Het budgetrecht van het Nederlandse parlement
Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/5.2.8:5.2.8 Implementatieverplichting artikel 3 lid 2 Fiscal Compact
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/5.2.8
5.2.8 Implementatieverplichting artikel 3 lid 2 Fiscal Compact
Documentgegevens:
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Volgens Craig houdt een oordeel van het Hof van Justitie EU over de institutionele verankering van de regel in nationale regelgeving tegelijkertijd ook een oordeel in over de substantiële verankering van de regel van begrotingsevenwicht. Craig 2012, p. 237. Anders zie Peers 2012, p. 419 en Cuyvers & Borger 2012, p. 387, noot 133.
Cuyvers & Borger 2012, p. 387.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als laatste sta ik stil bij de vraag of de Wet HOF voldoet aan de procedurele implementatieverplichting uit het Fiscal Compact. Artikel 3 lid 2Fiscal Compact eist dat de regel van begrotingsevenwicht inclusief het correctiemechanisme, zoals neergelegd in artikel 3 lid 1Fiscal Compact, in nationale wetgeving wordt geïmplementeerd. Dit dient te gebeuren ‘middels bindende en permanente, bij voorkeur constitutionele, bepalingen of door andere garanties voor de volledige inachtneming en naleving ervan gedurende de nationale begrotingsprocessen’. Deze implementatieverplichting is tweeledig. Naast de vraag of de regel van begrotingsevenwicht en het correctiemechanisme correct zijn geïmplementeerd in de Wet HOF is het de vraag of de Wet HOF, een wet in formele zin, wel voldoende ‘bindend en permanent’ is.
Dit wordt in laatste instantie beoordeeld door het Hof van Justitie. In artikel 8Fiscal Compact is een handhavingsmechanisme neergelegd om te verzekeren dat de lidstaten de regel van begrotingsevenwicht, inclusief het correctiemechanisme, correct implementeren in nationale wetgeving. Volgens artikel 8 Fiscal Compact stelt de Commissie ‘te gelegener tijd’ een verslag op waarin zij een oordeel geeft of de lidstaat artikel 3 lid 2Fiscal Compact correct heeft nageleefd. Mocht de Commissie tot het oordeel komen dat de lidstaat artikel 3 lid 2 niet heeft nageleefd dan zal een verdragsluitende lidstaat een zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie (artikel 8 lid 1Fiscal Compact). Los van het verslag van de Commissie kan een verdragsluitende lidstaat een zaak aanhangig maken bij het Hof van Justitie als het van mening is dat de betreffende lidstaat de verplichting niet nakomt (artikel 8 lid 2Fiscal Compact).
In de literatuur is overigens de vraag opgeworpen hoe ver de rechtsmacht van het Hof van Justitie reikt in dit kader. Is het Hof van Justitie alleen bevoegd om te oordelen over de procedurele implementatieverplichting, dus over de vraag of de regel van begrotingsevenwicht voldoende ‘bindend en permanent’ is verankerd zodat ‘volledige inachtneming en naleving ervan gedurende de nationale begrotingsprocessen’ is gegarandeerd, of is het Hof van Justitie ook bevoegd te oordelen of de lidstaat zich houdt aan de materiële regel van begrotingsevenwicht?1 Dat het Hof van Justitie ook een inhoudelijk oordeel geeft over de vraag of de begroting van de betreffende lidstaat voldoet aan de regel van begrotingsevenwicht lijkt niet de bedoeling van de verdragspartijen te zijn geweest. Zoals Cuyvers en Borger beargumenteren bepaalt het Hof van Justitie echter uiteindelijk zelf of zij hier een oordeel over geeft, afhankelijk van hoe zij artikel 8Fiscal Compact interpreteert.2
De auteurs sluiten niet uit, mede in het licht van eerdere jurisprudentie van het Hof van Justitie, dat het Hof zich zal uitspreken over de vraag in hoeverre een lidstaat voldoet aan de materiële begrotingsregel. De vraag is echter of het Hof van Justitie zich uiteindelijk wel zou willen buigen over een dergelijk vraagstuk dat de nodige beoordelingsruimte met zich meebrengt en dat bovendien raakt aan nationale bevoegdheden. Mij lijkt die kans zeer klein.
5.2.8.1 Interpretaties van de procedurele implementatieverplichting5.2.8.2 Procedurele implementatieverplichting en de Wet HOF