De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland
Einde inhoudsopgave
De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland (SteR nr. 39) 2018/3.3.6:3.3.6 Uitbuiting is harmful of mutually advantageous
De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland (SteR nr. 39) 2018/3.3.6
3.3.6 Uitbuiting is harmful of mutually advantageous
Documentgegevens:
mr. drs. S.M.A. Lestrade, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. drs. S.M.A. Lestrade
- JCDI
JCDI:ADS387423:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uitbuiting onder de Nederlandse strafbaarstelling betreft enerzijds slavernij, dienstbaarheid of gedwongen arbeid. Deze vormen van uitbuiting behelzen inperking van de vrijheid van de uitgebuite persoon. Slavernij omvat daarbij de grootste schending van de vrijheid van het slachtoffer, gevolgd door dienstbaarheid en dwangarbeid. Het gaat bij al deze vormen om harmful exploitation. De uitgebuite persoon is slechter af dan zonder uitbuiting.1 De mate van het oneerlijke economisch gewin is bij deze vorm van minder belang voor de kwalificatie uitbuiting. Anderzijds betreft het overige vormen van uitbuiting waarbij op een oneerlijke manier profijt wordt getrokken van een ander door op een excessieve manier misbruik te maken van die ander en die ander redelijkerwijs geen andere keuze heeft dan het misbruik te ondergaan. De overige vormen hebben dus betrekking op mutually advantageous exploitation. Bij de wederzijds voordelige uitbuiting is geen sprake van een inbreuk op de negatieve vrijheid, maar mogelijk wel van een belemmering van het vergroten van de positieve vrijheid. De verdeling van voordelen tussen de uitgebuite persoon en de uitbuiter is oneerlijk. De uitgebuite persoon zou niet akkoord zijn gegaan met de verlening van arbeid onder ‘betere’ of ‘rechtvaardiger’ omstandigheden. De uitbuiter heeft evenwel geen rol in het creeren van de omstandigheden waarin de uitgebuite persoon zich bevindt, maar hij maakt bovenmatig misbruik van de omstandigheden. De mate van het oneerlijk economisch gewin speelt bij deze vorm een grotere rol voor de kwalificatie uitbuiting.
Bij de beoordeling van uitbuiting komt in ieder geval betekenis toe aan de aard en duur van de tewerkstelling, de beperkingen die zij voor de betrokkene meebrengen en het economisch voordeel dat daarmee door de tewerksteller wordt behaald. De Nederlandse maatstaven dienen ten aanzien van deze en andere relevante factoren als uitgangspunt te worden genomen.
In de inleiding werden onder meer de volgende vragen gesteld. Is uitbuiting aan de orde bij de tewerkstelling van Poolse arbeiders in de bouw onder het minimumloon? Maakt degene die een Nederlandse schoonmaker in dienst heeft en € 2,50 per uur betaalt zich schuldig aan uitbuiting? Een eenduidig antwoord is hier niet op te geven. Het hangt af van de omstandigheden van het geval. Wat voor werk doen de Poolse arbeiders precies? Hoe lang duurt de arbeid, worden de werknemers beperkt in hun doen en laten, hoe ver ligt het loon onder het Nederlandse minimum? De enkele omstandigheid dat onder de standaard wordt betaald is onvoldoende om van uitbuiting te spreken. Datzelfde geldt voor de Nederlandse schoonmaker die slechts € 2,50 per uur krijgt. De situatie kan veranderen indien blijkt van extreem lange en zware werkdagen in combinatie met het uitoefenen van een bepaalde druk waardoor de werknemers niet vrij zijn zich aan de arbeid te onttrekken. Of indien blijkt dat op een extreme manier misbruik wordt gemaakt van de arbeidskrachten. Het is in ieder geval duidelijk dat de strafbepaling zowel betrekking heeft op schadelijke uitbuiting als wederzijds voordelige uitbuiting.