Einde inhoudsopgave
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/9.3.2.b.vi
9.3.2.b.vi Een weerlegbaar vermoeden
mr. T. Salemink, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
mr. T. Salemink
- JCDI
JCDI:ADS600000:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
O.m. OK 18 september 2012 (ro. 3.9), ARO 2012/139 (IFCO Systems); OK 3 april 2012 (ro. 3.9), ARO 2012/59 (Gamma Holding); OK 23 september 2004 (ro. 3.5), JOR 2004/297 (Vodafone Libertel).
Aldus ook Brabers (2011), p. 106.
OK 23 september 2004 (ro. 3.5-3.8), JOR 2004/297 (Vodafone Libertel).
Een ander voorbeeld is OK 19 juli 2001, JOR 2001/211 (Klene Holding), waarbij de OK – hoewel aan de hierboven genoemde vereisten is voldaan – niet bij de biedprijs aansluit in verband met mogelijke verschuivingen van resultaten naar groepsmaatschappijen.
De hierboven genoemde vereisten zijn niet zonder meer doorslaggevend om voor de waardering aan te knopen bij de prijs van een voorafgaand bod. De OK sluit niet aan bij de biedprijs, indien er redenen zijn om te veronderstellen dat deze prijs – ondanks de genoemde vereisten – niet een juiste weerspiegeling van de waarde van de aandelen is.1
Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een negatief of ontbrekend advies van het bestuur of de raad van commissarissen omtrent de waarde van de bij het bod geboden tegenprestatie of door het ontbreken van een fairness opinion waaruit blijkt dat de geboden tegenprestatie billijk is. Een ander voorbeeld is dat de biedprijs naast een bedrag in contanten ook bestaat uit (veelal voorwaardelijke) aanvullende rechten, zoals contingent value rights. De voorwaardelijkheid maakt deze rechten moeilijk waardeerbaar, waardoor aansluiting bij de biedprijs – zonder deskundigenonderzoek – mijns inziens niet voor de hand ligt.2
Een duidelijk voorbeeld is de uitkoopprocedure inzake Vodafone Libertel uit 2004. Hoewel het voorafgaand bod op grote schaal is aanvaard en de uitkoopvordering kort nadien is ingesteld, sluit de OK voor de waardering van de aandelen niet aan bij de biedprijs. Dit acht zij niet gerechtvaardigd omdat het bestuur en de raad van commissarissen van mening zijn dat de biedprijs onvoldoende is, de betrokken bank geen fairness opinion heeft afgegeven en de uitkoper bovendien reeds 83, 84 % van de aandelen hield voorafgaand aan het uitbrengen van het bod.3 De OK gelast uiteindelijk een deskundigenonderzoek.4