Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht
Einde inhoudsopgave
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/6.4.1:6.4.1 Het exclusiviteitsbelang van de eiser
Verbod en evenredigheid in het intellectuele-eigendomsrecht (O&R nr. 150) 2024/6.4.1
6.4.1 Het exclusiviteitsbelang van de eiser
Documentgegevens:
mr. P. Teunissen, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. P. Teunissen
- JCDI
JCDI:ADS955505:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook par. 2.3.2.
Par. 3.4.1.1. Zie ook HvJ EU 14 december 2006, C-316/05, ECLI:EU:C:2006:789 (Nokia/Wärdell), rov. 32.
Aldus ook: o.m. Ohly, GRUR 2008, afl. 10, p. 797.
Zie par. 3.4.1.2 en 3.4.1.3.
Lemley & Shapiro, Tex. L. Rev. 2007, p. 2036. In de Verenigde Staten wordt een verbod in de regel toegewezen als de inbreukmaker een concurrent is; zie Cotter & Golden 2019.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het doel van een rechterlijk verbod is gelegen in handhaving van het exclusieve recht.1 Het beginsel van toewijzing impliceert dat de rechthebbende in beginsel een zwaarwegend belang heeft bij een verbodsvordering.2 Het maakt in dit opzicht niet uit of de rechthebbende het recht zelf exploiteert of zich voornamelijk richt op het ontvangen van licentievergoedingen of schadevergoedingen.3 Het ontbreken van een ‘actief’ exploitatiebelang kan op zichzelf dan ook geen grond opleveren voor een gehele of gedeeltelijke weigering van een verbod.4 Dit neemt niet weg dat de exploitatiebelangen van de rechthebbende in de context van de evenredigheidstoets kunnen fungeren als ‘veiligheidsventiel’.5 Een dergelijke interpretatie ligt voor de hand, zeker nu in het materiële recht geldt dat uitzonderingen op het exclusieve recht niet in strijd mogen zijn met de normale exploitatie en de legitieme belangen van de rechthebbende niet op onredelijke wijze mogen schaden.6 Dit betekent dat over het algemeen minder snel ruimte bestaat voor correcties als het verbod strekt tot handhaving van een exclusieve marktpositie of ten behoeve van een of meer exclusieve licentienemers.7 Op deze manier wordt rekening gehouden met NPE’s, maar wordt aan deze categorie geen status aparte verleend.
Uit het bovenstaande mag niet worden afgeleid dat de omstandigheid dat de rechthebbende niet zelf op de markt is of licenties aanbiedt tegen toewijzing van een verbod pleit. Ook een NPE heeft in beginsel recht op een verbod en bovendien ligt de lat voor een geslaagd beroep op de evenredigheidstoets nadrukkelijk hoog. Het exploitatiebelang is slechts een (extra) omstandigheid die in het voordeel kan werken van de rechthebbende bij de afweging van de relevante belangen. Uiteindelijk is dit ook niet meer dan logisch: het inroepen van een exclusief recht is nu eenmaal overtuigender als daarmee een daadwerkelijk exclusiviteitsbelang wordt nagestreefd.