Einde inhoudsopgave
De Nederlanden en het Vrijgraafschap Bourgondië tussen paus en keizer (SteR nr. 21) 2015/V.7
V.7 Karel V, regale rechten en het ‘droit régal’
dr. P.P.J.L. Van Peteghem, datum 01-06-2015
- Datum
01-06-2015
- Auteur
dr. P.P.J.L. Van Peteghem
- JCDI
JCDI:ADS391336:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Staatsrecht / Staatsinrichting
Voetnoten
Voetnoten
Voor soortgelijke rechten, zie ook de abdijen van Echternach, Susteren, Stavelot en Malmédy, in: P. Nève, Het Rijkskamergerecht en de Nederlanden. Competentie-territoir-archieven, Assen 1972.
Bulletin des Lois de la République, no 161, no 1577, 5-8.
J.-J. Hoebanx, Abbaye de Nivelles, in: MB IV, 1, 269-303, vooral 296-303.
J. Gaudemet, La collation par le roi de France des bénéfices vacants en régale: des origines à la fin du XIVe siècle, Paris 1935.
T. Schuurs-Janssen, éd., Jean Thenaud. Le Triumphe des Vertuz, troisième traité. Le Triumphe de Justice, Genève 2007, 108.
ROPB, II, 4, 137-141: Brussel, februari 1522.
In afwijking van de expectatieve gratie bestond het nog aan te halen ‘mandatum de providendo’: X.1.3.38.
ROPB, II, 4, 454-455: Mechelen, 15 juni 1527.
Placards, édits et ordonnances concernant les chartes generales du Haynaut, Douay 1771, 125- 128.
ARAB AUD 1200, fo 54vo – 56 ro.
Uit het feit dat Ferry Carondelet in dat formulierboek als overleden is opgevoerd, blijkt dat het na 1528 is opgesteld. Zie: A. Chastel, La pala Carondelet di fra Bartolomeo (1512). La crisi della pala mariana italiana agli inizi del Cinquecento, Rome 1989.
M. van Durme, El cardenal Granvela, 34-35.
Conform het verdrag van Kamerijk van 5 augustus 1529, waar deze zeventien dorpen werden opgesomd.
J. Foppens, Diplomatum Belgicorum nova collectio sive supplementum ad Opera Diplomatica Auberti Miraei, Bruxellis 1748, IV, 655-657, vooral 655. Zie ook Ph. Sueur, Le Conseil Provincial d’Artois (1640-1790). Une cour provinciale à la recherche de sa souveraineté, Arras 1978, I, 50.
Placards, édits et ordonnances, concernant les chartes generales du Haynaut, les gens de mainmorte, & autres matieres journalieres, pour l’utilité des praticiens, Douay 1771, 100-103. Hier ziet men dat de keizer verschillende toegevingen wil doen ten overstaan van nieuwe onderdanen, maar dat hij zijn ‘benoemingrecht’ niet wil prijsgeven.
ARAB, Geheime Raad, Oostenrijkse periode, 670, 74 r (5 september 1541).
J. Gaudemet, Régale (droit de), in: DDC, VII, 493-532, vooral 520.
ARAB AUD 1576.
Het chronogram verwijst naar 1553. Zie ook: B. Delmaire, Thérouanne et Hesdin: deux destructions (1553), une reconstruction, in: Destruction et reconstruction de villes, du moyen âge à nos jours. Verwoesting en wederopbouw van steden, van de middeleeuwen tot heden. Actes du 18e colloque international – Handelingen van het 18e internationaal colloquium Spa, 10-12 IX 1996, Brussel 1999, 128-136.
J. Lefèvre, Correspondance de Philippe II sur les affaires des Pays-Bas, Brussel 1953, II, 177: Alexander Farnese aan Filips II, kamp voor Oudenaarde, 30 mei 1582.
