Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/15.1.4
15.1.4 Ratio in de Nederlandse literatuur
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS301701:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Parlementaire Geschiedenis Boek 6, p. 932.
Ik zou niet zo ver gaan als van Oostrom-Streep 2013, p. 658 door te zeggen dat daardoor de verschaffer van het kwalitatieve recht ongerechtvaardigd verrijkt wordt. De overeenkomst waarbij het kwalitatieve recht wordt bedongen, zal een vergoeding voor de verschaffer ervan inhouden die is afgestemd op de mogelijkheid om het recht over te laten gaan op rechtsopvolgers van de hoofdgerechtigde. Bestaat die mogelijkheid niet, dan zal de vergoeding voor de verschaffer van het kwalitatieve recht ook lager uitvallen.
Du Perron 1991, p. 138.
Zie bijvoorbeeld ook Cahen 2004, p. 28, die opmerkt dat door de automatische verkrijging van kwalitatieve rechten geen toevlucht hoeft te worden genomen tot de ‘meer formele’ contractsoverneming (waarvoor overigens instemming van de wederpartij vereist is).
Parlementaire Geschiedenis Boek 6, p. 927–928; du Perron 1999, p. 242.
In Parlementaire Geschiedenis Boek 6, p. 928 wordt gesproken over het niet overdragen van het kwalitatieve recht vanwege een “vergissing of gebrek aan juridisch inzicht”.
Cahen 2004, p. 28; Hartkamp/van Leuken, van de Moosdijk & Tweehuysen 2017, para. 572.
Du Perron 1991, p. 138.
Beversluis, Groene Serie Verbintenissenrecht, art. 6:251 BW, aant. 5.1 (laatst geraadpleegd 1 juli 2018).
Maeijer 1966, p. 34.
Van der Ploeg 1962, p. 230.
Zie hierover ook de opvattingen van Verstijlen en Cahen, kort aangehaald in randnummer 711.
678. Voor de regeling van de kwalitatieve rechten worden in de literatuur meerdere redenen gegeven. Ik splits deze uit naar de automatische inroepbaarheid van kwalitatieve rechten door de nieuwe rechthebbende van het goed, de mogelijkheid die hij heeft om het verkrijgen van het kwalitatieve recht te weigeren en de vereisten om als kwalitatief recht aangemerkt te worden.
679. Eén van de redenen voor de wetgever om kwalitatieve rechten auto matisch toe te laten komen aan de rechthebbende van het goed was dat daarmee wordt voorkomen dat er niemand meer is die het kwalitatieve recht kan uitoefenen. Na overgang van het goed zou de nieuwe rechthebbende het recht anders niet in kunnen roepen omdat het niet aan hem toe komt, terwijl de oude rechthebbende het recht niet in kan of zal roepen omdat hij er geen belang meer bij heeft.1 Het extra nut dat door het kwalitatieve recht gegenereerd wordt, zou daarmee tenietgaan.2 Het is natuurlijk mogelijk dat de oude en de nieuwe rechthebbende van het goed onderling, buiten art. 6:251 BW om, overeen zouden komen het kwalita tieve recht over te dragen. De regeling van art. 6:251 lid 1 BW sluit aan bij de gedachte dat partijen dit waarschijnlijk in de meeste gevallen zullen willen doen (zie ook randnummer 308 e.v.).3 Een tweede reden voor het automatisch doen toekomen van het kwalitatieve recht aan de rechthebbende van het goed is dus om het rechtsverkeer te vergemakkelijken (zie ook randnummer 312).4 Om te voorkomen dat partijen vergeten het extra nut van het kwalitatieve recht te ‘verzilveren’ terwijl dat wel in hun belang is, bepaalt art. 6:251 BW dat het rechtsgevolg automatisch intreedt.5 Een derde reden voor de inroepbaarheid van het kwalitatieve recht door de rechtheb bende van het goed ligt daarom in de bescherming die deze regeling biedt aan de verkrijger van het goed.6 Een vierde reden, ten slotte, is te vinden in het feit dat de automatische verkrijging van het kwalitatieve recht gekoppeld kan worden aan de automatische ‘verkrijging’ van de met dat kwalitatieve recht samenhangende verplichtingen. Daardoor kan de samenhang tussen overeengekomen rechten en verplichtingen worden behouden. Eenzelfde koppeling van rechten en verplichtingen zou niet plaatsvinden als het kwalitatieve recht zelfstandig overgedragen zou worden.7
680. Om te voorkomen dat de verkrijger van het goed tegen zijn zin een kwalitatief recht krijgt opgedrongen (met eventuele bijbehorende kosten), kan hij weigeren het kwalitatieve recht te verkrijgen (art. 6:251 lid 3 BW). Dit wordt wel verklaard vanuit de gedachte dat overeenkomsten alleen partijen binden; de verkrijger van het goed kan dus niet gedwongen wor den iets extra’s te accepteren waar hij niet over gecontracteerd heeft.8 Voor het rechtsverkeer betekent de mogelijkheid om de verkrijging van een kwalitatief recht te weigeren dat men bij aanschaf van goederen niet erop bedacht hoeft te zijn allerhande verplichtingen (die samenhangen met het kwalitatieve recht) opgelegd te krijgen.9
681. De ratio voor het beperken van de rechten die als kwalitatieve rechten kunnen worden aangemerkt, is tweevoudig. Ten eerste wordt gesteld dat enige vorm van beperking noodzakelijk is, omdat (uiteraard) niet alle bestaande rechten (ook als zij geen enkel verband hebben met een goed) kunnen overgaan wanneer een goed wordt overgedragen.10 Ten tweede wordt dan gezocht naar de ratio voor precies die beperkingen die nu in art. 6:251 lid 1 BW zijn opgenomen. Veel van deze beperkingen zijn van tech nische aard. Specifiek ten aanzien van het vereiste dat de vervreemder van het goed geen belang meer mag hebben bij het kwalitatieve recht, wordt wel opgemerkt dat dit het meest duidelijke criterium is dat kan worden gege ven. De eenvoud van dit criterium blijkt vooral wanneer men het vergelijkt met onder het oude recht gebruikelijke maatstaven als ‘een nauw verband tussen recht en zaak’.11 Door de duidelijkheid die dit vereiste biedt, wordt de rechtszekerheid gediend.12 Een argument dat ik niet heb kunnen terugvinden, is dat door de automatische verkrijging van kwalitatieve rechten te beperken tot rechten waar de vervreemder van het goed geen belang meer bij heeft, wordt voorkomen dat het voor hem onaantrekkelijk wordt om zijn goed over te dragen (zie paragraaf 7.5.4.3). Dit onwenselijke gevolg wordt ook al op twee andere manieren ondervangen. Ten eerste kan de vervreemder van het goed bedingen dat een recht dat hij verkregen heeft niet als kwalitatief recht over zal gaan op de nieuwe rechthebbende van het goed (art. 6:251 lid 4 BW). Daarnaast zijn rechten met een sterk persoonlijk karakter uitgesloten van overgang (zie meer uitgebreid randnummer 709). Dit laatste werkt ook ten gunste van de verschaffer van het kwalitatieve recht.