Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/17.3.1
17.3.1 Een complexe relatie
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS574356:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover § 2.4 van hoofdstuk 7.
Zie bijvb. Kerkmeester/Holzhauer (2000), p. 87-88. Zij noemen 'vertrouwen' één van de interne (controle- en sturings)mechanismen noemen. Zij menen verder dat het belang van de rol van 'vertrouwen' toe zal nemen 'naarmate de vennootschap kleiner, c.q. meer besloten is'.
Zie bijvb. Cools (2005), p. 103, 'er [is] tot op zekere hoogte een afruil mogelijk tussen controle en vertrouwen (...) Maar omdat honderd procent vertrouwen niet bestaat (... ) is vertrouwen nooit een volledig substituut voor control.'
Ik doel daarbij op niet alleen op '(expliciet afgesloten) juridische overeenkomsten'. Het begrip 'contracten' heeft in de (rechts)economische theorievorming een ruimere betekenis, vgl. Kerlcmeester/Holzhauer (2000), p. 38 e.v. Zie voor een juridisch betoog over vertrouwen en (ondernemings)recht, waarin overigens ook contracten een belangrijke rol spelen, L.E. Mitchell (1995).
Hart (2001), p. 1703. Zie voor een schets van deze beperkte ontwikkeling eveneens Hart (2001).
Vgl. Blair/Stout (2001), p. 1737-1738: 'corporate participants cooperate with each other not just because of external constraints, but because of interral ones. In particular (...) the behavioral phenomena of internalized trust and trustworthiness play important roles in discouraging opportunistic behavior among corporate participants.' In vergelijkbare zin: Cooter/Eisenberg (2001), p. 1720: '[1]egal sanctions, monitoring, and bonding all have an important place in ensuring diligence and honesty by agents, but norms have the central role in achieving that objective.'
Bespreking hiervan valt buiten het bestek van deze studie. Fascinerend blijft L. Fuller (1969). Zie in de Nederlandse literatuur Loth/Gakeer (2002), p. 69 e.v., met verdere verwijzingen. 'Zie toegespitst op deze studie verder Eisenberg (1999a) en het juni-2001 nummer van de University of Pennsylvania Law Review (149 U. Pa. L. Rev. 1607 e.v.), met de schriftelijke weergave van voordrachten over 'Norms and Corporate law'. Een aantal voordrachten komt in deze paragraaf terug.
Vgl. bijvb. Kahan (2001), p. 1871; '[s]ince there appears to be no norm for the definition of `norms; the `norms' terminology does not add much conceptual clarity.' Vergelijkbare kritiek is te vinden bij Talley (2001), p. 1962: 'there is great disagreement among scholars as to what exactly constitutes the stuff of norms.'
Aldus Coffee (2001b), p. 2175. Zie, voor wat betreft de relevantie van 'normen' bij het tegengaan van 'agency-problemen' ook Hart (2001), p. 1702: 'organizational norms matter when parties cannot write good contracts, or, more precisely, when transaction costs make contracts incomplete.
De derde deeldoelstelling van de publicatieverplichtingen gericht op tegengaan van "agency-problemen" binnen beursvennootschappen, is het vergroten van de vertrouwenscomponent in de "principal-agent"relatie. De aanwezigheid van vertrouwen kan een belangrijke rol spelen bij het beperken van transactiekosten omdat vertrouwen, tot op zekere hoogte, als substituut kan fungeren voor "monitoring" door investeerders.1 Hierdoor vindt — op indirecte wijze verlaging van de "agency-kosten" plaats.2 Dat de vertrouwenscomponent in de "principal-agent" relatie de omvang van de "agency-kosten" beïnvloedt, wordt algemeen aangenomen.3 Op welke wijze interactie plaatsvindt tussen enerzijds de omvang van "agency-kosten" en vertrouwen in (leidinggevenden in) beursvennootschappen en anderzijds het opleggen van publicatieverplichtingen aan beursvennootschappen, is echter complex. Een eerste reden waarom het niet eenvoudig is om de verhouding tussen "agency-kosten" en vertrouwen te beoordelen, is dat geanalyseerd moet worden hoe de interactie tussen "(incomplete) contracten" en "(vergroten van) vertrouwen" plaatsvindt.4 De ontwikkeling van economische theorievorming over deze interactie is echter (nog) niet ver gevorderd. De oorzaak daarvoor is, zoals eerder is opgemerkt, dat "economists do not have a very good way to formalize trust".5
Het formaliseren van "vertrouwen" is echter ook vanuit juridisch perspectief niet zonder problemen. Om vertrouwen te bevorderen, of te vergroten, zijn namelijk niet alleen "het recht" en "rechtsregels" relevant. Er is eveneens een rol weggelegd voor "norrnen."6 De verhouding tussen "recht", of "rechtsregels", en "normen" is onderwerp van veel discussie (geweest).7 Niet in de laatste plaats omdat alleen al over de definiëring van het begrip "norm" de meningen uiteenlopen.8 Daargelaten wat precies moet worden verstaan onder "normen" en de verhouding daarvan tot "rechtsregels" — is bovendien problematisch dat "[n]orms do matter, but exactly when and to what extent remain more problematic issues."9