Omzetting van rechtspersonen
Einde inhoudsopgave
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/4.3.4.1:4.3.4.1 Inleiding
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/4.3.4.1
4.3.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
Dr. J.L. van de Streek, datum 01-09-2008
- Datum
01-09-2008
- Auteur
Dr. J.L. van de Streek
- JCDI
JCDI:ADS498919:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vennootschapsbelasting (V)
Vennootschapsbelasting / Omzettingsregeling
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op grond van art. 28a lid 1 onderdeel b Wet VPB 1969 wordt de BV die zich omzet in een stichting geacht al haar vermogen bij wege van liquidatie te hebben uitgekeerd aan de deelgerechtigden tot dat vermogen, kort gezegd de aandeelhouders. Zoals gezegd in paragraaf 3.4.2 is de duidelijke bedoeling van deze uitkeringsfictie het creëren van een belastbaar feit voor de aandeelhouders. De wetgever beoogt de fiscale claim af te wikkelen op de (latente) winstreserves van de BV die tot uitdrukking komen bij een winstuitdeling of bij een in een vervreemdingswinst begrepen vergoeding. Omdat de wijze waarop de claimafwikkeling plaatsvindt afhankelijk is van de fiscale aandeelhouderspositie, bespreek ik in de onderdelen hierna per aandeelhouderspositie de gevolgen van de uitkeringsfictie. Daarbij zij aangetekend dat de uitkeringsfictie blijkens art. 28a lid 2 Wet VPB 1969 ook geldt voor de heffing van inkomstenbelasting. Of de belastingheffing van de aandeelhouder van de in een stichting omgezette BV terecht is, beoordeel ik in paragraaf 8.3.2 hierna.