Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/5.1:5.1 Inleiding
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859272:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Barbaix 2018, p. 387-388 en Dekkers & Casman 2010, p. 251 en 664. Het contractuele erfrecht blijft buiten beschouwing.
In België komt onwaardigheid in meerdere rechtsgebieden voor. In het erfrecht wordt bij onwaardigheid gesproken van ‘erfonwaardigheid’. In het vervolg wordt voor erfonwaardigheid kortweg de term ‘onwaardigheid’ gehanteerd. Onwaardigheid in andere rechtsgebieden valt buiten het bestek van dit onderzoek.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In België wordt onderscheid gemaakt tussen de wettelijke devolutie, ook wel het versterfrecht genoemd, en de conventionele devolutie. De conventionele devolutie is de tegenhanger van het versterferfrecht en omvat het testamentaire erfrecht alsmede contractuele erfstellingen.1 Er bestaat geen overkoepelende regeling van onwaardigheid voor beide gebieden. In het versterferfrecht wordt gesproken van erfonwaardigheid2 (art. 4.6 e.v. BBW), terwijl het Belgische testamentaire erfrecht een eigen regeling heeft van herroeping van legaten wegens ondankbaarheid (art. 4.218 BBW). Beide leerstukken worden in dit hoofdstuk besproken.
Voor een goed begrip vangt het hoofdstuk aan met een kort overzicht van recente opeenvolgende wetswijzigingen in het Belgische erfrecht (par. 5.2), enkele algemene opmerkingen over de verschillen in terminologie tussen het Belgische en Nederlandse erfrecht (par. 5.3), de bevoegdheid om te erven en de ratio van onwaardigheid en ondankbaarheid (par. 5.4 en 5.5). Vervolgens komt onwaardigheid in het versterferfrecht aan de orde (par. 5.6-5.8) alsmede de gevolgen daarvan (par. 5.9) gevolgd door ondankbaarheid in het testamentaire erfrecht (par. 5.10 en 5.11) waarbij ook aandacht wordt besteed aan de gevolgen (5.12). Daarna wordt nog kort stilgestaan bij de mogelijkheid van vergeving (par. 5.13). Het hoofdstuk sluit af met een conclusie (par. 5.14).