Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/11.6
11.6. De visie van de europese commissie; handhaving door particulier initiatief
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS574056:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
PbEG 1410/61, punt 11. Zie Wils 2005, p. 115.
§ 7.3.1. Zie het antwoord van 10 april 1973 op een schriftelijke vraag (nr. 519/72) van Vredeling, PbEG 1973, C 67/55. Zie Wils 2005, p. 115. Zie voor een overzicht ook de opsomming in voetnoot 112 bij de condusie van de AG Van Gerven van 27 oktober 1993 in HvJ EG 13 april 1994, zaak C-128/92 (Banks), Jur. 1994, p. 1-1209.
§ 7.3.1.
§ 4.5.5.
§ 4.5.6. Witboek, COM/2008/165 def. Zie ook Commission Staff Working Paper accompanying the White Paper on Damages actions for breach of the EC antitrust rules, SEC (2008) 404 en de Impact assessment of the White Paper on EC antitrust damages actions, SEC (2008)405; SEC (2008) 406.
Ten aanzien van de handhaving van het mededingingsrecht ziet de Commissie een belangrijke taak weggelegd voor de handhaving door particulier initiatief (de handhaving door benadeelde particulieren). Reeds in 1961 heeft het Europees Parlement ervoor gepleit dat er speciale regels moeten worden ingevoerd, die het mogelijk zouden maken dat gelaedeerden een vordering tot verkrijging van schadevergoeding in kunnen stellen tegen schenders van het mededingingsrecht.1 De Commissie heeft destijds echter geen bijzondere regels voorgesteld aan de Raad. Sinds 1973 heeft de Commissie met enige regelmaat verdedigd dat de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht, in het bijzonder de vordering tot verkrijging van schadevergoeding, de publiekrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht kan ondersteunen.2 In de considerans nr. 7 bij Verordening 1/2003 staat te lezen dat de nationale rechterlijke instanties bij de toepassing van de communautaire mededingingsregels een wezenlijke taak vervullen. Zij beschermen volgens de considerans de uit het Gemeenschapsrecht voortvloeiende subjectieve rechten door geschillen tussen particulieren te beslechten, met name door aan de slachtoffers van inbreuken schadevergoeding toe te kennen.3
De Commissie ziet de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht tegenwoordig zelfs als volwaardig substituut voor de bestuursrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht. De Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten willen zich primair richten op de bestrijding van de belangrijkste hardcore schendingen van het kartelverbod en de ernstige gevallen van misbruik van een economische machtspositie. De privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht zou moeten zorgen voor de handhaving van alle overige schendingen van het mededingingsrecht.
Om de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht beter te laten werken, heeft de Commissie een Groenboek uitgebracht waarin allerlei ideeën staan om het makkelijker te maken schadevergoeding wegens schending van het mededingingsrecht te krijgen.4 In het in 2008 verschenen Witboek betreffende schadevergoedingsacties wegens schending van de communautaire mededingingsregels is een keuze gemaakt voor bepaalde in het Groenboek voorgestelde opties en zijn die opties nader uitgewerkt.5
De gepresenteerde voorstellen in het Groenboek en het Witboek richten zich louter op schadevergoedingsacties. De privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht beslaat echter een breder terrein dan alleen het instellen van schadevergoedingsacties. Zo valt te denken aan verbods- of gebodsacties waarmee kan worden bereikt dat de mededingingsbeperkende gedragingen worden gestaakt of worden voorkomen (§ 11.3.5). Deze acties zijn naar Nederlands recht mogelijk, maar zeker in de gevallen waarbij het om niet-hardcore restricties gaat en een nader marktonderzoek nodig is (bestaande uit het maken van een marktafbakening en het maken van een vergelijking tussen de marktsituatie voor en na de afspraak), leiden verbods- of gebodsacties niet altijd tot het gewenste resultaat. Een voorlopige voorziening leent zich naar het oordeel van de voorzieningenrechter in kort geding vaak niet voor een ingewikkeld marktonderzoek. Het verdient aanbeveling dat de Commissie de voorstellen betreffende de verbetering van de privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht in een breder perspectief plaatst, zodat de eenzijdige focus op schadevergoedingsvorderingen wordt verruimd.