Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/10.5.4.2
10.5.4.2 Normale aangifte
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258470:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
Fourth meeting of the Customs Expert Group (Valuation section), 12 and 13 Apr. 2018, TAXUD/E5/MN/aga/Ares(2018)3622733.
Het Finanzgericht München lijkt in zijn einduitspraak in de zaak Hamamatsu Photonics Deutschland GmbH tegen Hauptzollamt München aan te sluiten bij de tweede uitleg inhoudende dat de transactiewaarde kan worden gebaseerd op een interne verrekenprijs, maar een interne verrekenprijsaanpassing niet in aanmerking genomen kan worden voor het definitief vaststellen van de douanewaarde. Zie onderdeel 10.5.3.4.5 en het Finanzgericht München of 15 Nov. 2018, 14 K 2028/18.
J.T. Egdom, Verrekenprijzen; de verdeling van de winst van een multinational (vijfde (herzien) druk), Kluwer: Deventer 2020, p. 65-66.
Van der Schoot betoogt mijns inziens terecht dat een teruggaafverzoek uit hoofde van artikel 116, lid 1, onderdeel a, DWU niet hoeft te volgen op een wijziging van de douaneaangifte, maar ook separaat ingediend kan worden. K.P.H. van der Schoot, De “schuld” van het DWU, Wfr 2019/4, p. 23-24.
Commissie Transfer pricing en btw, Transfer Pricing en btw. De effecten van transfer pricing aanpassingen op de heffing van btw, Geschrift nr. 259 van de Vereniging voor Belastingwetenschap 2019, p. 160-162.
Minutes of the 5th meeting of the Customs Expert Group - Valuation held on 11th and 12th October 2018, taxud.e.5(2018)6229638.
Bij een teruggaafverzoek ex artikel 116, lid 1, onderdeel a, DWU moet verplicht informatie in het verzoek worden opgenomen over de goederencodes, omschrijving van de goederen en de hoeveelheid goederen (zie Bijlage A van de GDWU).
De aangever kan een ‘normale’ invoeraangifte enkel indienen, aldus de Douane Expertgroep (afdeling douanewaarde), wanneer vaststaat dat de prijs niet is beïnvloed door de verbondenheid.1 Prijsaanpassingen ten gevolge van verrekenprijsaanpassingen mogen niet in aanmerking genomen. Uit de notulen wordt niet duidelijk of daarmee wordt bedoeld dat wanneer de aangever de douanewaarde wil afstemmen op een interne verrekenprijs en een normale aangifte wil indienen, hij dat alleen mag doen wanneer op voorhand vaststaat dat de interne verrekenprijs achteraf niet wordt aangepast of dat hem dat ook is toegestaan wanneer de interne verrekenprijs mogelijk aan een aanpassing achteraf is onderworpen.2 De eerste uitleg brengt namelijk met zich dat de douanewaarde enkel op een interne verrekenprijs gebaseerd kan worden als de interne verrekenprijs overeenkomstig de price-setting approach wordt vastgesteld. Immers, dan vindt geen retroactieve verrekenprijsaanpassing plaatst. Indien verrekenprijzen echter overeenkomstig real-time price monitoring worden vastgesteld, kan sprake zijn van sterk fluctuerende prijzen en kunnen prijzen worden gehanteerd die verlieslatend zijn.3 Hoewel dat voor winstbelastingdoeleinden geaccepteerd lijkt te worden, voorzie ik dat douaneautoriteiten dit niet zomaar zullen accepteren, te meer als geen voorafgaande afstemming is gezocht. De tweede uitleg lijkt meer in lijn met het eindarrest van Finanzgericht München (onderdeel 10.5.3.4.5). Deze zienswijze lijkt mij echter ongewenst, omdat juist door het in aanmerking nemen van retroactieve verrekenprijzen er zorg voor wordt gedragen dat uiteindelijk een prijs wordt gehanteerd die de werkelijke economische waarde van de ingevoerde goederen reflecteert (onderdelen 10.2.2 en 10.3.7.5).
De vraag is derhalve of een normale aangifte ingediend kan worden en toch rekening gehouden kan worden met een retroactieve verrekenprijsaanpassing. Hierbij zou aangesloten kunnen worden bij artikel 173, lid 3, DWU. Dit artikel luidt als volgt:
Op verzoek van de aangever kan, binnen drie jaar na de datum van aanvaarding van de douaneaangifte, worden toegestaan dat de douaneaangifte wordt gewijzigd na vrijgave van de goederen, zodat de aangever zijn verplichtingen inzake het plaatsen van goederen onder de desbetreffende douaneregeling kan nakomen.
