Vastgoedtransacties in de Europese btw
Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/2.3.4.1.4:2.3.4.1.4 Geen omgekeerde verticale rechtstreekse werking
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/2.3.4.1.4
2.3.4.1.4 Geen omgekeerde verticale rechtstreekse werking
Documentgegevens:
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291335:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 8 oktober 1987, zaak 80/86, NJ 1988, 1029 (Kolpinghuis). Zie ook: HR 7 december 1994, nr. 29.153, BNB 1995/87.
F. Ambtenbrink en H.H.B. Vedder, Recht van de Europese Unie, Den Haag: Boom juridisch 2017, p. 196-197.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een richtlijn, zoals de Btw-richtlijn, is een bindende instructie aan de lidstaten om hun nationale recht hiermee tijdig en volledig in overeenstemming te brengen. Laat een lidstaat dit na dan kan een onderdaan van een lidstaat zich rechtstreeks beroepen op een voor hem gunstiger richtlijnbepaling die inhoudelijk gezien onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig is (zie paragraaf 2.3.4.1.3). Hieruit volgt dat een richtlijnbepaling bij een implementatiegebrek uit zichzelf een recht kan verlenen aan een particulier. Een richtlijnbepaling kan uit zichzelf echter geen verplichting opleggen aan een particulier. Daar verzet het rechtszekerheidsbeginsel zich tegen. Een lidstaat kan de verplichtingen uit hoofde van een (inhoudelijk onvoorwaardelijke en voldoende nauwkeurige) richtlijnbepaling slechts tegenwerpen indien deze bepaling is omgezet in nationaal recht. Een lidstaat kan zich dus niet ten nadele van een particulier op een (nog) niet of inhoudelijk niet correct geïmplementeerde richtlijnbepaling beroepen (de zogenoemde ‘omgekeerde verticale werking’).1 De achterliggende gedachte is dat de overheid niet mag profiteren van zijn eigen nalatigheid.2 Het voorgaande betekent dat de belastingdienst van een lidstaat zich niet op een bepaling van de Btw-richtlijn kan beroepen indien de toepassing van de nationale btw-wetgeving voor de belastingplichtige gunstiger is.