Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/9.5.3.3
9.5.3.3 Van waarnemingsbewijs naar bewijs door niet-juridisch deskundigen?
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS579971:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Nijboer 1999, p. 19. Zie ook het door Nijboer aangehaalde werk van Damaska. Damaska 1997. Het geheel aan onderzoeksresultaten uit de psychologische functieleer die ons bewust hebben gemaakt van het cognitieve menselijke tekort is volgens Nijboer een van de oorzaken die het waamemingsbewijs als hoofdvorm van bewijs heeft aangetast.
www.rechtspraak.nl/Naar+de+rechter/Landelijke+regelingen/Sector+civiel+recht.
www.rechtspraak.nl/Naar+de+rechter/Landelijke+regelingen/Sector+civiel+recht.
De Groot 2008.
Is er in de huidige tijd sprake van een tendens waarbij de dominante rol van het waarnemingsbewijs plaats moet maken voor 'forensische expertise'? Nijboer is ervan overtuigd dat het waarnemingsbewijs een steeds minder belangrijke rol gaat spelen en dat het deskundigenbewijs een steeds grotere rol zal gaan spelen in de rechtspleging.1
'(...) er wordt wel beweerd dat niet-juridisch geschoolde deskundigen inhoudelijk veel van het bewijs gaan overnemen. Vast staat in ieder geval dat de dominantie van waarnemingsbewijs (getuigenverklaringen, ook wel bekentenissen, maar die spelen een verschillende rol in de verschillende rechtsgebieden) voorbij is en dat dit type bewijs meer en meer plaats gaat maken voor het deskundigenbewijs (ook in relatie tot real evidence: sporen, stukken van overtuiging).'
Nijboer zal primair doelen op de ontwikkelingen in het strafrecht, maar ook in het civiele recht zou deze ontwikkeling zich kunnen voordoen. In ieder geval is de interesse voor de problemen die zich bij de inzet van deskundigen in de (civiele) rechtspleging voordoen er in de loop der jaren niet minder op geworden. Te denken valt bijvoorbeeld aan de oprichting van de Stichting Studiekring Deskundigen en Rechtspleging (sDR) in 2000 en de komende oprichting van een landelijk deskundigenregister dat wordt ondersteund door de Raad voor de Rechtspraak en het Ministerie van Justitie. Daarnaast heeft de Raad voor de Rechtspraak in januari 2007 de 'Leidraad deskundigen in civiele zaken' gepubliceerd.2 Deze is bedoeld om de tot nu toe door ieder gerecht zelf opgestelde instructiebladen voor deskundigen te vervangen. Tevens is door de Raad ook een 'Model deskundigenbericht' gepubliceerd.3 In de literatuur is de laatste tijd ook veel verschenen over de forensisch deskundige. Voor wat betreft het deskundigenadvies in de civiele procedure kan worden verwezen naar de dissertatie van De Groot.4