Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen
Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/9.2.2:9.2.2 Oprichting van stichting continuïteit
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/9.2.2
9.2.2 Oprichting van stichting continuïteit
Documentgegevens:
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS344597:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 2:286 leden 1 en 2 BW.
Zie paragraaf 9.2.3 onder f.
In de kostenovereenkomst tussen de vennootschap en de stichting wordt veelal bepaald dat indien blijkt dat het bedrag aan middelen dat de vennootschap aan de stichting heeft verstrekt het bedrag waarover de stichting dient te beschikken overtreft, de stichting gehouden zal zijn het meerdere aan de vennootschap terug te betalen. Terugbetalingen geschieden dan op grond van een contractuele afspraak. Zie paragraaf 7.6.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een stichting moet worden opgericht bij notariële akte, die moet worden verleden in de Nederlandse taal.1 Als oprichter kan iedere persoon optreden. Het ligt in de rede dat (één van) de van de vennootschap toekomstige onafhankelijke bestuurder(s) van de stichting als oprichter(s) optreedt/optreden. Dat kan bijvoorbeeld de eerste voorzitter van het toekomstige bestuur zijn. Met het oog op de vereiste onafhankelijkheid van de stichting meen ik dat de vennootschap beter niet als oprichter kan optreden, ook al leidt de oprichtingshandeling tot niet meer dan de oprichting van de stichting. Met de oprichting van de stichting worden immers ook de statuten vastgesteld. Die statuten kunnen bepaalde rechten van de vennootschap bevatten.2 Bovendien kan beter zoveel mogelijk vermeden worden dat uitkeringen en/of terugbetalingen aan de vennootschap van de middelen die de stichting als storting à fonds perdu heeft ontvangen, als een verboden gedraging in de zin van art. 2:285 lid 3 BW worden aangemerkt.3 Een stichting mag immers blijkens dat artikellid geen uitkeringen doen aan haar oprichters.
De eerste bestuurders van de stichting zullen in de oprichtingsakte van de stichting worden benoemd. Deze kunnen beter voldoen aan de onafhankelijkheidscriteria van art. 5:71 lid1 onderdeel c Wft. Op dit aspect kom ik terug in paragraaf 9.3.1.