Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/5.8.15
5.8.15 Gegrond verklaard verzet
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648735:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie Kamerstukken II 1983/84, 16551, nr. 11, p. 16: “Wie hun deze waarborg verleent, wordt in het midden gelaten. Niet alleen de medeaansprakelijke groepsmaatschappij en de hoofdschuldenaar komen in aanmerking, maar ook bij voorbeeld degene of degenen aan wie de aandelen worden verkocht.”
Een kostenveroordeling zal in de regel – uiteraard – niet kostendekkend zijn voor de werkelijk gemaakte kosten. De bepaling dat iedere partij haar eigen kosten draagt voor zover de rechtbank in de omstandigheden geen aanleiding vindt tot een nadere regeling, zoals was opgenomen in artikel 41f lid 2 (oud) WvK, is niet meer opgenomen in art. 997 Rv.
Zie HR 26 juni 1996, NJ 1997, 25.
Zie artikel 426 lid 2 Rv. Tweemaal drie weken is zes weken. Zie Asser/Korthals Altes & Groen 2015, nr. 257. Eerder was deze termijn drie weken (zie artikel 41g, derde lid (oud) WvK). Waarom de termijn is verlengd, is bij de toelichting op het wetsontwerp niet aangegeven, zie MvT van wetsontwerp 11 416 d.d. 11 augustus 1971.
Het verzet wordt in de regel pas gegrond verklaard nadat er gelegenheid is geweest om de schuldeiser een zekerheid te stellen of aan hem een waarborg te verstrekken.1 Zoals opgemerkt is het ook toegestaan dat de zekerheid of de waarborg door een andere partij dan de rechtspersoon die de overblijvende aansprakelijkheid wenst te beëindigen wordt verstrekt.2 Wordt een (voorheen) vrijgestelde rechtspersoon verkocht, dan is het de consoliderende rechtspersoon aan te bevelen om te bedingen dat de koper in geval van verzet zorg zal dragen voor het stellen van zekerheid jegens in verzet komende schuldeisers en de kosten van de procedure zal dragen.3
Wordt door de rechtspersoon die de overblijvende aansprakelijkheid wenst te beëindigen geen andere zekerheid of waarborg geboden, dan zal als sanctie het verzet gegrond worden verklaard. Het gevolg daarvan is dat de hoofdelijke aansprakelijkheid van de rechtspersoon die de overblijvende aansprakelijkheid wenst te beëindigen blijft voortbestaan ten aanzien van de schuldeiser die succesvol in verzet is gekomen. Ten aanzien van schuldeisers die niet in verzet zijn gekomen, eindigt de overblijvende aansprakelijkheid wel.
Tegen een beschikking van een rechtbank in een verzetprocedure kan in hoger beroep worden gegaan bij de Ondernemingskamer. Van de reguliere bepaling 358 Rv inzake hoger beroep tegen beschikkingen wordt namelijk in artikel 997 lid 5 Rv afgeweken. In artikel 997 lid 4 Rv is bepaald dat hoger beroep binnen drie weken na de dagtekening van de eindbeschikking moet worden ingesteld. Van belang is dat is geoordeeld dat een beschikking, waarbij de gelegenheid wordt geboden om zekerheid te stellen op straffe van het gegrond verklaren van het verzet, reeds als een eindbeschikking worden aangemerkt.4 De termijn waarbinnen hoger beroep kan worden ingesteld begint na dagtekening van deze beschikking te lopen. Cassatie kan worden ingesteld bij de Hoge Raad en de cassatietermijn bedraagt zes weken.5