Einde inhoudsopgave
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/7.2.b
7.2.b Wet versterking cassatierechtspraak
mr. G. Pesselse, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. G. Pesselse
- JCDI
JCDI:ADS608338:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie Kamerstukken II 2010/11, 32576, nr. 3, p. 8 over de Wet prejudiciële vragen civiele kamer en de toename in verzoeken tot cassatie in het belang der wet door de procureur-generaal bij de Hoge Raad.
Kamerstukken II 2010/11, 32576, nr. 3, p. 2; verder uitgewerkt in Kamerstukken II 2010/11, 32576, nr. 6, p. 3-7.
Kamerstukken II 2010/11, 32576, nr. 3, p. 1-3, 14; Kamerstukken II 2010/11, 32576, nr. 6, p. 13; Kamerstukken I 2011/2012, 32576, nr. C, p. 2; aldus ook Snijders 2011, p. 83.
Kamerstukken II 2010/11, 32576, nr. 3, p. 1, 3.
Kamerstukken II 2010/11, 32576, nr. 3, p. 1, 3, 14; Kamerstukken II 2010/11, 32576, nr. 6, p. 1, 2, 4, 13; Kamerstukken I 2011/12, 32576, nr. C, p. 2; Handelingen II 2011/12, nr. 5, p. 4.46.
De toelichting stelt nadrukkelijk geen vermindering van de begroting van de Hoge Raad in het vooruitzicht, Kamerstukken I 2011/12, 32576, nr. C, p. 2.
Kamerstukken II 2010/11, 32576, nr. 3, p. 8-9, 14.
Kamerstukken II 2010/11, 32576, nr. 3, p. 6; Kamerstukken II 2010/11, 32576, nr. 6, p. 13-14; Handelingen II 2011/12, nr. 5, p. 4.45.
De handschoen van de Commissie Hammerstein I is snel opgepakt. Naast wetgeving over prejudiciële vragen en intensivering van cassatie in het belang der wet is in 2012 de Wet versterking cassatierechtspraak in werking getreden. Deze wet introduceerde onder meer artikel 80a RO, dat kan worden beschouwd als de voorlopige neerslag van de hiervoor beschreven plannen en gedachten over een verlofstelsel in cassatie. Hieronder worden de probleemstelling, ratio en strekking van de Wet versterking cassatierechtspraak uiteengezet. Deze wetsgeschiedenis kan licht doen schijnen op de betekenis van artikel 80a RO en de toepassing daarvan door de Hoge Raad.
De Wet versterking cassatierechtspraak is bedoeld om de Hoge Raad in staat te stellen zich als cassatierechter te concentreren op zijn kerntaken.1 Een adequate uitvoering van deze kerntaken staat volgens de toelichting onder druk doordat enerzijds cassatie wordt ingesteld in zaken die zich niet lenen voor een beoordeling in cassatie, en doordat anderzijds sommige kwesties waarin een uitspraak van de Hoge Raad wenselijk is de Hoge Raad juist niet of niet tijdig bereiken.2 De Wet versterking cassatierechtspraak wil op zichzelf vooral het probleem van overschot het hoofd bieden.3 Vooral de strafsector van de Hoge Raad kampt met een te grote werklast, omdat (i) meer zaken van (ii) toenemende complexiteit aan de Hoge Raad worden voorgelegd. Bovendien is (iii) “een trend waarneembaar van een toenemend aantal kansloze of voor cassatie ongeschikte zaken dat bij de Hoge Raad wordt aangebracht”, aldus de memorie van toelichting.4 Deze toename van (kansloze) beroepen is niet enkel op zichzelf problematisch, maar trekt vooral een wissel op de adequate uitvoering van de kerntaken van de Hoge Raad, in de toelichting klassiek opgevat als het bewaken van rechtseenheid, bevorderen van rechtsontwikkeling en verlenen van rechtsbescherming.5
De kwantitatieve en kwalitatieve problemen kunnen volgens de toelichting niet binnen het bestaande stelsel worden opgelost. Van de mogelijkheid tot verkorte motivering uit artikel 81 RO wordt opgemerkt dat de toepassingsgrenzen ervan in zicht zijn.6 Om de beschreven problemen aan te pakken, bevat de Wet versterking cassatierechtspraak daarom twee samenhangende nieuwe oplossingen. Ten eerste wordt invoering voorgesteld van in cassatie gespecialiseerde verplichte procesvertegenwoordiging, omdat daardoor vermoedelijk minder of in elk geval minder ondeugdelijke cassatieschrifturen worden ingediend.7 Ten tweede wordt invoering voorgesteld van artikel 80a RO, inhoudende “de mogelijkheid tot niet-ontvankelijkverklaring van een cassatieberoep door de Hoge Raad aan het begin van de procedure”, door de wetgever aangeduid als selectiemechanisme.8
Dit selectiestelsel moet verschillende doelen dienen. Voor betere inzet van de capaciteit van de Hoge Raad is ten eerste nodig dat aan kansloze zaken minder capaciteit wordt besteed.9 In zoverre is het voorstel duidelijk gericht op werklastvermindering, maar niet als ultiem doel.10 Hiernaast voorziet de wetgever voorts tijdwinst in de behandeling van cassatieberoepen, waardoor zaken sneller onherroepelijk worden en de werkvoorraad en doorlooptijden in cassatie afnemen. Verwacht wordt bovendien dat daardoor “het instellen van cassatie om uitstel van executie te bereiken aan aantrekkingskracht zal inboeten en dat minder kansloze beroepen worden ingediend waardoor in minder zaken de redelijke termijn wordt overschreden”.11 Aldus besparen ook de partijen kosten.12 Samengevat sluit de Wet versterking cassatierechtspraak wat betreft probleem- en doelstelling nauw aan bij het rapport van de Commissie Hammerstein I.