Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/3.3.2.1
3.3.2.1 Negatieve zelfstandigheidstoets
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291166:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 3 maart 2005, zaak C-472/03, BNB 2006/124, m.nt. Van Hilten, r.o. 21 (Arthur Andersen).
HvJ EG 26 maart 1987, nr. 235/85, FED 1987/341, m.nt. Bijl, r.o. 14 (Commissie/Nederland), HvJ EG 25 juli 1991, zaak C-202/90, V-N 1991/2550, 21 (Ayuntamiento de Sevilla), HvJ EG 27 januari 2000, zaak C-23/98, BNB 2000/297, m.nt. Van Zadelhoff (Heerma), HvJ EG 18 oktober 2007, zaak C-355/06, BNB 2008/52, m.nt. Van der Paardt (Van der Steen) en HvJ EU 13 juni 2019, zaak C-420/18, BNB 2020/125, m.nt. Bijl (IO).
HvJ EG 25 juli 1991, zaak C-202/90, V-N 1991/2550, 21, r.o. 10 (Ayuntamiento de Sevilla) en HvJ EU 13 juni 2019, zaak C-420/18, BNB 2020/125, m.nt. Bijl, r.o. 33 en 34 (IO).
Naar het oordeel van het Hof van Justitie komt art. 10 Btw-richtlijn slechts om de hoek komt kijken indien een arbeidsverhouding bestaat.1 Het Hof wijst in dit verband terecht op het gebruik van de begrippen ‘loontrekkende’ en ‘werkgever’. Die uitleg verklaart tevens waarom art. 10 Btw-richtlijn in de jurisprudentie van het Hof van Justitie slechts aan bod komt wanneer degene die de activiteit verricht, de ‘eenieder’, een natuurlijk persoon is.2 Conform de bewoordingen van art. 10 Btw-richtlijn maakt het Hof een onderscheid tussen natuurlijke personen die voor hun werkzaamheden een vergoeding ontvangen op grond van een arbeidsovereenkomst met zijn werkgever (juridische ondergeschiktheid) en natuurlijke personen die voor hun activiteiten een vergoeding ontvangen op grond van een andere juridische band waaruit een verhouding van ondergeschiktheid ontstaat ten aanzien van de arbeids- en bezoldigingsvoorwaarden en de verantwoordelijkheid van de werkgever (feitelijke ondergeschiktheid).3 In de volgende paragrafen komen die ondergeschiktheidssituaties achtereenvolgens aan bod.
3.3.2.1.1 Juridische ondergeschiktheid3.3.2.1.2 Feitelijke ondergeschiktheid