Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/3.3.2
3.3.2 Terminologie: EU, EG en EER
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS399516:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van 18 april 1951, Trb. 1951, 82.
Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap van 25 maart 1957, Trb. 1957, 91 en 74.
Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van 25 maart 1957, Trb. 1957, 75.
Verdrag tot instelling van een Raad en een Europese Commissie van de Europese Gemeenschappen, 67/443/EEG en 67/27/Euratom, Pb. 1967, L 15/2.
Europese Akte van 28 februari 1986, Pb. 1987, L 169/1.
Art. 14 lid 2 EG-Verdrag.
Art. 95 EG-Verdrag.
Verdrag van Amsterdam van 2 oktober 1997, Pb. C 340.
Verdrag van Nice van 26 februari 2001, Pb. C 80.
De totstandkoming van het Verdrag van Lissabon kende vele obstakels. Aanvankelijk werd gesproken over een ‘Grondwettelijk Verdrag’ uit 2004. Dit Verdrag struikelde over referenda in Frankrijk en Nederland. Nieuwe onderhandelingen leidden tot het Hervormingsverdrag uit 2007, dat ook maar moeizaam de eindstreep haalde, na een afwijzend referendum in Ierland en procedures voor de constitutionele gerechten in Duitsland en Tsjechië. Ook de Tsjechische President heeft tot het laatste moment onzekerheid laten bestaan over de vraag of hij zijn handtekening onder het Verdrag zou plaatsen. Ook bestonden in Polen aarzelingen. Uiteindelijk is in november 2009 de Tsjechische handtekening – als laatste van de lidstaten – in Rome gedeponeerd, waarmee het Verdrag op 1 december 2009 in werking kon treden.
Van Ooik, p. 38
Zie art. 217 Werkingsverdrag.
Zie voor het onderscheid tussen primair en secundair EU-recht par. 3.3.4.
Wanneer moeten wij spreken van EU, wanneer van EG en wanneer komt de EER in beeld
In 1951 wordt, als eerste van de Europese Gemeenschappen, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS)1 opgericht, in 1957 gevolgd door de Europese Economische Gemeenschap (EEG)2 en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom)3 . In 1965 wordt vervolgens een verdrag gesloten tot fusie van de uitvoeringsorganen van de drie Gemeenschappen (er komt daarmee één Commissie en één Raad).4
In 1986 wordt de Europese Akte5 ondertekend, waarbij het EEG-Verdrag voor de eerste keer ingrijpend wordt gewijzigd. Tot dan toe was een der belangrijkste doelen van de EEG het creëren van een gemeenschappelijke markt. Het accent lag op economische integratie. Met de Europese Akte wordt het begrip interne markt, omschreven als een ruimte zonder binnengrenzen waarin het vrije verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal is gewaarborgd, geïntroduceerd.6
Belangrijk daarbij is dat een nieuwe rechtsgrondslag, een nieuwe bevoegdheid, aan de EEG werd toebedeeld. Vanaf dat moment kan de EEG in brede zin harmonisatiemaatregelen treffen, die de instelling en de werking van de interne markt betreffen.7 De latere richtlijnen op het terrein van de WA-motorrijtuigverzekering worden op die grondslag gestoeld.
De EU doet in 1992 haar intrede met het Verdrag van Maastricht. Bij diezelfde gelegenheid wordt ook het EEG-Verdrag gewijzigd en wordt het ’omgedoopt’ in EG-Verdrag.
Bij het Verdrag van Amsterdam8 van 1997 en het Verdrag van Nice9 van 2001 worden zowel het EU- als EG-Verdrag opnieuw gewijzigd.
De EGKS, die voor een vaste periode van vijftig jaar was opgericht, komt ten einde op 23 juli 2002.
Met de inwerkingtreding op 1 december 2009 – na een moeizame wordingsgeschiedenis tot op het laatste moment – van het Verdrag van Lissabon is het recht van de EU gebaseerd op twee verdragen.10 Het ene verdrag is het vernieuwde Verdrag betreffende de Europese Unie (het VEU of EU-Verdrag). Het andere is het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, het VWEU of Werkingsverdrag. Het EU-Verdrag bevat daarbij, aldus Van Ooik, het constitutionele recht. In hetWerkingsverdrag zijn de materiële beleidsterreinen samengebracht.11 Het Werkingsverdrag bevat onder meer de materie van het voormalige EG-Verdrag.
In het navolgende zullen de termen EG en Europese Gemeenschap dan ookworden vermeden, behalve waar dat voor een goed begrip niet mogelijk is.
Dan moet nog worden stilgestaan bij de Europese Economische Ruimte (EER). De EER is gebaseerd op een overeenkomst van associatie, door de lidstaten van de EU gesloten met de landen van de Europese Vrijhandels Associatie (EVA).12 Deze EVA bestaat thans nog uit IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland. Het acquis communautaire (het totale pakket aan bestaand EU-recht, dat wil zeggen niet alleen het primaire en het secundaire recht, maar ook de jurisprudentie van het Hof van Justitie) wordt vrijwel integraal door de EER-partners overgenomen.13 Dat geldt ook voor het terrein van de motorrijtuigverzekering. Een uitzondering vormt Zwitserland, dat het acquis communautaire niet overneemt.
Dit betekent dat wat in dit boek wordt beschreven voor de lidstaten van de EU, ook opgaat voor de landen van de EVA, met uitzondering van Zwitserland. EU- en EVA-landen samen vormen de EER. Waar in dit boek van lidstaten wordt gesproken, worden de landen van de EER bedoeld, tenzij uitdrukkelijk anders vermeld. De bijzondere positie van Zwitserland zal op bepaalde plaatsen worden besproken, omdat die op het terrein van de motorrijtuigverzekering en de schadeafhandeling tot bijzondere vraagstukken (en oplossingen) leidt.