Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/5.2
5.2 Bepalingen Wft over portefeuilleoverdracht analoog van toepassing in geval van juridische fusie en juridische splitsing van verzekeraars
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS950451:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 3:115 lid 2 Wft: “Op een overgang als bedoeld in het eerste lid met betrekking tot een levensverzekeraar met zetel in Nederland, zijn de artikelen 3:112, eerste lid, aanhef en onderdeel a, en tweede lid, 3:113, tweede lid, aanhef en onderdeel a, 3:116, 3:117, eerste lid, 3:118, eerste lid, onderdeel a, vierde en vijfde lid, 3:119 en 3:120, eerste tot en met vierde lid, van overeenkomstige toepassing.”
Art. 3:115 lid 4 Wft: “Op een overgang als bedoeld in het eerste lid met betrekking tot een schadeverzekeraar met zetel in Nederland, zijn de artikelen 3:114, eerste lid, aanhef en onderdeel a, 3:116, 3:117, tweede lid, 3:118, eerste tot en met vijfde lid, en 3:120, eerste tot en met derde, vijfde, zevende en negende lid, van overeenkomstige toepassing.”
Op grond van art. 3:20 Wft moet een verzekeraar in Nederland de rechtsvorm hebben van naamloze vennootschap, onderlinge waarborgmaatschappij of Europese vennootschap. Ik beperk mij in de tabel daarom tot de ontwikkelingen op het gebied van de juridische fusie en juridische splitsing voor de naamloze vennootschap en de onderlinge waarborgmaatschappij.
Wet van 19 januari 1983 tot regeling van de fusie van naamloze en besloten vennootschappen (Staatsblad 1983, 59). Zie ook Asser/Kroeze 2-I 2021/427.
Wet van 18 december 1985, houdende vervanging van de Wet op het schadeverzekeringsbedrijf (Wet toezicht verzekeringsbedrijf) (Staatsblad 1985, 705).
Wet van 21 april 1987, Staatsblad 1987, 209. Zie ook Asser/Kroeze 2-I 2021/427.
Wet van 10 juli 1995, houdende bepalingen ten aanzien van het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf (Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf) (Staatsblad 1995, 368) en Besluit van 25 oktober 1995, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf (Staatsblad 1995, 532).
Wet van 24 december 1997 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en van enige andere wetten in verband met de regeling van de splitsing van rechtspersonen (Staatsblad 1997, 776). Volgens artikel XIV treedt de wet in werking op de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. Zie ook Asser/Kroeze 2-I 2021/427.
Wet van 27 juni 2008 tot wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de implementatie van richtlijn nr. 2005/56/EG van het Europese Parlement en de Raad van de Europese Unie betreffende grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen (PbEU L10) (Staatsblad 2008, 260) en Besluit van 3 juli 2008 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 27 juni 2008 houdende wijziging van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de implementatie van richtlijn nr. 2005/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie betreffende grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen (Stb. 260) (Staatsblad 2008, 261). Zie ook Asser/Kroeze 2-I 2021/427.
Wet van 20 november 2008, houdende herstel van wetstechnische gebreken in de Wet op het financieel toezicht en een aantal andere wetten (Reparatiewet Wft) (Staatsblad 2008, 545) en Besluit van 18 december 2008, houdende de vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Reparatiewet Wft en het Reparatiebesluit Wft (Staatsblad 2008, 582).
Kamerstukken II 2007/08, 31468, nr. 3, p. 24-26 en Kamerstukken II 2007/08, 31468, nr. 7, p. 6.
Wijziging tijdelijke regeling invoering Wft van 9 oktober 2007, geplaatst in de Staatscourant van 12 oktober 2007, nr. 198, p. 10.
Regeling van de Minister van Financiën tot intrekking van de Tijdelijke regeling invoering Wft en de Tijdelijke regeling MiFID, geplaatst in de Staatscourant van 10 februari 2009, nr. 27.
Wet van 3 juli 2008 tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht in verband met de uitvoering van Richtlijn nr. 2005/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 november 2005 betreffende herverzekering en houdende wijziging van Richtlijnen 73/239/EEG en 92/49/EEG van de Raad en van Richtlijnen 98/78/EG en 2002/83/EG (PbEU L 323) (Staatsblad 2008, 333).
