De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/3.7.5.6:3.7.5.6 Beslissen in lijn met beleid
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/3.7.5.6
3.7.5.6 Beslissen in lijn met beleid
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949312:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals al bleek uit de zaken waarin een leraar het Pta niet volgde, dient de leraar zich te houden aan het beleid van de school.1 Beslissingen, onder andere in het kader van de examens, dienen dan ook gedragen te worden door het beleid van de school. Binnen de kaders van het beleid van de school, de onderwijskundige doelstellingen en afspraken binnen de school is het echter primair aan de leraar om te bepalen hoe hij onderwijs geeft.2
Bij de behandeling van klachten neemt de LKC onder meer het door de school vastgestelde beleid als uitgangspunt.3 Zo ook in een zaak over de bevordering van een leerling naar het volgende schooljaar. In het bevorderingsbeleid had de school bepaald dat leerlingen niet konden blijven zitten in havo 4, tenzij het echt niet anders zou kunnen. Dit beleid legt volgens de LKC niet alleen verantwoordelijkheid bij de leerling, maar ook bij de school. De school had tijdig actie moeten ondernemen om te voorkomen dat een leerling zou blijven zitten. In een andere zaak kon de school in redelijkheid besluiten een leerling niet te bevorderen, omdat in dat geval het beleid van de school was gevolgd. Op grond van dat beleid mocht de school cijfers naar beneden afronden, waardoor de leerling het schooljaar moest overdoen.4
De leraar dient zich niet enkel te houden aan het beleid van de school, hij dient zich ook te houden aan het correctievoorschrift (hier wordt dieper op ingegaan in hoofdstuk 6).5 In casu had de leerling een antwoord gegeven op een centraal examen geschiedenis dat overeenkwam met de hem door de school aangeboden leerstof. Dit antwoord kwam echter niet overeen met het antwoord in het correctievoorschrift van het landelijke centraal examen. De examinatoren zagen binnen de marges van het correctievoorschrift ook geen mogelijkheid om het antwoord van de leerling goed te keuren. De LKC komt tot de conclusie dat de examinatoren in redelijkheid tot de conclusie konden komen om het antwoord fout te rekenen. Wel wordt de school erop gewezen dat zij leerlingen actief dient te wijzen op de voor het examen beschikbare stofomschrijving.
Uit het voorgaande blijkt dat de leraar zich heeft te houden aan, onder meer, het beleid van de school. Dit beleid kan de beslissingen van de leraar ondersteunen en zelfs kracht bijzetten. In gevallen waar het beleid van de school door de leraar wordt genegeerd kan hij hier echter op worden aangesproken.