De bij dode opgerichte stichting
Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/9.1.2.1:9.1.2.1 Ten aanzien van het rechtspersonenrecht
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/9.1.2.1
9.1.2.1 Ten aanzien van het rechtspersonenrecht
Documentgegevens:
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232408:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op de vraag of de bij dode opgerichte stichting ten aanzien van het rechtspersonenrecht bijzonder is ten opzichte van andere stichtingen, kan ik een kort antwoord geven. Zoals ik schreef in hoofdstuk 4, maakt het voor de stichting zelf niet uit of zij wel of niet bij dode is opgericht. De wet kent nergens bepalingen die zijn terug te voeren op de wijze van oprichting.
Wel kan een verschil worden aangewezen tussen de bij uiterste wilsbeschikking opgerichte stichting en de bij gewone notariële akte opgerichte stichting ten aanzien van de vraag of de oprichtingsakte geldig is. In 3.2.2.3 bleek dat de authenticiteitseisen gesteld aan de uiterste wil waarin de uiterste wilsbeschikking tot oprichting van een stichting is opgenomen ten onrechte strikter zijn dan die van een bij gewone notariële akte opgerichte stichting. Op dit aspect kom ik in 9.3.1 terug.
Een ander facet waarbij een bijzonderheid van de bij dode opgerichte stichting valt aan te wijzen ten opzichte van de bij leven opgerichte stichting, is de toepasselijkheid van artikel 2:21 lid 1 letter a BW. Dit betreft de vernietigbaarheid van de oprichtingshandeling bij strijd met de openbare orde of de goede zeden. Deze vernietigingsgrond bestaat niet bij de bij dode opgerichte stichting. Artikel 4:44 BW ‘overrulet’ deze bepaling in voorkomende gevallen door de uiterste wilsbeschikking nietig te verklaren. In 4.7 noemde ik dit onderscheid onbelangrijk.