Einde inhoudsopgave
De woon- en vestigingsplaats in de BTW (FM nr. 137) 2011/6.2.1
6.2.1 Inleiding
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx, datum 10-05-2011
- Datum
10-05-2011
- Auteur
Mr. dr. M.M.W.D. Merkx
- JCDI
JCDI:ADS396475:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting (V)
Omzetbelasting / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Internationaal belastingrecht / Voorkoming van dubbele belasting
Omzetbelasting / Plaats van levering en dienst
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
HR 13 maart 1914, NJ 1914, 627 (thans is in de in deze zaak genoemde situatie art. 4 AWR van toepassing) en HR 28 mei 1924, NJ 1924, 842. Zie voor meer voorbeelden van bepalingen waarbij de woonplaats een rol speelt M.J.A. van Mourik en A.J.M. Nuytinck, Personen- en familierecht, huwelijksvermogensrecht en erfrecht, Deventer, Kluwer, 2006, blz. 27 en 28, P. Vlaardingerbroek e.a., Het hedendaagse personen- en familierecht, Deventer, Kluwer, 2008, blz. 49 en S.F.M. Wortmann en J. van Duijvendijk-Brand, Compendium van het personen- en familierecht, Deventer, Kluwer, 2005, blz. 22.
In het civiele recht wordt alleen het begrip woonplaats gehanteerd. Ook rechtspersonen hebben een woonplaats. Art. 1:10 BW beschrijft wat onder woonplaats dient te worden verstaan.
“1. De woonplaats van een natuurlijk persoon bevindt zich te zijner woonstede, en bij gebreke van een woonstede ter plaatse van zijn werkelijk verblijf.
2. Een rechtspersoon heeft zijn woonplaats ter plaatse waar hij volgens wettelijk voorschrift of volgens zijn statuten of reglementen zijn zetel heeft.”
Art. 1:11 BW bepaalt vervolgens:
“1. Een natuurlijk persoon verliest zijn woonstede door daden, waaruit zijn wil blijkt om haar prijs te geven.
2. Een natuurlijk persoon wordt vermoed zijn woonstede te hebben verplaatst, wanneer hij daarvan op de wettelijk voorgeschreven wijze aan de betrokken colleges van burgemeester en wethouders heeft kennis gegeven.”
In het kader van dit onderzoek is voorts art. 1:14 BW van belang:
“Een persoon die een kantoor of een filiaal houdt, heeft ten aanzien van aangelegenheden die dit kantoor of dit filiaal betreffen mede aldaar woonplaats.”
De woonplaats zoals gedefinieerd in deze bepalingen is voor diverse andere wettelijke bepalingen van belang. Zo bepaalt art. 45 Rv dat een exploot de woonplaats moet vermelden. Ook de relatieve competentie van de burgerlijke rechter is afhankelijk van de woonplaats. Bevoegd is op grond van art. 99, eerste lid, Rv de rechter van de woonplaats van de gedaagde. Daarnaast wordt in het publiekrecht aangesloten bij het woonplaatsbegrip uit het burgerlijk wetboek.1