Wet van 13 december 2012 tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht en het Burgerlijk Wetboek ter implementatie van de richtlijn solvabiliteit II en invoering van een daarop gebaseerd regime voor bepaalde kleinere verzekeraars (Implementatiewet richtlijn solvabiliteit II) (Staatsblad 2012, 679).
Kamerstukken II 2011/12, 33273, nr. 3, p. 46: “Bij een juridische fusie tussen herverzekeraars met zetel in Nederland – en bij een juridische splitsing – zijn geen bepalingen van de Wft-overdrachtsprocedure van overeenkomstige toepassing verklaard. Oftewel: art. 3:115 Wft geldt momenteel niet voor herverzekeraars. Art. 18 van de EU-richtlijn herverzekering over portefeuilleoverdracht is geïmplementeerd in de Wft in art. 3:114a, art. 3:116 en 3:118a. In artikel 18 van de richtlijn is niets vermeld over fusie. Art. 3:115 Wft over juridische fusie en juridische splitsing is niet aangepast voor herverzekeraars. Overigens is daar in overweging 17 van die richtlijn wel aandacht voor – daar is sprake van
Menken, Het Verzekerings-Archief 1998, afl. 2., p. 59-66; Boshuizen 2001, p. 259-268; Boshuizen en Jager 2010, p. 252-255; Boshuizen, Jager en Van Asch, in: Toezicht financiële markten, art. 3:115 Wft; Van Wijk en De Haan 2016, p. 195-196.
Volgens hem zijn er lidstaten die evenals Nederland dit in hun nationale wetgeving hebben doorgevoerd, maar zijn er ook lidstaten waarin dit niet het geval is. Ik kan mij voorstellen dat er in (sommige van) die lidstaten dan in de toezichtwetgeving voor een ander juridisch middel is gekozen dan deze gelijkstelling waardoor er door de toezichthouder toch bij een reorganisatie door middel van een juridische fusie of juridische splitsing van een verzekeraar toezicht wordt uitgeoefend. Ik heb dat niet verder onderzocht, omdat dat voor het antwoord op mijn onderzoeksvraag naar mijn mening niet relevant is.
Zie hoofdstuk 6.3 van dit proefschrift.
Overigens is ook voor bepaalde kapitaalverminderingen en dividenduitkeringen door verzekeraars een verklaring van geen bezwaar van DNB vereist. In art. 3:97 Wft is namelijk bepaald dat het een verzekeraar met zetel in Nederland verboden is, anders dan na verkregen verklaring van geen bezwaar van DNB, zijn eigen vermogen door terugbetaling van kapitaal of uitkering van reserves te verminderen dan wel een dividenduitkering te doen, indien de verzekeraar ten tijde van deze terugbetaling dan wel uitkering niet voldoet aan het solvabiliteitskapitaalvereiste of zou kunnen worden voorzien dat hij in de twaalf volgende maanden niet meer aan dat vereiste kan voldoen.
Zie hoofdstuk 6.4 van dit proefschrift.
Wft-bepalingen en Boek 2 BW bepalingen van toepassing in geval van juridische fusie en juridische splitsing
De bepalingen in de Wft over de overdracht van een verzekeringsportefeuille zijn analoog van toepassing op de overgang van een verzekeringsportefeuille onder algemene titel door juridische fusie of juridische splitsing. Art. 3:115 lid 1 Wft bepaalt namelijk dat met een overdracht van de rechten en verplichtingen uit levensverzekeringen, natura-uitvaartverzekeringen, schadeverzekeringen en herverzekeringen door verzekeraars met zetel in Nederland wordt gelijkgesteld de overgang van deze rechten en verplichtingen bij een fusie als bedoeld in art. 2:309 BW of bij een splitsing als bedoeld in art. 2:334a BW. Vervolgens is op een dergelijke overgang een aantal bepalingen van de regeling van de portefeuilleoverdracht van overeenkomstige toepassing verklaard (art. 3:115 lid 2-5 Wft). Zo is bijvoorbeeld op een overgang door juridische fusie of juridische splitsing met betrekking tot een levensverzekeraar met zetel in Nederland ook het Wft-artikel van toepassing waarin is bepaald dat een overdracht de instemming van DNB behoeft en het Wft-artikel waarin het verzetrecht is geregeld.1 En zo is op een overgang door juridische fusie of juridische splitsing met betrekking tot een schadeverzekeraar met zetel in Nederland onder meer het Wft-artikel waarin is bepaald dat de overdracht kan plaatsvinden met instemming van DNB zonder de medewerking of instemming van degenen die aan die schadeverzekeringen rechten kunnen ontlenen van toepassing, net als het Wft-artikel waarin het opzegrecht van de verzekeringnemers na de overdracht is geregeld.2
Kort gezegd, betekent dit dat in geval van een juridische fusie van verzekeraars of een juridische splitsing van een verzekeraar niet alleen voldaan moet worden aan alle desbetreffende bepalingen van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek maar ook aan bepalingen in de Wft over de portefeuilleoverdracht.