G. Brom en A. Hensen, Romeinsche bronnen, ’s-Gravenhage 1922 (RGP, GS 52) 37-38: 9 augustus 1540.
C. Mozzarelli, G. Commendone, Discorso sopra la Corte di Roma, Roma 1996, 63-64.
Regale rechten had Karel V te danken aan zijn rechtsvoorgangers als keizers van het Heilige Roomse Rijk. Deze rechten stamden soms uit een periode, waarin nog niet gesproken werd over het Heilige Roomse Rijk.1 Zo stelde Karel V op 7 februari 1520 Marie d’Esne in het bezit van de regale rechten in de abdij van Nijvel. Op 27 november 1549 hernieuwde Karel V voor Marguerite d’Estourmel alle privileges van dezelfde abdij, waaronder de regale rechten. Deze regale rechten werden herhaald tot en met de Oostenrijkse periode. Van 1669 tot 1744 werd de abdis zelfs ‘prinses van het Heilige Roomse Rijk en van Nijvel’ genoemd. Maar op 5 Frimaire van het jaar VI (25 november 1797) werden in de verenigde departementen door de wet van ‘9 Vendémiaire an IV’ (1 oktober 1795) de seculiere kapittels, de gewone beneficies, de seminaries en alle corporaties van leken van beide geslachten afgeschaft.2 Op 15 januari 1798 werd deze wet voor de abdij van Nijvel geldend recht.3
Het ‘droit régal’ was een recht, dat toekwam aan de Franse koning. Het bestond erin dat de koning in een groot aantal kerken van zijn koninkrijk het recht had om de inkomsten van het (aarts)bisdom te heffen tijdens de sedisvacatio. Bovendien mocht hij een opvolger kiezen voor de vacant gekomen bisschopszetel.4 In alle werken over de privileges van de Franse koning werd dit recht opgesomd. Dit recht werd ook op het Concilie van Bazel bevestigd en de Pragmatieke Sanctie van Bourges (1438) deed hetzelfde. Genoemde kerken (metropolitane, kathedrale en kollegiale) stonden geregistreerd in het archief van het Parlement van Parijs.5
In onze context blijft het boeiend om te achterhalen in hoever het juist is dat Karel V het ‘benoemingrecht’ als één van zijn regalia beschouwde. Uit verschillende andere documenten blijkt dat hij het ‘benoemingrecht’ soms zo beschouwde en dat zijn raadgevers daarnaar handelden. Daarmee verzeilde Karel V in een moeilijk debat, want in principe kon hij als meervoudig landsheer in de landsheerlijkheden van de Nederlanden geen koninklijke rechten uitoefenen. Als keizer had Karel V alle recht om over ‘regalia’ te spreken. Met recht kon Karel V wel beweren dat hij het ‘droit régal’ uitoefende na de inname van Doornik, toen het regale recht van de Franse koning door een verdrag bij Karel V belandde.6
Dat men in het bisdom Doornik ook later de band met Frankrijk van essentieel belang beschouwde, wordt verder bewezen door de waarnemende bisschop Charles de Croy, die in 1527 bevestigde dat in de Franse periode alleen de Pragmatieke Sanctie gold ‘ou provision en forme de chapitre “Mandat”’.7 Inderdaad was het Concordaat van Bologna daar niet doorgevoerd, want toen was Doornik bezet door de Engelsen (1513-1518). Karel V van zijn kant wees erop: ‘nous avons usé de droict de régale, comme faisoient les roys de France et d’Engleterre du temps qu’ils les tenoient’. Maar Karel V was nog verder gegaan en had ook het recht van ‘Primariae Preces’ laten gelden. Ook de reservaties met de apostolische maanden, de expectatieve graties en de benoemingen van de universiteit van Leuven waren in het bisdom Doornik doorgevoerd. Om deze redenen ging de bisschop van Doornik op zijn strepen staan.8 Hij wou zoals weleer het volledige recht van presentatie, collatie, provisie en totale dispositie genieten. Vanuit Bergen op Zoom heeft Karel V op 31 augustus 1528 nog nadrukkelijk aan de voorzitter en het kapittel van de kathedrale kerk van Doornik hun rechten bevestigd in Doornik en het Doornikse.9
Dat dit laatste ook werd gerealiseerd voor het ‘droit régal’, mag blijken uit een formulierboek voor de centrale administratie te Brussel. Daarin komt een tekst voor, die als model moest dienen voor alle soortgelijke gevallen: ‘Approbation de collation d’une prébende de Tournay par forme de regalle’.10 Hieruit blijkt verder dat dit formulierboek na de aanhechting van Doornik en het Doornikse is opgesteld.11
Wat voor Doornik en het Doornikse gold, was ook van belang voor het graafschap Artesië. Ook daar gold het ‘droit régal’. Dit gebied werd slechts aangehecht bij de Nederlanden door de verdragen van Madrid (1526) en Kamerijk (1529). De aanstelling van Antoine Perrenot als bisschop van Atrecht (1538) werd in deze zin een zuiver vorstelijke aangelegenheid.12
Toen Karel V de oprichting van de provinciale Raad van Artesië voorzag op 12 mei 1530 te Augsburg, werd de nadruk gelegd op de scheiding van de gebieden, rechten en competenties van Frans I en Karel V. Territoriaal rees toen opnieuw het probleem van de stad Terwaan en van de zeventien dorpen, die behoorden tot het gebied van Boulogne.13 Dit probleem zou hardnekkig blijven tot de oprichting van de nieuwe bisdommen was afgesloten. Anderzijds moest Frans I de cessie en het transport toestaan van ‘Droicts, Jurisdictions, Ressorts & Souveraineté, Gardienneté, Droict de Regale, Nomination, Preeminences sur les Eveschez, Abbayes, Priorez, Dignitez & aultres quelconques Benefices estans & enclavez audit Comté d’Artois’.14
Met het oog op de collatie van de beneficies werd toen voor Artesië een bijzondere ordonnantie opgesteld om tegemoet te komen aan de wensen van bisschop Eustache de Croy, de proost, deken en het kapittel van de kerk van de stad Atrecht en van de andere collators en kerkelijke patronen. In hun verzoekschrift hadden genoemde heren vermeld dat pauselijke reservaties en expectatieven, het recht van regressus en accessus, nominaties en coadjutoriën bij hen onbekend waren.