Voor de toepassing van artikel 173, lid 3, DWU is het van belang of de wijziging bedoeld is om de aangever zijn verplichtingen inzake het plaatsen van goederen onder een douaneregeling te laten nakomen. Er kan worden betoogd dat het juist aangeven van de douanewaarde als een verplichting kwalificeert en dat dit artikel derhalve toepassing zou kunnen vinden. Bij een teruggaafpositie zou daarnaast nog gesteld kunnen worden dat – zonder wijziging van de douaneaangifte4 – een terugbetalingsverzoek kan worden ingediend vanwege invoerrechten die te veel in rekening zijn gebracht ex artikel 116, lid 1, onderdeel a, DWU. De commissie Transfer Pricing en btw van de Vereniging voor Belastingwetenschap geeft in haar rapport echter aan dat deze mogelijkheid geen toepassing vindt, met name omdat retroactieve verrekenprijzen niet kwalificeren als kortingen.5 Net als voor prijsaanpassingen bij gebrekkige goederen in artikel 132 UDWU is in het DWU-wetgevingspakket met artikel 130 UDWU voorzien in een aparte bepaling voor het in aanmerking nemen van kortingen (onderdelen 7.2.4 en 7.3.8). Wettelijke bepalingen waarin expliciet de mogelijkheid wordt gegeven om interne verrekenprijsaanpassingen in aanmerking te nemen voor het definitief bepalen van de douanewaarde ontbreken echter. Het ontbreken van expliciete wettelijke bepalingen lijkt het belangrijkste argument dat aan het oordeel van het Hamamatsu Photonics Deutschland GmbH tegen Hauptzollamt München-arrest ten grondslag ligt (onderdeel 10.5.3.4.2). Derhalve kan worden gesteld dat het ontbreken van expliciete wettelijke bepalingen in het DWU eraan in de weg staat om bij een normale aangifte achteraf een verrekenprijsaanpassing in aanmerking te nemen. Om die reden zou het DWU-wetgevingspakket aangepast moeten worden om het in aanmerking nemen van retroactieve verrekenprijs voor het definitief bepalen van de douanewaarde toelaatbaar te maken Voor een voorstel in dat kader kom ik terug in onderdeel 10.7.2.
Het DWU-wetgevingspakket voorziet voorts niet in een verdeelsleutel op basis waarvan het tegoed of additioneel verschuldigd invoerrecht bepaald kan worden. Het Finanzgericht München had in haar verwijzingsbeschikking in de zaak Hamamatsu Photonics Deutschland GmbH tegen Hauptzollamt München een tweede prejudiciële vraag opgenomen die zag op de vraag hoe de verdeelsleutel vastgesteld moest worden. Het Hof van Justitie heeft deze vraag echter niet beantwoord, omdat daar naar aanleiding van het antwoord op de eerste prejudiciële vraag geen aanleiding meer voor was. De Douane Expertgroep (afdeling douanewaarde) lijkt voorstander te zijn om bij de vormgeving van een verdeelsleutel het in aanmerking nemen van een zogenoemde flat-rate aanpassing niet toe te staan.6 Dat zou met zich brengen dat indien de verrekenprijs niet op productniveau is vastgesteld, de verrekenprijsaanpassing uitgesplitst moeten worden, omdat ieder product in potentie een eigen invoertarief aantrekt. Tariefswijzigingen gedurende het jaar kunnen het zelfs noodzakelijk maken dat een verrekenprijsaanpassing niet alleen op product- maar ook op transactieniveau wordt uitgesplitst. Dit kan ook worden afgeleid uit Bijlage A van de GDWU waarin is opgenomen dat bij een teruggaafverzoek ex artikel 116, lid 1, onderdeel a, DWU onder andere verwezen moeten worden naar de aangiften en de goederencodes waarop het verzoek betrekking heeft.7 Voor een verzoek om wijziging van de douaneaangifte ex artikel 173, lid 3, DWU wordt niet gewerkt met gemeenschappelijke gegevensvereisten. Niettemin zal ook hier informatie moeten worden verstrekt over op zijn minst op welke aangiften het verzoek om wijziging betrekking heeft en welke gegevens in de aangiften aangepast moeten worden. Op een voorstel over welke gegevens aangeleverd moeten worden en op welke wijze de verdeelsleutel vormgegeven moet worden kom ik terug in onderdeel 10.7.4.5.