Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/13.5:13.5 Tot besluit
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/13.5
13.5 Tot besluit
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoewel dit onderzoek een aantal kwetsbaarheden in de praktijk heeft blootgelegd, is er geen reden tot pessimisme. De laatste jaren is er in de praktijk veel veranderd. De betrouwbaarheidsproblematiek is stevig op de kaart komen te staan. Daarnaast zijn er belangrijke initiatieven genomen tot het verbeteren van de controleerbaarheid van het vooronderzoek en de rechterlijke beslissing, waarbij kan worden gedacht aan de Aanwijzing AVR en het motiveringsproject Promis. Deze initiatieven komen vooral voort uit de praktijk. Duidelijk is dat men daar openstaat voor nieuwe ideeën en werkwijzen. Zo is in de afgelopen jaren ook het begrip ‘scenario’ ingeburgerd geraakt en is de ‘vanzelfsprekendheid’ van de onderzoeksresultaten zoals neergelegd in het dossier afgenomen. Naar mijn stellige overtuiging spelen ook de ontwikkelingen in de techniek daarbij een belangrijke rol. Steeds vaker treft men bij het dossier een cd-rom met beeldmateriaal aan. Mijn ervaring is dat als opsporingsambtenaren in een proces-verbaal van bevindingen schrijven de verdachte naar aanleiding van gemaakte camerabeelden van een delict voor honderd procent te herkennen, rechters zelf ook de beelden willen zien om die herkenning te kunnen toetsen en zij niet meer blind (hoeven te) varen op de bevindingen van verbalisanten. In bepaalde gevallen komt men tot de ontdekking dat de kwaliteit van die ‘honderd-procent-herkenningen’ soms te wensen overlaat, hetgeen aanleiding is om ook een volgende keer de beelden te willen bekijken. De techniek genereert op die wijze haar eigen behoefte. De ontwikkelingen rondom het digitale dossier zullen het in de toekomst veel gemakkelijker maken om dergelijk materiaal in het dossier op te nemen en voor een ieder toegankelijk te maken. Daarbij zullen vanzelfsprekend nieuwe en interessante vragen rijzen. Belangrijk is om te constateren dat hier winst valt te behalen: naar verwachting zal meer rechtstreekse toegang tot het authentieke materiaal in het bestaande strafproces de kwaliteit van de rechterlijke beslissing ten goede komen en de rechter (nog) meer ontvankelijk maken voor de problemen die spelen bij kennisname van het ‘ruwe’ materiaal. De rechter zou daarbij, zich bewust van de kwetsbaarheden bij de totstandkoming van de getuigenverklaringen, een actievere rol moeten innemen. Zo een actieve rol van de rechter was en is in onze procescultuur nog steeds onontbeerlijk. Er is echter ook een belangrijke taak weggelegd voor de wetgever en de Hoge Raad. Het waken over de kwaliteit van de het strafproces en het bouwen aan een kader voor het toetsen van de betrouwbaarheid is immers een gezamenlijke verantwoordelijkheid.