Een juridische fusie of juridische splitsing van een levensverzekeraar, een natura-uitvaartverzekeraar, een schadeverzekeraar en een herverzekeraar behoeft op grond van art. 3:115 Wft altijd de instemming van DNB. In hoofdstuk 3 beschreef ik dat verzekeringsportefeuilles bestaande uit levensverzekeringen of natura-uitvaartverzekeringen alleen met instemming van DNB kunnen worden overgedragen, maar dat een schadeverzekeraar en een herverzekeraar de rechten en verplichtingen uit verzekeringsovereenkomsten niet alleen via de Wft-procedure kunnen overdragen maar ook kunnen kiezen voor de civielrechtelijke route van art. 6:159 BW. In het geval van de civielrechtelijke route van art. 6:159 BW is geen instemming van DNB nodig. Een juridische fusie van een schadeverzekeraar of herverzekeraar zonder instemming van DNB is echter niet mogelijk. Ik heb er een tijd over nagedacht waar dit nu eigenlijk uit blijkt en kom tot de volgende redenering. Art. 3:115 Wft verklaart een aantal artikelen van overeenkomstige toepassing bij juridische fusie en juridische splitsing. Zo is op grond van art. 3:115 lid 4 Wft bij een overgang van rechten en verplichtingen met betrekking tot een schadeverzekeraar onder meer de aanhef van art. 3:114 lid 1 Wft van toepassing waarin staat “Een schadeverzekeraar met zetel in Nederland die rechten en verplichtingen krachtens schadeverzekering wenst over te dragen, kan die overdracht met instemming van de Nederlandsche Bank doen plaatsvinden zonder medewerking of instemming van degenen die aan die schadeverzekeringen rechten kunnen ontlenen indien het betreft (…)”. Men kan dit zo lezen dat instemming van DNB niet nodig is als medewerking of instemming wordt verkregen van degenen die aan die schadeverzekeringen rechten kunnen ontlenen. Die medewerking of instemming wordt bij een juridische fusie en een juridische splitsing niet verkregen. Uit de in het vervolg van dit hoofdstuk opgenomen beschrijving van de vennootschapsrechtelijke procedure voor een juridische fusie en juridische splitsing blijkt dat medewerking of instemming van contractspartijen daarvan geen onderdeel uitmaakt. Art. 3:115 lid 5 Wft verklaart bij een overgang van rechten en verplichtingen met betrekking tot een herverzekeraar art. 3:114a, eerste lid, aanhef Wft van toepassing. Die aanhef is mutatis mutandis gelijk aan de aanhef van art. 3:114 lid 1 Wft.
Waarom is hiervoor gekozen?
De vraag die uiteraard eerst moet worden beantwoord is waarom ervoor is gekozen de bepalingen in de Wft over de overdracht van een verzekeringsportefeuille analoog van toepassing te verklaren op de overgang van een verzekeringsportefeuille onder algemene titel door juridische fusie of juridische splitsing. De parlementaire geschiedenis is hierover erg summier en komt erop neer dat de bescherming die nodig is bij een portefeuilleoverdracht (dus: de overdracht van de rechten en verplichtingen uit verzekeringsovereenkomsten onder bijzondere titel) ook nodig zou zijn bij de overgang van verzekeringsportefeuilles onder algemene titel. In onderstaande tabel heb ik de details van de wetshistorie ten aanzien van juridische fusie en juridische splitsing van verzekeraars3 beschreven. Voor een beschrijving van de wetshistorie van de wettelijke regeling van de overdracht van verzekeringsportefeuilles verwijs ik naar hoofdstuk 2 van dit proefschrift.
