Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/1.7.6
1.7.6 Rechtshandhaving en rechtsbescherming
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661338:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Zie Gribnau 2013c, par. 2.
Belastingdienst, Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2022, p. 3: ‘Dienstverlening, toezicht en opsporing duidt de Belastingdienst in brede zin als handhaving, zijnde ‘al hetgeen bijdraagt aan regelnaleving door belastingplichtigen’ met definities op p. 4. Zie ook Belastingdienst Jaarplan 2021, p. 23: ‘Onze uitvoerings- en toezichtstrategie geven we inhoud met de inzet van verschillende instrumenten: ▪ Reguliere uitvoering (…); ▪ Dienstverlening (…); ▪ Toezicht en opsporing (…).’
Van Wijk/Konijnenbelt en Van Male 2011, par. 12.2 (rechtsbescherming in de zin van geschilbeslechting); Feteris 2017, par. 2.2.1, die onder ‘fiscale rechtsbescherming’ in het bijzonder verstaat de mogelijkheid voor de belastingplichtige om de rechtmatigheid van een beslissing van de fiscale autoriteiten ter beslissing voor te leggen aan een onafhankelijke, bij voorkeur rechterlijke instantie.
Adviescommissie praktische rechtsbescherming in belastingzaken 2021, p. 15.
In HR 5 november 2021, nr. 20/03173, BNB 2022/10, r.o. 4.2.3 gebruikt de Hoge Raad het begrip ‘doeltreffende rechtsbescherming’, maar zijn inhoud of betekenis zijn niet toegelicht.
Werkgroep reflectie toeslagenaffaire rechtbanken 2021, p. 7, waaruit blijkt hoe bestuursrechters een norm in meer of minder beschermende mate hebben uitgelegd en daarmee meer of minder rechtsbescherming boden.
In dit onderzoek hanteer ik een ruime opvatting van het begrip rechtshandhaving. In die opvatting wordt rechtshandhaving gezien als al het overheidsoptreden dat is gericht op de naleving van wet- en regelgeving.1 Daarbij horen naast repressieve instrumenten (boetes, opsporing), preventieve instrumenten als het maken van afspraken, voorlichting en dienstverlening. Bij rechtshandhaving in enge zin wordt het opgevat als toezicht op naleving van wet- en regelgeving en bestraffing van overtredingen, met enkel repressieve instrumenten. De Belastingdienst hanteert een ruime opvatting van rechtshandhaving en hanteert zowel repressieve als preventieve handhavingsinstrumenten.2
Verder hanteer ik een ruime opvatting van het begrip rechtsbescherming. Bij rechtsbescherming in enge zin gaat het om de mogelijkheid om een beslissing van de Belastingdienst voor te leggen aan de rechter.3 Oftewel, de mogelijkheid om rechtsmiddelen in te stellen tegen een beslissing van de overheid waarover uiteindelijk van een onafhankelijke rechter een oordeel kan worden verkregen. Bij rechtsbescherming in ruime zin houdt rechtsbescherming meer in dan enkel de formele, processuele kant en (het bestaan van) regels van bezwaar en beroep. Ook van belang is de wijze waarop de juridische regels en procedures ten aanzien van rechtsbescherming functioneren in de praktijk, dus het gaat ook om ‘praktische rechtsbescherming’ (Is de burger effectief in staat om rechtsmiddelen in te stellen?).4 Daarnaast gaat het bij rechtsbescherming in ruime zin mijns inziens óók om doeltreffende rechtsbescherming.5 Van doeltreffende rechtsbescherming acht ik sprake indien de geboden bescherming het doel bereikt van de norm waarin de bescherming is vervat.6 Oftewel, de bescherming is dan van een bepaalde kwaliteit.
Voorbeeld
Stel dat een burger bezwaar maakt tegen een belastingaanslag en zich beroept op het zorgvuldigheidsbeginsel, dan is van effectieve rechtsbescherming geen sprake als de zorgvuldigheidsnorm zodanig strikt wordt uitgelegd dat niet snel sprake is van een onzorgvuldigheid, of wanneer aan schending van de zorgvuldigheidsnorm geen gevolg wordt verbonden, omdat aan het belang van die norm (ten opzichte van het belang van een andere norm) nauwelijks gewicht wordt toegekend. Van doeltreffende bescherming is evenmin sprake bij een (heel) marginale toetsing, waarbij de rechter enkel ‘excessen’ normeert. In dergelijke gevallen is weliswaar sprake van toegang tot de rechter (procedureel), lukt het de burger ook om die rechter te bereiken (praktisch), maar is de kwaliteit van die bescherming inhoudelijk laag en wordt het doel van de zorgvuldigheidsnorm om de burger te beschermen tegen onzorgvuldigheid niet bereikt (doeltreffend). Hij wordt dan niet werkelijk beschermd tegen onzorgvuldigheden in overheidsoptreden. Van rechtsbescherming is dan geen sprake.
Rechtsbescherming houdt dus in dat de burger daadwerkelijk moet worden beschermd door het doel van de beschermende norm te bereiken. Daarbij gaat het er natuurlijk niet om dat de burger inhoudelijk altijd gelijk krijgt, maar wel dat de norm waarop hij zich beroept zodanig wordt uitgelegd dat het kwalitatief voldoende beschermend werkt.