Omzetting van rechtspersonen
Einde inhoudsopgave
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/5.4.3.4:5.4.3.4 Vennootschapsbelastingplichtig lichaam (standaardvoorwaarde 7) Standaardvoorwaarde 7 luidt als volgt:
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/5.4.3.4
5.4.3.4 Vennootschapsbelastingplichtig lichaam (standaardvoorwaarde 7) Standaardvoorwaarde 7 luidt als volgt:
Documentgegevens:
Dr. J.L. van de Streek, datum 01-09-2008
- Datum
01-09-2008
- Auteur
Dr. J.L. van de Streek
- JCDI
JCDI:ADS497638:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vennootschapsbelasting (V)
Vennootschapsbelasting / Omzettingsregeling
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
‘Voor de aandeelhouders voor wie de verkregen aandelen een deelneming in de zin van artikel 13 van de Wet VPB 1969 vormen, geldt als opgeofferd bedrag het bedrag dat als zodanig gold voor hun lidmaatschapsrecht in de om te zetten rechtspersoon.’
Deze voorwaarde heeft betrekking op het vennootschapsbelastingplichtige lid van de in een BV omgezette coöperatie. In paragraaf 5.3.2.5 heb ik geconstateerd dat het bij het vennootschapsbelastingplichtige lid in aanmerking te nemen fictieve liquidatievoordeel doorgaans objectief is vrijgesteld op grond van de deelnemingsvrijstelling. Het lidmaatschap van een coöperatie kwalificeert immers automatisch als een deelneming op de voet van art. 13 lid 2 onderdeel c Wet VPB 1969. Het gevolg is dat in een dergelijk geval aan een doorschuiffaciliteit geen behoefte bestaat. Hoewel in beginsel een liquidatieverlies ex art. 13d Wet VPB 1969 kan worden genomen indien de fictieve liquidatie-uitkering het opgeofferde bedrag niet overtreft, heb ik in paragraaf 5.3.2.5 betoogd dat art. 13d lid 9 onderdeel b ten tweede Wet VPB 1969 onder omstandigheden aan de aftrek van dit liquidatieverlies in de weg staat. Uit standaardvoorwaarde 7 vloeit voort dat onder geen enkele omstandigheid de omzetting van een coöperatie in een BV een liquidatieverlies ex art. 13d Wet VPB 1969 kan worden genomen. Indien de voor de lidmaatschapsrechten in de plaats gekomen aandelen een deelneming vormen op de voet van art. 13 Wet VPB 1969 dient het voor de aandelen opgeofferde bedrag op hetzelfde bedrag te worden gesteld als het bedrag dat was opgeofferd voor de lidmaatschapsrechten. Indien het vennootschapsbelastingplichtige lid thans aandeelhouder bij de omzetting vanuit zijn eigen vermogen een additionele kapitaalstorting doet, verhoogt deze storting uiteraard het voor de aandelen opgeofferde bedrag (zie het Besluit van 9 maart 2006, nr. CPP2005/2571M, BNB 2006/146, onderdeel 3a).