Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.2.0:2.2.0 Introductie
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.2.0
2.2.0 Introductie
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859173:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Onder het oude recht leidt slechts het ombrengen van de erflater en de poging daartoe tot onwaardigheid.1 Het Ontwerp-Meijers breidt dit uit met medeplichtigheid. De bepaling luidt in 1954 als volgt:
‘hij die veroordeeld is ter zake dat hij de overledene heeft omgebracht, heeft getracht hem om te brengen, of daaraan medeplichtig is geweest’2
Gedurende de parlementaire behandeling is deze onwaardigheidscategorie verder verruimd en bestrijkt zij tevens de voorbereiding van een dergelijk misdrijf. De medeplichtigheid wordt niet langer afzonderlijk opgenomen, maar gekozen is voor het overkoepelende begrip ‘deelneming’. Tot slot is toegevoegd dat de dader onherroepelijk moet zijn veroordeeld. De definitieve versie van artikel 4:3 lid 1 sub a BW luidt als volgt:
‘hij die onherroepelijk veroordeeld is ter zake dat hij de overledene heeft omgebracht, heeft getracht hem om te brengen, dat feit heeft voorbereid of daaraan heeft deelgenomen’
De verschillende onderdelen van deze onwaardigheidsgrond staan in deze paragraaf centraal, te beginnen met de strafbare feiten die eronder vallen (par. 2.2.1). Vervolgens wordt aandacht besteed aan de poging, voorbereiding en deelneming (par. 2.2.2). De paragraaf sluit af met de eis van een onherroepelijke veroordeling (par. 2.2.3).