1 januari 1984
De juridische fusie is voor naamloze vennootschappen per 1 januari 1984 in de Nederlandse wet geïntroduceerd door de Wet van 19 januari 1983, Staatsblad 1983, 594. Dat de regeling van de portefeuilleoverdracht ook van toepassing is bij een juridische fusie van levensverzekeraars en van schadeverzekeraars is al meteen het geval per de datum van inwerkingtreding van de regeling van de juridische fusie.
In de Derde nota van wijziging van 30 maart 19825 werd het wetsontwerp over de juridische fusie namelijk gewijzigd door het invoegen van twee artikelen:
(1) een artikel dat artikel 38 van de Wet op het levensverzekeringbedrijf 1923 wijzigt in: “Met overdracht van alle verbintenissen wordt gelijkgesteld de overgang van deze verbintenissen bij fusie. De artikelen 34-37 zijn van overeenkomstige toepassing.” en
(2) een artikel dat artikel 39 lid 2 van de Wet op het schadeverzekeringsbedrijf als volgt laat luiden: “Met overdracht van alle verbintenissen wordt gelijkgesteld de overgang van deze verbintenissen bij fusie. De artikelen 40 en 41, eerste, derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.”
Daarbij werd de volgende toelichting gegeven:
“Zowel de Wet op het levensverzekeringbedrijf (Stb. 1922, 716, artikelen 34-38) als de Wet op het schadeverzekeringsbedrijf (artikelen 39-41) kennen een van het civiele recht afwijkende regeling van de overdracht van verbintenissen uit het levensverzekeringsbedrijf, respectievelijk van verbintenissen uit overeenkomsten van schadeverzekering.
Deze bijzondere regelingen dienen de bescherming van de belangen van degenen die (geen verzekeraar zijnde) aan de verzekeringsovereenkomsten rechten kunnen ontlenen. Deze bescherming is ook nodig bij overgang van verbintenissen ten gevolge van door het ontwerp bestreken fusies van verzekeraars.
Ten einde ook in die gevallen de verzekeringnemers dezelfde bescherming te bieden als in geval van een overdracht van verbintenissen wordt daarom voorgesteld dat alsdan de voorschriften omtrent overdracht van verbintenissen uit de betrokken toezichtwetgeving moeten worden nageleefd.
Van deze voorschriften is artikel 41, tweede lid van de Wet op het schadeverzekeringsbedrijf uitgezonderd. Dit lid bepaalt wanneer de overdracht van kracht wordt. Voor een fusie is dit op iets andere wijze geregeld in de eerste zin van het voorgestelde artikel 318, lid 1 van boek 2 BW. Op de bevoegdheden van de Verzekeringskamer en op de rechten van verzekeringnemers heeft dit verschil geen invloed. (…)”.
1 januari 1986
Bij de inwerkingtreding van de Wet toezicht schadeverzekeringsbedrijf6 werd ook (dus: net zoals in de Wet op het schadeverzekeringsbedrijf) bepaald dat met overdracht van alle rechten en verplichtingen uit of krachtens overeenkomsten van schadeverzekering wordt gelijkgesteld de overgang van rechten en verplichtingen bij fusie (art. 51 lid 2). Ter toelichting daarop staat in de parlementaire geschiedenis7 daarvan alleen maar: “Het nieuwe tweede lid is ontleend aan een wijziging van artikel 39 van de bestaande Wet op het schadeverzekeringsbedrijf, aangebracht bij artikel V van de Wet van 19 januari 1983, Stb. 59, houdende regeling van de fusie van naamloze vennootschappen.” Bij geen van de wijzigingen nadien is ten aanzien van de desbetreffende bepalingen een toelichting opgenomen.
8 juni 1987
Naderhand werd de regeling van de juridische fusie ook uitgebreid tot onderlinge waarborgmaatschappijen.8 Aangezien de per 1 juni 1987 van kracht geworden Wet toezicht verzekeringsbedrijf in het algemeen sprak over (juridische) fusie en niet over fusie van een verzekeraar in de vorm van een naamloze vennootschap, was de regeling van de portefeuilleoverdracht dus meteen ook van toepassing bij een juridische fusie van onderlinge waarborgmaatschappijen.
