Wie heeft de leiding?
Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/3.2.5.2:3.2.5.2 Aanleg
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/3.2.5.2
3.2.5.2 Aanleg
Documentgegevens:
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS613682:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken // 2005/06, 29 834, nr. 12, p. 13.
Kamerstukken // 2005/06, 29 834, nr. 12, p. 3.
Kamerstukken // 2005/06, 29 834, nr. 12, p. 2.
Dus hier is niet de relatie tussen aanlegger deelnet en eigenaar hoofdnet aan de orde, maar de relatie aanlegger net en eigenaar grond (die in deze situatie één en dezelfde partij zijn).
De hoofdregel van artikel 5:20, eerste lid BW zou dan alsnog van toepassing zijn.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast aanpassing van artikel 5:20 BW is artikel 3:17, eerste lid BW aangepast met een nieuw sub k zodat de aanleg van een net een inschrijfbaar feit is. De mogelijkheid om de aanleg van netten in te schrijven is niet alleen bedoeld voor netten die pas na inwerkingtreding van de wet (te weten: 1 februari 2007) zijn of worden aangelegd. Ook al vóór de inwerkingtreding van de wet aangelegde en dus bestaande netten kunnen ingeschreven worden in de openbare registers. Naast het aanleggen van een nieuw net, is eveneens een uitbreiding van een bestaand net ofwel de aanleg van een nieuw gedeelte van een reeds bestaand net een inschrijfbaar feit op grond van het nieuwe sub k, evenals de overgang van netten in het kader van fusies, splitsingen of overnames van bedrijven conform artikel 3:17, eerste lid onder a BW.1 Het inschrijven van reeds aangelegde netten zou relevant zijn in het kader van de derden-bescherming ingevolge artikel 3:24 e.v. BW.
Uit de parlementaire geschiedenis volgt dat inschrijving van de aanleg van een net ook meebrengt dat een net vanaf moment van inschrijving als een zelfstandige onroerende zaak kan worden beschouwd. Dit kan worden afgeleid uit de volgende passages:2
`Zoals reeds opgemerkt is een net in beginsel een deelbare zaak in de zin beschreven in Asser-Mijnssen-De Haan, Goederenrecht, 2001, par. 94, waarbij de verkeersopvatting bepaalt waar de afgrenzing van de deelnetten van elkaar mogelijk is. Net zoals verschillende percelen één zaak vormen als zij in handen van één eigenaar zijn en twee zelfstandige zaken ontstaan wanneer die eigenaar een deel van die percelen aan een ander overdraagt, kan ook een deel van een net aan een ander worden overgedragen met als gevolg dat het tot een zelfstandige zaak wordt, mits naar maatschappelijke opvatting afgrenzing van de rest van het net mogelijk is. Doordat die overdracht wordt ingeschreven,
blijkt dit dan ook uit de openbare registers:3 (...) Ook is inschrijving van een deelnet als zelfstandige zaak mogelijk op de grondslag van het voorgestelde artikel 3:17 lid 1 onder k BW, aangenomen dat de aanlegger een ander is dan de eigenaar van het net waarbij het deelnet aansluit. Blijkt uit de registers niet van een inschrijving als hiervoor bedoeld, dan vormt het gehele net één zaak, ook al hebben de tot dat net behorende deelnetten een ander spanningsniveau. (...) Wel is mogelijk hypotheek te vestigen op een deelnet in het geval dat dit net door een inschrijving als bedoeld in artikel 3:17 lid 1 onder k BW of door inschrijving van een overdracht tot een zelfstandige zaak is geworden.'
Uit het voorgaande volgt dat wanneer een deelnet wordt aangelegd en verbonden met een al bestaand (hoofd)net, het deelnet in beginsel bestanddeel wordt van het bestaande (hoofd)net en sprake is van één zelfstandige zaak (zie ook de casus in de uitspraak van de rechtbank Den Haag, par. 3.2.3.3). In het geval het deelnet wordt ingeschreven in de openbare registers dan wordt of blijft het deelnet een zelfstandige zaak (ten opzichte van het hoofdnet). Een hypotheek vestigen op het deelnet is dan mogelijk, zo ook de overdracht van het deelnet.
Een andere vraag die in deze context nog speelt is of de aanlegger door (enkele) inschrijving van een net dat hij volledig in eigen grond heeft aangelegd, kan verzelfstandigen van de grond?4 Reden voor deze vraag is dat verdedigbaar is dat op basis van de (letterlijke) tekst van artikel 5:20, tweede lid BW, de aanleg van een net in eigen grond niet geregeerd wordt door de nieuwe eigendomsregeling.5 Kan de aanlegger het net dus 'enkel' door middel van inschrijving zelfstandig maken van zijn grond? Dit zou handig kunnen zijn, indien de aanlegger voor financiering van de aanleg van het net in zijn grond bijvoorbeeld een hypotheek wil vestigen die alleen rust op het net en niet op het net én de grond. Een ander voorbeeld kan zijn dat de aanlegger het net (alvast) wil verzelfstandigen omdat hij het net over enige tijd wil overdragen aan een ander. Ook kan het zijn dat hij bevreesd is voor horizontale natrekking door een naburig net waarop zijn net is aangekoppeld. Hoewel het dus `praktisch' zou kunnen zijn, is het de vraag of het mogelijk is dat enkele inschrijving van een net (dat door de aanlegger in eigen grond is aangelegd) de verzelfstandiging van een net zou bewerkstelligen. In het BW is bepaald dat een bestanddeel van een onroerende zaak slechts door vestiging van een zakelijk recht (van opstal) verzelfstandigd kan worden. Wanneer de aanlegger een perceel met daarop een opstal in eigendom heeft dan kan hij niet enkel door inschrijving van de (al eerder) gebouwde opstal, de opstal verzelfstandigen van de grond. De opstal zou wel door middel van een te vestigen recht van opstal van de grond gesplitst kunnen worden. Als dit wordt doorgetrokken naar netten, dan zou de aanlegger alleen door middel van een opstalrecht (dat hij dan aan een derde moet verlenen) het in zijn eigen grond aangelegde net kunnen verzelfstandigen. In par. 5.3.1.1 zal uitgebreider ingegaan worden op de aanleg van een net in eigen grond en ook op de vraag of — ondanks dat de eigendomsregeling qua bewoording 'enkel' ziet op netten in andermans grond — de nieuwe eigendomsregeling ook geldt bij netten die in eigen grond zijn aangelegd.
De mogelijkheid tot inschrijving van een net in eigen grond op basis van artikel 3:17, eerste lid onder k BW is overigens wel gewoon mogelijk. Genoemd artikel sluit dit immers niet uit, noch zie ik voor de bewaarder een reden om op dit punt de inschrijving te weigeren, maar de vraag is dus of door (enkele) inschrijving het (goederenrechtelijke) effect intreedt dat het net van de grond zal kunnen worden verzelfstandigd (zie verder par. 5.3.1.1).