De reikwijdte van medezeggenschap
Einde inhoudsopgave
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/5.8.1:5.8.1 Inleiding
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/5.8.1
5.8.1 Inleiding
Documentgegevens:
Datum 01-01-2014
- Datum
01-01-2014
- JCDI
JCDI:ADS383671:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
M.L. Lennarts, J. Roest, Europees vennootschapsrecht: waar staan we en waar moeten we naartoe?, in: M.L Lennarts e.a., Europa! Europa?. De invloed van het Europese vennootschaps- en effectenrecht nu en in de toekomst. Preadvies van de Vereeniging Handelsrecht, Deventer: Kluwer 2012, p. 22-24.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De laatste decennia is er op Europees niveau steeds meer aandacht voor het faciliteren van grensoverschrijdende mobiliteit. Om de doelstellingen van het verdrag te bereiken, moet het voor ondernemingen mogelijk zijn op gemeenschapsniveau te opereren. Nationaal recht kan grensoverschrijdende mobiliteit belemmeren en daarom zijn Europese verordeningen en richtlijnen uitgevaardigd. Om te voorkomen dat grensoverschrijdende activiteiten van vennootschappen gepaard gaan met verlies van medezeggenschap, is bij de vaststelling van verordeningen en richtlijnen op het gebied van grensoverschrijdende mobiliteit een regeling getroffen over de rol van werknemers. De rol van werknemers(vertegenwoordigers) is lange tijd een belangrijk obstakel geweest voor de ontwikkeling van de geharmoniseerde wetgeving op het gebied van het vennootschapsrecht.
Zo stond de introductie van een Europese Naamloze Vennootschap gedurende dertig jaar op de agenda zonder dat overeenstemming werd bereikt over de medezeggenschap. De verschillende nationale systemen waren te divers om tot harmonisatie te komen. Lennarts en Roest stellen daarom dat de wens om een regeling te treffen op het gebied van vennootschapsrechtelijke medezeggenschap een blokkade vormt voor de ontwikkeling van Europese regelgeving op het gebied van grensoverschrijdende mobiliteit.1
De hierboven besproken Richtlijn-EOR vormde een doorbraak, maar de uiteindelijke regeling ten aanzien van de rol van werknemers bij Europese herstructureringen is – zeker ten aanzien van de vennootschapsrechtelijke medezeggenschap – ingewikkeld. Ik behandel hierna de medezeggenschap op basis van de Richtlijn-SE, en de Richtlijn-GOF, waarbij ik de nadruk leg op de vennootschapsrechtelijke medezeggenschap. Ik ga tevens kort in op het (ontwerp) statuut betreffende de Europese BV (SPE) en de Richtlijn-SCE.