Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/9.2.1.2
9.2.1.2 Wetsgeschiedenis
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS372116:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken TK 9596, nr. 3 (MvT), p. 8 en 9.
De wetgever werkt dit vervolgens uit. De schorsing of de vernietiging van een besluit is volgens de wetgever de minst ingrijpende eindvoorziening. Deze eindvoorziening is geïndiceerd als niet het hele beleid op de helling hoeft. Als diep ingrijpend omschrijft de wetgever het schorsen, ontslaan en tijdelijk aanstellen van bestuurders en commissarissen. Daarvoor zou aanleiding zijn, indien de rechtspersoon in een impasse verkeert. De wetgever vervolgt dat enkel indien deze impasse niet op een andere manier kan worden doorbroken, de ontbinding van de rechtspersoon aan de orde kan zijn. Dat is het uiterste middel.
Zie par. 9.1.2.
TK 95 96, nr. 3 (MvT), p. 9.
Dat een proportionaliteitstoets bij het treffen van eindvoorzieningen dient plaats te vinden, blijkt ten eerste uit de wetsgeschiedenis. In de toelichting bij de voorlopers van art. 2:355 BW en art. 2:356 BW (art. 54 WvK en 54a WvK)1 legt de wetgever uit dat eindvoorzieningen moeten worden afgestemd op de aard en ernst van het wanbeleid en geen verdergaande maatregelen neemt dan nodig.2 De ondernemingskamer dient dus het subsidiariteitsbeginsel in acht te nemen. Dat is een uitwerking van het proportionaliteitsbeginsel.3
Ook uit de toelichting van de wenselijkheid van de mogelijkheid om de gevolgen van eindvoorzieningen te kunnen regelen,4 blijkt dat het proportionaliteitsvereiste in acht moet worden genomen. Als voorbeeld noemt de wetgever dat het vernietigen van een besluit onaanvaardbare consequenties kan hebben voor derden. De wetgever vindt het daarom nodig dat de ondernemingskamer de bevoegdheid heeft om bij de vaststelling van de gevolgen van haar beslissingen rekening te houden met alle in aanmerking komende belangen. Dat impliceert een opdracht om dat vervolgens ook te doen.