Verlofstelsels in strafzaken
Einde inhoudsopgave
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/2.5.d:2.5.d Afgescheiden toegangsbeoordeling
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/2.5.d
2.5.d Afgescheiden toegangsbeoordeling
Documentgegevens:
mr. G. Pesselse, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. G. Pesselse
- JCDI
JCDI:ADS608321:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Kamerstukken II 1996/97, 24424, nr. 5, p. 2 over art. 8:54 Awb.
Stamhuis 2002, p. 221 en 222 (“een soort verlof-station” en “dit verlofsysteem”); zie ook Mols 1997, p. 657. Schibli 1984, p. 179 duidt toegangsbeoordeling door de iudex a quo aan als Zulassungsverfahren.
Ook wel bekend als Annahmeverfahren, zie Schibli 1984, p. 179; Frins-Ernes 1990; Anzenberger 1990.
Schaffmeister 1988, p. 119-122; Corstens 1990a, p. 162.
Vgl. Stamhuis 2002, p. 281-282.
Heringa 1996, p. 16; Perry 1991, p. 40.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Om van een verlofstelsel te spreken, is in mijn benadering nodig dat inhoudelijke of vrije toegangsbeoordeling wordt gecombineerd met enige mate van afgescheiden toegangsbeoordeling. Als afgescheiden toegangsbeoordeling geldt onderzoek dat op enige wijze is gedifferentieerd van het ‘reguliere’ onderzoek naar de inhoudelijke vragen of de bestreden uitspraak moet worden vernietigd (en hervormd). Van een verlofstelsel is dus niet sprake indien de beroepsrechter zelf volgens de gebruikelijke of reguliere procedure onderzoek doet naar de toegang tot beroep.1 Ik wil juist alleen spreken van afgescheiden toegangsbeoordeling als (i) een onderdeel- of kleine kamer, (ii) de rechter a quo, (iii) een anderszins afgezonderde instantie, of (iv) de beroepsrechter zelf in een afwijkende procedure over de toegangsvoorwaarden beslist.
In paragraaf 2b is uiteengezet dat bijvoorbeeld in Duitsland de rechter a quo bepaalde ontvankelijkheidsvoorwaarden zoals de beroepstermijn beoordeelt. Tegen dit ontvankelijkheidsoordeel is weliswaar beroep mogelijk, maar in eerste instantie beslist niet de beroepsrechter zelf (iudex a quem) maar de lagere rechter (iudex a quo) over de ontvankelijkheid van het beroep. Deze afgescheiden beoordeling van formele ontvankelijkheidsvoorwaarden is door diverse auteurs op zichzelf reeds als verlofstelsel aangeduid.2 Zo ver wil ik niet gaan, maar gelet op de zeer duidelijke afzondering van de reguliere behandeling van het beroep is het eenvoudig om inhoudelijke of vrije toegangsbeoordeling door de rechter a quo als verlofstelsel te kwalificeren. Dat is lastiger bij toegangsbeoordeling binnen het beroepsgerecht zelf.3 In dat geval is in mijn benadering in elk geval sprake van een verlofstelsel sprake als een onderdeel- of kleine kamer inhoudelijke of vrije toegangsbeoordeling verricht. In paragraaf 2b is gewezen op de Franse Cour de cassation, waarbinnen een kleine kamer eenvoudige inhoudelijke ontvankelijkheidsbeslissingen kon nemen. Voorts is denkbaar dat een geheel andere instantie dan de beroepsrechter of rechter a quo inhoudelijke of vrije toegangsbeoordeling verricht. Zo is in de Nederlandse literatuur wel eens een toegangsbeoordelende rol toegedacht aan het Parket bij de Hoge Raad of de Nationale Ombudsman.4
De vierde subcategorie van afgescheiden toegangsbeoordeling is het lastigst om precies af te bakenen. Als voor inhoudelijke of vrije toegangsbeoordeling bijzondere procedurele voorzieningen zijn geschapen die niet wezenlijk van de reguliere procedure zijn te differentiëren, dan lopen verlofbeoordeling en reguliere behandeling van het beroep gradueel in elkaar over.5 Het verschil tussen afgescheiden en reguliere behandeling van het beroep is in deze laatste subcategorie niet gelegen in de over ontvankelijkheid beslissende autoriteit – zie de overige subcategorieën – maar in de toepasselijkheid van bijzondere procedurele voorschriften over bijvoorbeeld het horen van personen of afwijkende stemverhoudingen. Een voorbeeld kan dit duidelijker maken. Het Hooggerechtshof van de VS besluit over het verlenen van verlof niet met een stemverhouding van ten minste vijf uit negen leden maar op basis van de Rule of four. Een grote minderheid van vier rechter is voldoende om een certiorari-verzoek te honoreren.6 De Rules of the Supreme Court of the United States 2013 bevat voor verlofverzoeken bovendien een afzonderlijk hoofdstuk met van de reguliere behandeling afwijkende procedurevoorschriften. Hoewel dezelfde kamer dus beslist over de toegang en inhoud, vindt in procedureel opzicht een zekere differentiatie plaats en kan toch van een afgescheiden toegangsbeoordeling worden gesproken. Naast afwijkende beslisvoorschriften, kan ook worden gedacht aan afwijkende motiveringsregels of regels voor behandeling van het beroep ter zitting. Dit soort differentiatie naar procedure is weliswaar niet haarscherp af te bakenen, maar verdient in dit boek toch aandacht.
Al met al kunnen verschillende onderdelen van het Nederlandse hoger beroep en cassatie in strafzaken op het eerste gezicht als afgescheiden toegangsonderzoek worden getypeerd. Dit geldt opnieuw voor de artikelen 410a Sv en 80a RO, maar onder meer ook voor de enkelvoudige kamer (rolraadsheer) in cassatie.