1 januari 1996
In de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf9 koos men er ook voor de overdracht van rechten en verplichtingen (in dit geval dus van natura-uitvaartverzekeringen) gelijk te stellen aan de overgang van deze rechten en verplichtingen bij een fusie als bedoeld in art. 2:309 BW. De parlementaire geschiedenis geeft geen toelichting.
1 februari 1998
De juridische splitsing is ingevoerd met de Wet van 24 december 1997, Staatsblad 1997, 776.10 In deze wet werden niet alleen wetsartikelen over juridische splitsing toegevoegd aan Titel 7 van Boek 2 BW, maar werden ook wijzigingen aangebracht in de Wet toezicht verzekeringsbedrijf en de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf. Dat de regeling van de portefeuilleoverdracht ook van toepassing is bij een juridische splitsing was dus meteen het geval per de datum van inwerkingtreding van de regeling van de juridische splitsing.
In de artikelen 121, vijfde lid, en 129, zevende lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf en artikel 52, vijfde lid, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf werd na de zinsnede over juridische fusie de zinsnede “’of bij een splitsing als bedoeld in artikel 334a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek” ingevoegd. In de Kamerstukken11 werd daar alleen maar kort over opgemerkt dat deze wetten zo werden aangevuld, dat de regeling voor juridische fusie ook op splitsingen van toepassing zal zijn.
1 januari 2007
Bij de invoering van de Wet op het financieel toezicht is het commentaar op art. 3:115 in de Kamerstukken12 ook uiterst summier: “Dit artikel is naar inhoud grotendeels gelijk aan de artikelen 52, vijfde lid van de Wtn en 121, vijfde lid, en 129, zevende lid, van de Wtv 1993. Art. 3:115 bepaalt dat met de portefeuilleoverdracht wordt gelijkgesteld de overgang van de rechten en verplichtingen bij een fusie of bij een splitsing en dat in dat geval de bepalingen betreffende de portefeuilleoverdracht van toepassing zijn. Het tweede, derde en vierde lid verklaren daartoe een aantal bepalingen uit deze afdeling van overeenkomstige toepassing op een overgang bij fusie of splitsing.”
15 juli 2008
Sinds 15 juli 2008 is in Titel 7 van Boek 2 BW ook de grensoverschrijdende juridische fusie geregeld.13 Het toepassingsgebied van de fusieregeling werd verruimd tot grensoverschrijdende fusies van bepaalde rechtspersonen. Daarbij werd aan artikel 308 een nieuw lid toegevoegd dat onder meer bepaalt dat Titel 7 tevens van toepassing is op een naamloze vennootschap die fuseert met een kapitaalvennootschap naar het recht van een andere lidstaat van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte. Een grensoverschrijdende fusie is dus ook een fusie als bedoeld in art. 2:309 BW. Art. 3:115 Wft behoefde dus niet aangepast te worden om te bewerkstelligen dat ook in geval van een grensoverschrijdende juridische fusie de daarin genoemde artikelen uit de Wft-regeling van de portefeuilleoverdracht van overeenkomstige toepassing zijn.
1 januari 2009
Art. 3:115 Wft werd op 1 januari 2009 gewijzigd door de zogenoemde Reparatiewet Wft.14 Alhoewel uit het opschrift van §3.5.1a.1 al afgeleid kon worden dat dit artikel betrekking had op verzekeraars met zetel in Nederland was dat niet opgenomen in art. 3:115 Wft. Dit werd alsnog toegevoegd. Ook was over het hoofd gezien in de daarna opgenomen paragrafen over portefeuilleoverdracht, dus de paragrafen over levensverzekeraars en schadeverzekeraars met zetel in een andere lidstaat (§3.5.1a.2), over levensverzekeraars en schadeverzekeraars met zetel in een staat die geen lidstaat is (§3.5.1a.3) en natura-uitvaartverzekeraars met zetel in een niet-aangewezen staat (§3.5.1a.4), een artikel op te nemen waardoor een juridische fusie en juridische splitsing werden gelijkgesteld aan de daar omschreven overdrachten. Ook dit wetstechnische gebrek werd hersteld door deze Reparatiewet Wft door het invoegen van de wetsartikelen 3:122a, 3:127a en 3:131a Wft. De