Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/9.5.4.1
9.5.4.1 Inleiding
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS577548:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Zie Van Boom 2003a, p. 36.
Vragen die daarbij een rol spelen zijn vragen als: is dit nieuw, brengt dit verwarring met zich mee, is er sprak van nabootsing etc. Zie ook Peeperkom 2002.
In de macro-economie wordt vooral gekeken naar fenomenen op landen of wereldniveau. In de micro-economie wordt vooral gekeken naar individuele consumenten en producenten. De industriële economie kijkt meer naar bedrijfstakken, marktstructuren en marktgedrag.
Zie hiervoor ook Van den Bergh 2003, p. 11 en de daar vermelde verwijzing naar enkele belangrijke handboeken zoals D.W. Carlton & J.M. Perloff, Modern Industrial Organization, Reading (Mass.): Addison Wesley 2000 en J. Church & R. Ware, Industrial Organization, Boston: Mc Graw-Hill 2000. Toonaangevende wetenschappelijke tijdschriften in de industriële economie zijn onder meer RAND Journal of Economics (RJE), International Journal of Industrial Organisation (1110), Journal of Industrial Economics (JIE), Journal of Law and Economics (JLE) en de International Review of Law and Economics (IRLE). Zie ook het invloedrijke werk van Richard A. Posner: Posner 1976; Posner 2001 (tweede editie van zijn standaardwerk Antitrust Law uit 1976).
Zie voor een onderzoek naar de relatie tussen de industriële economie en het mededingingsrecht in het kader van de afbakening van de relevante markt de Rotterdamse dissertatie van Nevo-Ilan: Nevo-Ilan 2007.
Schinkel 2008, p. 1-30.
Zie voor een nadere uitwerking Schinkel 2008, p. 1-30.
De goede rechter naar het bekende beeld van Dworkin is de Hercules die altijd in staat is het juiste antwoord ('right answer') te vinden op basis van superieure kennis. In mededingingsrechtelijke zaken zal echter vooral een juist oordeel over de feiten en omstandigheden van het geval een moeilijke kwestie voor de rechter zijn. De superieure kennis waar Dworkin over droomt zal dan ook niet altijd bij de rechter aanwezig zijn. De rechter is tenslotte mens en geen god.
Het juridisch onderwijs en onderzoek brengt juristen voort die zich hebben bekwaamd in juridische dogmatiek, retorica en systematisch denken.1 Het is echter voor de rechter soms noodzakelijk om zich voor de oplossing van concrete geschillen te verdiepen in andere wetenschappen. Door de steeds complexer wordende samenleving wordt in de rechtspleging steeds vaker gebruik gemaakt van allerlei (forensische) deskundigen. Denk bijvoorbeeld aan medici, accountants, psychologen, psychiaters, deskundigen die worden ingezet in onteigeningszaken, het NFI (strafrecht) en de raad voor de kinderbescherming. Tevens valt te denken aan de inzet van deskundigen in de ictbranche, in octrooizaken en procedures betreffende het merkenrecht en auteursrecht.2
In het (publiekrechtelijk) mededingingsrecht wordt gebruik gemaakt van economisch specialisten. Deze specialisten zullen vaak industrieel econoom zijn.3 Industriële economie wordt ook wel industriële organisatie genoemd en is de deeltak van de economie die zich bezighoudt met marktstructuren, marktgedrag en marktresultaten.4 Industriële economen houden zich bezig met analyses van bedrijfstakken en vragen als hoeveel bedrijven zouden er idealiter dezelfde markt moeten bedienen (monopolie, oligopolie, veel aanbieders, weinig aanbieders). Het gaat daarbij om zaken als producenten- en consumentensurplus en innovatie (met meer winst is ook meer innovatie door te voeren en verbetert de concurrentiekracht/ arbeidsproductiviteit op langere termijn).
Voor de toepassing en handhaving van het mededingingsrecht is vooral de industriële economie van belang. Zo kan de industriële economie een belangrijke rol spelen bij de afbakening van de relevante markt.5 Schinkel onderscheidt vier fasen waarin bij de handhaving van mededingingsrecht gebruik kan worden gemaakt van de industriële economie.6 De eerste fase bestaat uit opsporing en onderzoek van schendingen van mededingingsrecht (detection and investigation), de tweede fase bestaat uit het opbouwen van een mededingingszaak (case development), de derde fase bestaat uit besluitvorming en procederen in een mededingingszaak (decision making and litigation) en de vierde fase bestaat uit remedies, sancties en schadevergoeding als gevolg van een schending van het mededingingsrecht (remedies, sanctions and damages).7