Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/6.8.7.3
6.8.7.3 Wetsvoorstel Terugvordering Staatssteun
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS396080:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2007/08, 31 418, nr. 1. Zie uitgebreid Adriaanse & Den Ouden, 2008, p. 309.
Adriaanse & Den Ouden 2008, p. 311.
Adriaanse & Den Ouden 2008, p. 311.
Zie hieromtrent ook Adriaanse & Van Angeren 2010, p. 681; Metselaar & Adriaanse 2011, p. 58.
Zie ook Adriaanse & Den Ouden 2008, p. 312.
Kamerstukken II 2007/2008, 31 418, nr. 3, p. 8.
Kamerstukken II 2007/2008, 31 418, nr. 4, p. 2.
Zie hieromtrent Adriaanse & Den Ouden 2008, p. 313.
Adriaanse & Den Ouden 2008, p. 313; Metselaar & Adriaanse 2011, p. 58. Zie ook Adriaanse & Van Angeren die schrijven dat de facultatieve formulering van artikel 4:80b van de Awb ten onrechte suggereert dat geen sprake is van een terugvorderingsverplichting. Zie Adriaanse & Van Angeren 2010, p. 681.
Adriaanse & Den Ouden 2008, p. 313.
Zie Adriaanse & Den Ouden 2008, p. 311.
Onder meer omdat de Europese Commissie naar aanleiding van de voormelde uitspraak van de ABRvS in de zaak Fleuren/Compost heeft gedreigd met een infractieprocedure is het Wetsvoorstel Terugvordering Staatssteun ingediend.1 Het wetsvoorstel voorziet in de opneming van de nieuwe titel 4.2A 'Terugvordering van staatssteun' in de Awb. Deze titel kan ook worden gebruikt om Europese subsidies terug te vorderen die in strijd met de Europese staatssteunregels zijn verstrekt. In het nieuwe artikel 4:80b wordt een discretionaire bevoegdheid geformuleerd voor het nationaal bestuursorgaan dat zo een (Europese) subsidie heeft verstrekt, om ter uitvoering van een terugvorderingsbeschikking van de Commissie of van een onherroepelijke rechterlijke uitspraak, deze subsidie bij de begunstigde terug te vorderen. Het artikel bepaalt verder dat een bestuursorgaan een beschikking waarbij steun is toegekend, kan intrekken of wijzigen. Adriaanse en Den Ouden merken terecht op dat deze stap noodzakelijk is om een besluit tot terugvordering te kunnen nemen.2 Eerst moet immers worden vastgesteld dat de steun onverschuldigd is betaald. In de gronden om subsidies lager vast te stellen of om een subsidie te wijzigen of in te trekken in de subsidietitel van de Awb wordt een verwijzing naar artikel 4:80b van de Awb opgenomen. Deze gronden behoeven dus niet langer verordeningconform te worden uitgelegd om intrekking toch mogelijk te maken.3 Deze bevoegdheid bestaat echter alleen indien sprake is van ongeoorloofde staatssteun op grond van een terugvorderingsbeschikking van de Commissie of van een onherroepelijke rechterlijke uitspraak. Indien het bestuursorgaan zelf dan wel na klachten van een concurrent tot de conclusie komt dat wel eens sprake zou kunnen zijn van ongeoorloofde staatssteun, bestaat de bevoegdheid tot lagere vaststelling en intrekking dus niet.4
Het is opvallend dat de bevoegdheid tot terugvordering van een subsidie, die als onrechtmatige staatssteun is gekwalificeerd, discretionair is geformuleerd.5 De regering merkt in de memorie van toelichting hierover op dat situaties denkbaar zijn waarin de terugvordering niet direct wordt ingezet, bijvoorbeeld omdat beroep is ingesteld tegen een beschikking van de Commissie bij het Gerecht of Hof van Justitie of in gevallen waarin de Europese Commissie zou overwegen een beschikking te herroepen.6 De Raad van State heeft in zijn advies aanbevolen een imperatieve bevoegdheidsgrondslag op te nemen.7 De regering heeft dit advies niet overgenomen.8 Adriaanse en Den Ouden schrijven terecht dat de discretionaire formulering van de terugvorderingsbevoegdheid gemakkelijk tot misverstanden kan leiden.9 Vast staat dat een terugvorderingsbeschikking van de Europese Commissie direct verplichtingen oplevert voor de lidstaat. Een daartegen ingesteld beroep heeft, behoudens een voorlopige voorziening, geen schorsende werking. De terugvorderingsverplichting moet dus direct worden uitgevoerd.10 Op grond van de jurisprudentie van het Hof van Justitie heeft een nationaal uitvoeringsorgaan alleen in uitzonderlijke omstandigheden de mogelijkheid om een beroep op het vertrouwensbeginsel te honoreren. Het zou daarom de voorkeur verdienen een gebonden bevoegdheid te creëren. Toepassing van deze bevoegdheid kan in uitzonderlijke gevallen op grond van het vertrouwensbeginsel achterwege worden gelaten.
Ingevolge artikel 4:80b, tweede lid, wordt het mogelijk om bij de beschikking tot terugvordering van staatssteun rente te vorderen, die wordt berekend overeenkomstig artikel 14, tweede lid, van de Procedureverordening nr. 659/ 1999 en de op artikel 27 van die verordening gebaseerde regels.11 Deze bevoegdheid is niet discretionair geformuleerd.
Op het moment van afronden van dit onderzoek, was nog niet bekend of het Wetsvoorstel Terugvordering Staatssteun zal worden aangenomen.