Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.4.4:2.4.4 Poging, voorbereiding en deelneming
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.4.4
2.4.4 Poging, voorbereiding en deelneming
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859238:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De poging tot, voorbereiding van en deelneming aan het inbrengen van een lasterlijke beschuldiging leveren geen onwaardigheid op. Bij de voorbereiding van een dergelijk feit ligt dit voor de hand. Strafrechtelijk gezien is de voorbereiding niet strafbaar, omdat de strafbedreiging van het delict ‘laster’ en ‘lasterlijke aanklacht’ niet hoog genoeg is.
Er bestaat naar mijn mening geen goede grond de dader van een poging tot of deelneming aan een dergelijk feit buiten schot te houden. Bezien vanuit het perspectief van de erflater wil hij vermoedelijk niet dat deze persoon in zijn nalatenschap kan opkomen. Bijvoorbeeld degene die de lasterlijke beschuldiging heeft uitgelokt. Voor de erflater is het niet zozeer van belang of de onwaardige de handeling zelf heeft verricht of heeft laten verrichten.
De invulling van de begrippen ‘poging tot’ en ‘deelneming’ behoeft naar mijn mening bij een civiele procedure niet beperkt te zijn tot de strafrechtelijke uitleg. De civiele rechter moet vaststellen dat een persoon op ongeoorloofde wijze een bijdrage heeft geleverd aan het lasterlijk beschuldigen, dan wel een begin heeft gemaakt aan een dergelijke gedraging. De strafrechter is uiteraard gebonden aan de strafrechtelijke invulling van deze begrippen.