De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/5.6.2.3:5.6.2.3 Het gemotiveerde antwoord: algemeen
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/5.6.2.3
5.6.2.3 Het gemotiveerde antwoord: algemeen
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS397204:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf 5.2.9.1 is de 'gemotiveerd-antwoordprocedure' reeds uitvoerig besproken. Vastgesteld is dat deze procedure veel vragen openlaat. In de woorden van Muyldermans: "Er kan moeilijk bij voorbaat worden geduid wat er in een antwoord moet staan op een verzoek waarvan men niet weet wat het moet bevatten."1 Hij wijst daarbij ook op het advies van het ECOSOC, dat opmerkt dat nader zou moeten worden aangegeven hoe het verzoek om schadevergoeding eruit zou moeten zien, gezien de sancties op het niet geven van een (passend) antwoord op het verzoek. Er zou voor moeten worden gezorgd dat het verzoek om schadevergoeding zo volledig mogelijk is en zo duidelijk mogelijk wordt gemotiveerd.2
Terzijde zij opgemerkt dat het ECOSOC daarmee wel erg veel van de (doorgaans niet ter zake kundige) benadeelde verlangt, met name als de sanctie op het onvoldoende onderbouwen van het verzoek om schadevergoeding zou zijn dat de verzekeraar niet gemotiveerd zou behoeven te antwoorden. Daarmee zou de verzekeraar weer teveel worden bevoordeeld. Een ruimhartige uitleg van de verplichting van de verzekeraar om zijn standpunt te motiveren en zich in te spannen om de motieven van de benadeelde te begrijpen heeft dan mijn voorkeur. Maar de problemen van het schadevergoedingsorgaan dat moet beoordelen of de verzekeraar (voldoende) gemotiveerd heeft geantwoord worden er niet geringer door.
In art. 24, dat bepaalt dat het schadevergoedingsorgaan optreedt binnen twee maanden na het verzoek tot schadevergoeding als de verzekeraar, dan wel zijn schaderegelaar, zijn verplichtingen uit hoofde van art. 22 niet nakomt, vindt men geen nadere precisering van de voorwaarden waaronder het schadevergoedingsorgaan in actie moet komen. Daarvoor moet men te rade gaan bij de Preambule, met name de overwegingen 47 en 48. In overweging 47 valt te lezen dat de benadeelde zich tot het schadevergoedingsorgaan kan wenden "ingeval de verzekeringsonderneming geen schaderegelaar heeft aangewezen of zich duidelijk talmend opstelt of indien de verzekeringsonderneming niet kan worden geïdentificeerd, teneinde te garanderen dat de schadevergoeding waar de benadeelde recht op heeft niet uitblijft." Maar uit de volgende zin blijkt dat de tussenkomst van het schadevergoedingsorgaan wel beperkt dient te worden "tot uitzonderlijke individuele gevallen waarin de verzekeringsonderneming, ondanks de preventieve werking van dreiging met sancties, niet aan haar verplichtingen heeft voldaan." Overweging 48 bepaalt verder dat het schadevergoedingsorgaan tot taak heeft verzoeken tot vergoeding van de door de benadeelde geleden schade af te wikkelen, "doch enkel in objectief vaststelbare gevallen". Het moet zich er daarom toe beperken na te gaan of binnen de vastgestelde termijnen en volgens de voorgeschreven procedures een voorstel tot schadevergoeding is voorgelegd zonder op de inhoudelijke aspecten in te gaan.
Het vaststellen of de verzekeraar zich aan de termijn van drie maanden heeft gehouden zal in het algemeen niet tot bijzondere problemen aanleiding geven. Anders ligt dat bij het vaststellen of de verzekeraar volgens de voorgeschreven procedures een voorstel tot schadevergoeding heeft voorgelegd (dan wel, naar moet worden aangenomen, met redenen omkleed heeft aangegeven waarom dat nog niet mogelijk is). Daarbij moet worden bedacht dat het voorstel onderbouwd moet zijn. De vraag is hoe het schadevergoedingsorgaan kan vaststellen dat de verzekeraar een onderbouwd aanbod heeft gedaan zonder op de inhoudelijke aspecten in te gaan.
Van Schoubroeck gaat kort op dit vraagstuk in. Zij constateert dat:
"men mag aannemen dat ook hier het schadevergoedingsorgaan beschikt over een marginaal toetsingsrecht om te beoordelen of het verstrekte antwoord 'met redenen omkleed' is."3
Een inhoudelijke beoordeling van het standpunt behoort echter niet tot de bevoegdheden van het schadevergoedingsorgaan. Het zal zich ertoe moeten beperken om na te gaan of alle vragen die in het verzoek om schadevergoeding zijn gesteld zijn geadresseerd en of het antwoord binnen drie maanden is gegeven.
De Provisional Recommendations van de schadevergoedingsorganen die in paragraaf 5.6.2.4 worden besproken kunnen daarbij een handvat bieden, maar binden - zoals daar opgemerkt -verzekeraars niet.
Ofschoon overweging 48 alleen spreekt over 'een voorstel tot schadevergoeding' moet het ervoor worden gehouden, dat dezelfde verplichting om het antwoord op procedurele aspecten te beoordelen en zich te onthouden van een oordeel over de inhoudelijke aspecten van de zaak ook bestaat als de verzekeraar zich op het standpunt stelt, dat hij nog geen standpunt over de aansprakelijkheid of de omvang van de schade kan vormen of als hij aansprakelijkheid afwijst.