Kamerstukken15 bevatten hierover alleen redactionele toelichting. Dat men over het hoofd had gezien de gelijkstelling van een algehele portefeuilleoverdracht met een fusie of splitsing als bedoeld in artikel 2:309 respectievelijk 2:334a Wft ook te regelen voor verzekeraars met zetel elders was overigens al snel na de invoering van de Wft onderkend. De Tijdelijke regeling invoering Wft16 werd daarom op 9 oktober 2007 met terugwerkende kracht tot 1 januari 2007 gewijzigd door daar een artikel aan toe te voegen dat bepaalde dat art. 3:115 Wft van overeenkomstige toepassing is op overdrachten als bedoeld in art. 3:122, eerste en tweede lid, 3:126, eerste lid, 3:127, eerste lid, en 3:131, eerste lid van die wet. Deze tijdelijke regeling werd na de invoering van de Reparatiewet Wft per 12 februari 2009 ingetrokken.17
1 januari 2016
Op 1 september 2008 werd wettelijk toezicht op herverzekeraars ingevoerd.18 Daarbij werd ook een nieuw artikel 3:114a Wft van kracht op grond waarvan een herverzekeraar met zetel in Nederland die rechten en verplichtingen uit herverzekering wenst over te dragen, die overdracht met instemming van DNB kan doen plaatsvinden zonder medewerking of instemming van degenen die aan die herverzekeringen rechten kunnen ontlenen. Alhoewel daarbij ook in andere Wft-artikelen wijzigingen werden aangebracht, werd nagelaten ook art. 3:115 Wft aan te passen. Art. 3:115 Wft werd alsnog gewijzigd op 1 januari 2016. Deze wijziging werd namelijk meegepakt in de Implementatiewet richtlijn solvabiliteit II.19 In lid 1 werden ook herverzekeringen en herverzekeraars vermeld en er werd een nieuw lid 5 toegevoegd: “Op een overgang als bedoeld in het eerste lid met betrekking tot een herverzekeraar met zetel in Nederland, zijn de artikelen 3:114a, eerste lid, aanhef en onderdeel a, 3:116, 3:118a en 3:120, eerste en derde lid, van overeenkomstige toepassing”. Het interessante is dat de Kamerstukken aangeven dat in de toezichtpraktijk duidelijk behoefte is aan een rol van DNB bij een juridische fusie en juridische splitsing van herverzekeraars.20 De per 1 september 2008 ingevoerde regeling voor portefeuilleoverdracht werd door de herverzekeraars maar zeer zelden gebruikt. Zie hoofdstuk 6.10 van dit proefschrift. De herverzekeraars kozen blijkbaar in de praktijk voor de civielrechtelijke route of de juridische fusie. Ik neem aan dat zo vaak voor de juridische fusie werd gekozen dat DNB de behoefte begon te voelen daarbij een rol te hebben.
De toelichting in de parlementaire geschiedenis over de reden waarom voor deze gelijkstelling (van de juridische fusie en de juridische splitsing met een overdracht van de portefeuille onder bijzondere titel) is gekozen, is dus al met al zeer summier. De bespreking van art. 3:115 Wft (en de voorlopers daarvan) in de juridische literatuur bevat ook geen verdere analyse maar heeft voornamelijk betrekking op de consequenties ervan.21
Boshuizen komt overigens nog met de opmerking dat deze gelijkschakeling van de juridische fusie en de juridische splitsing met portefeuilleoverdrachten geen eis is die uit de Europese richtlijnen voortvloeit.22
Kort en goed trek ik daarom de conclusie (de bewoordingen in Kamerstukken II 1981/82, 16453, nr. 13, p. 2 bij de invoering van de juridische fusie en Kamerstukken II 2011/12, 33273, nr. 3, p. 46 in ogenschouw nemende) dat er in de toezichtpraktijk van DNB met het oog op de bescherming van de belangen van verzekeringnemers blijkbaar behoefte aan was om niet alleen bij de overdracht van verzekeringsportefeuilles en bij de overdracht van een gekwalificeerde deelneming23 in een verzekeraar toezicht uit te oefenen,24 maar ook bij een juridische fusie en een juridische splitsing, en dat men vervolgens voor deze gelijkstelling heeft gekozen omdat een ander juridisch middel (zoals in de bancaire sector eventueel art. 3:96 lid 1 onder e Wft inzake het toezicht op een financiële of vennootschappelijke reorganisatie van een bank van dienst kan zijn)25 ontbreekt.