Op 13 mei 1531 werd door Karel V te Gent bevestigd dat de inwoners van Artesië een aantal vroegere privileges uit de Franse periode mochten behouden. Hoewel het ‘droit régal’ niet werd genoemd in deze ordonnantie, mag men het er zeker onder begrepen achten. De regelgeving van het placet werd teruggeroepen en de benoemingen van Leuven zouden onderhouden worden, zoals ze op 12 mei 1531 waren vastgelegd voor de overige landsheerlijkheden in de Nederlanden. ‘Sauf & reservé’: het venijn zat in de staart: het indult (nostre droit de nomination aux dignitez de nostredicte Eglise de Cité & autres Eglises de nos Pays d’Arthois) moest onderhouden worden zoals overal in de Nederlanden.15
Dankzij een procedure voor de Geheime Raad te Brussel in 1541 komen we nog enkele bijzonderheden te weten. Op 17 februari 1539 werd Antoine Perrenot in de reële en actuele possessie van het bisdom van Atrecht gesteld. Vanaf dat ogenblik mocht de nieuwe bisschop de collatie verrichten van een betwist beneficie, dat tijdens het proces volgens de privileges en het oude gebruik ‘en régale’ was gehouden, zolang er geen bisschop was. Eustache de Croy was op 3 oktober 1538 overleden.16
Een netelige zaak betrof nog de bisschopszetel van Terwaan, die een Franse stad was met geestelijke jurisdictie over Franstalige en Nederlandstalige gelovigen. Ook voor Terwaan gold het ‘droit régal’.17 Onder Maximiliaan I werd Terwaan veroverd (1513) en onder Karel V werd dit in 1538 nog herhaald.18 Toen Karel V de stad in 1553 met de grond gelijk maakte (DeLetI MorInI)19, kon hij in principe het oorlogsrecht laten zegevieren. Bij de verdeling van het bisdom werden op basis van de vrede van Cateau-Cambrésis drie bisdommen opgericht en werd het vraagstuk Terwaan omzeild: Boulogne- sur-mer voor de Fransen, Saint-Omer (Franstaligen) en Ieper (Nederlandstaligen) voor de Nederlanden.
Toen onder Filips II Maximiliaan Morillon in 1582 tot bisschop van Doornik werd aangesteld, was in zijn benoemingbrief alleen sprake van het indult van de H. Stoel, het persoonlijk recht van Filips II. Binnen de centrale regering is toen over dit document een flink debat gevoerd. In Rome was men vergeten het ‘droit de régale’ te vermelden, dat Filips II toekwam als graaf van Artesië en als heer van Doornik en het Doornikse. Er is toen geëist dat een nieuw document werd opgesteld, omdat men in de toekomst inkomsten kon verliezen.20
In hoofdstuk V werd duidelijk dat de vorst meer invloed had op de aanstelling van geestelijken dan tot dusver werd aangenomen. Het Concilie van Lateranen V bracht niet de verwachte hervorming in hoofd en leden. Hoewel indulten in de praktijk niet in overeenstemming waren met het Woord van God, toch kreeg aartshertog Karel van Oostenrijk midden in dat Concilie vier indulten. Veeleer moeten we op zoek naar het antwoord op de vraag hoe de vorst de mensen, die hem aangenaam waren, heeft ingezet tot heil van wie. Het beneficie werd gemanipuleerd. Het lekenpatronaatsrecht kon bij de hervormers in en buiten de katholieke kerk geen instemming krijgen en het indult bleef een loot aan de stam van het beneficiewezen.
Het was niet eenvoudig om een competente getuige aan het woord te laten over de godsdienstige toestand in de Nederlanden. Vanuit Den Haag schreef protonotarius Fabrizio Mignanello aan Paulus III, dat gebieden, die enigszins aan de paus gehoorzaamden, bezwaard waren met benoemingen, concordaten en privileges, die de vorst van zijn voorgangers gekregen had. Om de waarheid te zeggen was het -volgens hem- triest om zien hoe een reeks misbruiken de kerkelijke orde en de dienst aan God zo in verwarring hebben gebracht: regressus, reservaties, coadjutorie, pluraliteit van beneficies, dispensaties, processen.21 In gelijke zin was kardinaal Giovanni Commendone (1524-1584) van mening dat het Hof van Rome de vorsten te veel armslag had gegeven.22