maakt deze bepaling aldus een voorbehoud voor de nationale wet: de lex loci protectionis is vrij om de mate van de bescherming te bepalen. Hier geldt dus geen conventioneel minimum 5 Blijkens de bijzin "indien de nationale wetgeving van de auteur deze bescherming erkent" is de lex loci protectionis zelfs vrij het volgrecht in het geheel niet te erkennen, zoals Nederland tot voor kort heeft gedaan.6 Dit alles leidt tot de constatering dat het volgrecht geen (echt) ius conventionis is.7 Het volgrecht is weliswaar een recht als bedoeld in artikel 5 lid 1, maar de Unielanden zijn vrij met betrekking tot de erkenning van het recht en de mate van de bescherming (artikel 14ter lid 2), alsook de wijze van inning en de hoogte der bedragen (artikel 14ter lid 3).
892. Materiële-reciprociteitsuitzondering (lid 2). In de tweede plaats bepaalt het tweede lid dat het volgrecht van de lex loci protectionis slechts kan worden ingeroepen, indien de nationale wetgeving van de auteur (de lex auctoris) deze bescherming erkent. Dit is een materiële-reciprociteitsuitzondering. Bezien wij deze uitzondering nader.