Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.5.6.3.2:11.5.6.3.2 Het criterium ‘voorwaarde voor verkoop’ onder het DWU
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/11.5.6.3.2
11.5.6.3.2 Het criterium ‘voorwaarde voor verkoop’ onder het DWU
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258534:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
A. Willems & D. Leys, Changes in the Treatment of Trademark Royalties in EU Customs Law: The Example of 3D Printing, GTCJ 10(5), p. 174.
Commentary 25.1. Third party royalties and licence fees - General commentary. (Adopted, 32nd Session, 15 April 2011, VT0800E1c). Ik kom hier in onderdeel 11.5.7.5 nader op terug.
Minutes of the 20th meeting of the Customs Code Committee - Valuation held on 3rd and 4th March 2016, TAXUD/B4/ARES(2016)5569169.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het DWU wordt voor het begrip ‘voorwaarde voor verkoop’ voorzien in een wettelijke definitie. Artikel 136, lid 4 noemt drie alternatieve condities waaronder een royalty of licentierecht wordt geacht te zijn betaald als voorwaarde voor verkoop. Deze luiden:
De verkoper of een met hem verbonden persoon verlangt deze betaling van de koper;
De betaling door de koper is gedaan om te voldoen aan de verplichting van de verkoper, in overeenstemming met contractuele verplichtingen;
De goederen kunnen niet worden verkocht aan of aangekocht door de koper zonder betaling van royalty’s of licentierechten aan een licentiegever.
In het bijzonder de derde conditie springt in het oog zover het gaat om het zinsdeel ‘aan een licentiegever’. Deze derde conditie wijkt af van het CDW en lijkt ertoe te strekken dat een betaling voor een royalty of licentierecht in aanmerking moet worden genomen voor het bepalen van de douanewaarde indien een niet met de koper of verkoper verbonden licentiegever deze betaling verlangd. Voornoemde toevoeging lijkt tot gevolg te hebben dat betalingen voor royalty’s of licentierechten in bijna alle situaties in aanmerking moeten worden genomen voor het bepalen van de douanewaarde. Deze conditie wordt dan ook wel een ‘catch-all’ bepaling genoemd.1
De derde voorwaarde wijkt daarmee niet alleen af van de invulling van het criterium ‘voorwaarde voor verkoop’ onder het CDW, maar lijkt ook af te wijken van de zienswijze van de Technische commissie douanewaarde van de WDO. Zoals uiteengezet onder onderdeel 11.5.6.3.1, wordt in Advisory Opinion 4.8 duidelijk dat wanneer de koper, verkoper en licentiegever niet zijn verbonden en enkel de licentiegever de betaling voor een royalty of licentierecht verlangd zonder dat er in de koopovereenkomst wordt verwezen naar royaltyovereenkomst, deze niet bijgeteld hoeft te worden. Ook indien de in Commentary 25.1 geformuleerde overwegingen worden nagegaan, lijkt daaruit te volgen dat indien de licentiegever enkel uit hoofde van een overeenkomst tussen de koper en de licentiegever de betaling voor een royalty of licentierecht verlangd, dit onvoldoende is om tot bijtelling over te gaan.2 Daarnaast hebben lidstaten al opgemerkt tijdens een bijeenkomst van het Comité Douanewetboek (afdeling douanewaarde) dat deze voorwaarde, indien deze te ruim wordt toegepast, handhavingsproblemen met zich brengt.3 Tot slot geeft de Guidance on Customs Valuation van de Europese Commissie aan dat de royaltybepalingen in het DWU slechts marginaal zijn gewijzigd. Over artikel 136, lid 4, onderdeel c, DWU wordt opgemerkt:
A further indication is also now provided in Article 136(4) c) UCC IA, which refers to payment of royalties to the licensor. This is not a major clarification, it simply makes explicit the fact that royalties are, by definition, paid to the owner (licensor) of the licenced rights and are usually paid by the buyer of the goods.
The rule indicates that condition of sale provisions are based on commitments entered into, and binding on, by the buyer or the seller. This indicates that the “condition of sale” criterion refers not only to conditions imposed by or on the seller, but also on the buyer, and this is a useful clarification.
This also reflects the wording of Article 71(1)(c) UCC which refers to:
“royalties and licence fees related to the goods being valued that the buyer must pay”, as a condition of sale of the goods being valued.
Therefore, the underlying condition of sale test will continue to play a role.”
Tevens wordt in de Guidance on Customs Valuation aangegeven dat deze conditie aansluit bij Commentary 25.1 van de Technische commissie douanewaarde. Ik meen dat daaruit moet worden afgeleid dat de soep niet zo heet gegeten wordt als zij werd opgediend. Zoals uit het hiernavolgende onderdeel blijkt, hoeft namelijk niet elke betaling aan een licentiegever bijgeteld te worden indien wordt uitgegaan van de voorwaarden van Commentary 25.1.