De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen
Einde inhoudsopgave
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/5.5.4.4.d:5.5.4.4.d Voorzieningenrechter is eerste en enige instantie
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/5.5.4.4.d
5.5.4.4.d Voorzieningenrechter is eerste en enige instantie
Documentgegevens:
mr. E.J. Breukink, datum 15-04-2022
- Datum
15-04-2022
- Auteur
mr. E.J. Breukink
- JCDI
JCDI:ADS649714:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Waarover uitgebreid par. 5.5.4.2.
Nowak in punt 14 van zijn noot onder Rb. Amsterdam (vzr) 10 augustus 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:5845, JOR 2017/260, m.nt. Nowak (Elliott/AkzoNobel). In gelijke zin Kemp 2019a, p. 221.
Zo ook Kemp 2019a, p. 221.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In artikel 2:111/221 lid 3 BW is bepaald dat tegen de beschikking van de voorzieningenrechter generlei voorziening is toegelaten, behoudens cassatie in het belang der wet. De reden is dat het snel duidelijk moet zijn of een machtiging al dan niet is en blijft verkregen, zie ook par. 5.5.4.4.e. Dat tegen de beschikking enkel cassatie in het belang der wet kan worden ingesteld, heeft als belangrijk nadeel dat kwesties die de voorzieningenrechters verdeeld houdt, zoals de uitleg die aan het vereiste van het redelijk belang gegeven moet worden,1 niet snel door een hogere rechter zullen worden opgehelderd. Er valt daarom wat te zeggen voor het betoog van Nowak dat (ook) machtigingsverzoeken aan een in het rechtspersonenrecht gespecialiseerde rechter voorgelegd zouden moeten worden.2 De OK lijkt mij de meest voor de hand liggende keuze.3 Om de snelle duidelijkheid over het verkrijgen van de machtiging te behouden, zou de bepaling dat tegen de beschikking slechts cassatie in het belang der wet openstaat mijns inziens intact moeten blijven.