Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/5.8.8.2
5.8.8.2 Eerste moment van deponeren voornemen tot beëindiging overblijvende aansprakelijkheid is onduidelijk
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648686:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Tegenwoordig kunnen de stukken naar een algemeen postbusnummer worden gestuurd. In de parlementaire geschiedenis valt nog te lezen: “De onderdelen b en c van lid 3 verplichten ertoe het voornemen tot beëindiging van de aansprakelijkheid bekend te maken door nederlegging ten kantore van het handelsregister en een advertentie in een landelijk dagblad. Evenals in artikel 403 moet dit het kantoor van het handelsregister zijn waar de rechtspersoon is ingeschreven jegens wiens schuldeisers de ingetrokken aansprakelijkheidstelling was afgelegd.” Zie Kamerstukken II 1983/84, 16551, nr. 11, p. 16.
Nota naar aanleiding van het eindverslag (ontvangen 4 september 1984, Kamerstukken II 1983/ 84, 16551, nr. 11) p. 17.
Beckman meent dat de procedure pas kan worden gestart wanneer de groepsband is verbroken; zie: Beckman 1995, p. 614. Anders: IJsselmuiden, artikel 2:404, aantekening 4. Anders echter: Bartman & Dorresteijn 2009, p. 235 en Van Wijngaarden 2006.
Zie ook Van Zoest 2016, p. 63. Met Van Zoest ben ik eens dat voor intrekking van de 403-verklaring nog geen overblijvende aansprakelijkheid bestaat. Maar de vraag kan worden gesteld of de formulering daarom is dat de moedervennootschap een verklaring dient af te leggen waarin zij haar voornemen tot beëindiging van voornemende aansprakelijkheid kenbaar maakt. Een verklaring waarin je iets beëindigt wat nog niet bestaat, is natuurlijk onzin. Maar een voornemen om iets te zullen gaan beëindigen wat mogelijk in de toekomst bestaat, is toch minder opmerkelijk.
Zie bijvoorbeeld Rb. Rotterdam 30 september 2014, JOR 2014/326.
De beëindigingsverklaring triggert de verzettermijn. De rechtspersoon die de 403-verklaring deponeerde zal natuurlijk zo snel mogelijk van de overblijvende aansprakelijkheid af willen en zal het begin van het verloop van deze termijn zo snel mogelijk willen laten aanvangen. Niet zelden wordt geanticipeerd op een aanstaande aandelentransactie waarbij een (voorheen) vrijgestelde dochtervennootschap wordt verkocht. Het meest wenselijk is dan dat op de dag dat de aandelen worden overgedragen ook de overblijvende aansprakelijkheid is komen te eindigen. De vraag is of dit kan.
Aangezien de mededeling van het voornemen tot beëindiging de verzetstermijn triggert, is de vraag wanneer deze termijn eindigt cruciaal voor schuldeisers die in verzet willen komen. Een duidelijke regeling zou geen overbodige luxe zijn. Helaas is daarvan geen sprake.
De verzetstermijn beloopt twee maanden, te rekenen vanaf het moment waarop in een landelijk verspreid dagblad bekend is gemaakt dat de consoliderende rechtspersoon haar voornemen tot beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid bij het Handelsregister1 heeft gedeponeerd. Duidelijk is dat de aanvang van deze termijn wordt bepaald door de publicatie van het neerleggen bij het Handelsregister van het voornemen tot beëindiging van de overblijvende aansprakelijkheid. In de parlementaire geschiedenis wordt ten aanzien van artikel 404 lid 5 BW opgemerkt:2
“Evenals in artikel 316 luidt de advertentie betreffende de nederlegging ten kantore van het handelsregister de verzettermijn in. De termijn, de gang van zaken en de gronden voor afwijzing en toewijzing van het verzet zijn dezelfde.”
Daarmee is echter nog niet duidelijk of de advertentie al vooruitlopend op de verbreking van de groepsband mag worden geplaatst en zo ja, welk effect dat sorteert.3
Uit de wet blijkt niet of de groepsband reeds dient te zijn verbroken (en of bijvoorbeeld de 403-verklaring al moet zijn ingetrokken) wanneer het voornemen tot beëindiging wordt gedeponeerd en dit met een advertentie in de krant bekend wordt gemaakt. Het deponeren van de intrekkingsverklaring vooruitlopend op de verbreking van de groepsband of vooruitlopend op het intrekken van de 403-verklaring is misschien wel mogelijk, evenals de publicatie van dit feit in een landelijk verspreid dagblad, maar de vraag blijft dan of vanaf de datum van deponeren de verzettermijn van twee maanden al begint te lopen en in bredere zin wat het effect van een ‘anticiperende’ beëindigingsverklaring is.
Aangezien de wet geen duidelijke volgorde voorschrijft waarin aan de vereisten om de overblijvende aansprakelijkheid te beëindigen moet worden voldaan, kan niet worden uitgesloten dat het voornemen tot beëindiging van (toekomstige) overblijvende aansprakelijkheid4 reeds op voorhand kan worden gedeponeerd en dat dit het gewenste effect sorteert. De wet vormt strikt genomen geen beletsel. Toch wordt er veelal van uitgegaan dat de verzettermijn niet kan worden getriggerd vooruitlopend op de verbreking van de groepsband.5