Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht
Einde inhoudsopgave
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/5.3.1.4:5.3.1.4 Bonnier Audio
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/5.3.1.4
5.3.1.4 Bonnier Audio
Documentgegevens:
mr. P. Teunissen, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. P. Teunissen
- JCDI
JCDI:ADS955543:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Het ging om een server die de uitwisseling van bestanden en de overdracht van gegevens tussen computers via internet mogelijk maakte (rov. 26).
HvJ EU 19 april 2012, C-461/10, ECLI:EU:C:2012:219 (Bonnier Audio), rov. 26-35.
HvJ EU 19 april 2012, C-461/10, ECLI:EU:C:2012:219 (Bonnier Audio), rov. 58-60.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In Bonnier Audio sprak het Hof zich uit over de verenigbaarheid van een nationale bepaling die een tussenpersoon verplichtte om persoonsgegevens te verstrekken met het oog op civielrechtelijke procedures op grond van auteursrechtinbreuken. De specifieke inbreuk betrof de ongeautoriseerde mededeling aan het publiek van 27 boeken via een FTP-server (file transfer protocol).1 De rechthebbenden wendden zich tot het Zweedse gerecht van eerste aanleg in Solna en vorderden op basis van de genoemde bepaling dat internetprovider ePhone zou worden gelast de naam en het adres te verstrekken van de houder van het IP-adres dat was gebruikt voor de doorgifte.2
Onder verwijzing naar het arrest Promusicae overwoog het Hof dat art. 8 lid 3 Handhavingsrichtlijn zich niet tegen het opleggen van een verplichting tot verstrekking van persoonsgegevens verzet, maar lidstaten daar evenmin toe verplicht. Uit de betrokken nationale regeling volgde dat een bevel tot verstrekking van persoonsgegevens enkel kon worden gegeven als er duidelijke bewijzen van een inbreuk waren overgelegd, de gevraagde gegevens de opsporing van een inbreuk op het auteursrecht konden vergemakkelijken en het belang van de redenen voor dit bevel opwoog tegen de ongemakken of andere nadelen ervan voor degene tot wie het was gericht of enig ander daarmee strijdig belang. Het Hof overwoog dat een dergelijke regeling de rechter in staat stelde om de betrokken belangen af te wegen op basis van de concrete omstandigheden van de zaak en daarbij rekening te houden met de vereisten van het evenredigheidsbeginsel. Het Hof oordeelde dat de regeling aldus een rechtvaardig evenwicht tot stand bracht tussen de bescherming van het intellectuele-eigendomsrecht van de auteursrechthebbenden en de bescherming van de persoonsgegevens van internetabonnees of ‑gebruikers.3