Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt
Einde inhoudsopgave
Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt (FM nr. 134) 2010/6.2.3.5e:6.2.3.5e Aftrekrecht en personeelsvoorzieningen
Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt (FM nr. 134) 2010/6.2.3.5e
6.2.3.5e Aftrekrecht en personeelsvoorzieningen
Documentgegevens:
dr. S.T.M. Beelen, datum 01-03-2010
- Datum
01-03-2010
- Auteur
dr. S.T.M. Beelen
- JCDI
JCDI:ADS304325:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Europees belastingrecht / Richtlijnen EU
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De wetgever heeft voor wat betreft de aftrek van op personeelsvoorzieningen drukkende btw per 1 januari 2007 geen wijzigingen voorzien. Het Bua blijft van toepassing. Het is echter niet uitgesloten dat het Bua met betrekking tot een aantal personeelsvoorzieningen niet van toepassing zal blijken te zijn (voor ‘loon in natura’ heeft de Hoge Raad dit al beslist). Dat zal dan als gevolg hebben dat de Belastingdienst zal moeten terugvallen op de fictieve heffingen. Uitzonderingen daargelaten (zie het Fillibeck- en Danfoss en AstraZeneca-arrest van het Hof van Justitie EU en het outplacement- en verhuiskosten-arrest van de Hoge Raad) zullen met de personeelsvoorzieningen ook de privédoeleinden van de werknemer gediend zijn en zal derhalve een fictieve levering of dienst aan de orde komen.
Toepassing van de fictieve dienst zal in een aantal gevallen op het probleem stuiten dat in de MvT en de Nota naar aanleiding van het verslag bij het Belastingplan 2007 uitdrukkelijk het standpunt wordt ingenomen dat de fictieve dienst geen toepassing kan vinden bij ingekochte diensten. Uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie EU blijkt (nog) niet of de staatssecretaris het bij het rechte eind heeft. Bij enkele belangrijke categorieën personeelsvoorzieningen (zoals: terbeschikkingstelling van een leaseauto, terbeschikkingstelling van een mobiele telefoon, maar ook het (laten) verhuizen van een werknemer of het aanbieden van outplacementdiensten) zal dit standpunt mijns inziens tot problemen kunnen leiden, mocht blijken dat uitsluiting van de aftrek op grond van het Bua niet meer mogelijk is. Wanneer nu op ingekochte diensten noch het Bua van toepassing is (omdat het onverbindend blijkt te zijn), noch een fictieve heffing, is het de vraag of het zakelijk karakter voldoende is om de op de diensten drukkende btw volledig voor aftrek in aanmerking te laten komen, ondanks het feit dat de diensten ook voor andere dan bedrijfsdoeleinden gebezigd worden.
In ieder geval zal aftrekbaar blijven de btw op personeelsvoorzieningen, die, op basis van de criteria die zijn ontwikkeld door het Hof van Justitie EU in het Fillibeck-arrest en Danfoss en AstraZeneca-arrest en door de Hoge Raad zijn overgenomen in het outplacement- en verhuiskostenarrest, niet voor andere dan bedrijfsdoeleinden worden verstrekt. Wanneer bepaalde ingekochte diensten zowel de bedrijfsdoeleinden van de werkgever als de privédoeleinden van de werknemer dienen moet een onderscheid gemaakt worden tussen enerzijds de diensten die volgtijdig uitsluitend voor bedrijfsdoeleinden en uitsluitend voor privédoeleinden gebruikt worden en anderzijds de overige diensten. Naar mijn mening zal de ondernemer de btw die drukt op de eerste categorie diensten niet in aftrek kunnen brengen voor zover deze diensten gebruikt worden voor privédoeleinden. De btw die drukt op de tweede categorie diensten is mijns inziens wel aftrekbaar.
Op het terrein van de aftrekbeperkingen bij verstrekkingen aan personeel bestaan er grote verschillen tussen lidstaten. Met betrekking tot het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Frankrijk heeft mijn onderzoek zich beperkt tot de terbeschikkingstelling aan personeel van auto’s die zowel zakelijk als privé gebruikt worden. Het blijkt dat in het Verenigd Koninkrijk onderscheid wordt gemaakt tussen de situatie dat de werkgever de eigenaar is van de auto (in het geheel geen aftrek) of dat het gaat om een leaseauto (50% recht op aftrek). In Duitsland vindt een correctie voor het privégebruik plaats op basis van een forfait dat geldt voor de inkomstenbelasting en in Frankrijk kan helemaal geen voorbelasting in aftrek worden gebracht.