Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/2.4.3.1
2.4.3.1 Discretionaire bevoegdheid Belastingdienst
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661614:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Zie Gribnau 2015a: par. 8.3.1: ‘The law does indeed leave the tax administration room for an informal cooperative compliance strategy.’; Huiskers-Stoop 2015, p. 134-135.
Rijksbegroting 2016 (Ministerie van Financiën), Kamerstukken II 2015/2016, 34300 IX, nr. 2, onderdeel 3, p. 49.
Belastingdienst, Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2022, p. 9.
Feteris 2007, p. 5: ‘Ook burgers hebben er belang bij dat de belastingdienst zijn werk tijdig en tegen beperkte uitvoeringskosten kan verrichten.’ Gribnau 1998 p. 149: ‘Een effectieve uitvoering van de wet – dus toepassing én ‘invulling’ door het bestuur – is uiteraard een rechtsstatelijk belang.’
Dijkstra 1991, par. 11.2; Scheltema 1989, p. 21.
In de context van beleidsregels: in HR 21 oktober 1992, nr. 28 649, BNB 1993/35 beriep belanghebbende zich op toepassing van het gelijkheidsbeginsel, maar volgens de Hoge Raad stuitte dit af op een rechtvaardigingsgrond voor een ongelijke behandeling (r.o. 3.2). In het betreffende beleid was namelijk vermeld dat het ‘streven naar een verbeterd aangiftegedrag’ en ‘doelmatigheidsredenen’ ertoe hebben geleid voor uiteenlopende groepen van gevallen regels te geven voor het per groep over bepaalde belastingjaren te voeren navorderings- en verhogingsbeleid. Hierin ligt volgens de Hoge Raad een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor het verschil in behandeling.
Zie Belastingdienst Jaarplan 2019; Belastingdienst Jaarplan 2020; Belastingdienst Jaarplan Communicatie 2020; Belastingdienst, Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2022; Handhavingsstrategie Belastingdienst 2017, p. 9.
Beleidsdoorlichting Dienstverlening Belastingdienst 2020 en Beleidsdoorlichting Dienstverlening Belastingdienst 2015.
In de uitvoeringspraktijk heeft voorlichting naast een informatie-, dienstverlenings-, en rechtszekerheidsfunctie, ook een compliancefunctie (zie paragraaf 2.3.4). De inzet van de voorlichtende taak met oog op compliancebevordering kan strikt genomen verder gaan dan het enkel informeren van de burger over en wegwijs maken in het belastingrecht. Het is niet enkel gericht op informatieoverdracht (kennis, rechtszekerheid), maar óók gericht op nakoming (gedrag). De compliancefunctie dient dus een ander doel. Vanuit uitvoeringsperspectief is dat overigens logisch: met alleen het beschikken van informatie over fiscale wet- en regelgeving (‘weten’) heeft de burger de belastingaangifte nog niet gedaan (‘doen’), terwijl juist dat laatste nodig is voor naleving door de burger van zijn fiscale verplichtingen. De Belastingdienst heeft daarbij als uitvoerder een belang. Voor belastingheffing is compliance nodig, waarbij zowel overcompliance als undercompliance ongewenst zijn.
Mijns inziens is de compliancefunctie van voorlichting juridisch bezien toelaatbaar, zij het binnen de grenzen van het recht. De juridische basis kan worden gevonden in de algemene discretionaire bevoegdheid van de Belastingdienst bij de uitvoering van zijn taken.1 Bij de uitvoering van fiscale wet- en regelgeving geldt dat de Belastingdienst zijn uitvoeringstaak, gezien de schaarse middelen en de massaliteit van de belastingheffing, op efficiënte en doelmatige wijze moet inrichten en zijn capaciteit zo efficiënt mogelijk inzet.2 Zie in dit kader de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2022 de over de keuzes in de strategie:
‘Het kiezen moet gericht en bewust gebeuren. Het is immers van belang om die aanpak te kiezen die het beste bijdraagt aan een blijvend goed nalevingsgedrag. Ook vanuit het oogpunt van kostenbeheersing is het noodzakelijk om bewust te kiezen omdat de kosten van de verschillende handhavingsinstrumenten verschillen; vergelijk bijvoorbeeld de kosten van een voorlichtingsbrief met de kosten van een boekenonderzoek.’3
Bovendien is een efficiënte belastingheffing, waaraan goede voorlichting, bijdraagt vanzelfsprekend ook in het belang van burgers.4 In zoverre past de compliancefunctie van voorlichting binnen een efficiënte, doelgerichte en doelmatige uitvoering. Efficiënte en effectieve uitvoering is een rechtsstatelijke eis aan overheidshandelen (beginsel van de dienende overheid).5 Hieruit volgt dat de Belastingdienst dus de ruimte en de bevoegdheid heeft – er zelfs toeis gehouden – om bij de uitvoering van zijn taken een aanpak te hanteren waarmee uit oogpunt van efficiëntie en doelmatigheid nalevingsgedrag van burgers wordt gestimuleerd.6 Uiteraard is die bewegingsruimte wel begrensd en genormeerd (paragraaf 2.4.3.2).
De Belastingdienst geeft in bijvoorbeeld Jaarplannen en zijn handhavingsstrategie toelichting op gemaakte keuzes in de uitvoeringsstrategie.7 In beleidsdoorlichtingen reflecteert de Belastingdienst op onder andere de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde beleid.8 Dit draagt mijns inziens bij aan transparantie en verantwoordelijkheid. Bovendien dwingt dit tot afwegingen en maakt het de gekozen aanpak (beter) controleerbaar; zij het dat daarbij niet met enkel ‘tandeloze’ correctiemechanismes kan worden volstaan.