Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid: wenselijk?
Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/7.5.1.7:7.5.1.7 Afgescheiden winst en (toekomstige) personenvennootschappen
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/7.5.1.7
7.5.1.7 Afgescheiden winst en (toekomstige) personenvennootschappen
Documentgegevens:
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS399121:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De vraag rijst hoe het toevallen van de winst geregeld is bij de maatschap, VOF, CV en de toekomstige OV en of er daadwerkelijk wel een verschil bestaat tussen deze rechtsvormen en de vennootschapsbelastingplichtigen. Valt de winst bij deze rechtsvormen wel rechtstreeks aan de vennoten toe? Voor deze vennootschappen geldt hetzelfde als voor de OVBA zou gelden. In het arrest BR 17 december 1993, NJ 1994, 301 oordeelde de Hoge Raad bij een vennootschap onder firma het volgende over de beschikkingsmacht van de vennoten: Een vennoot kan tijdens de duur der vennootschap niet vrijelijk beschikken over zijn aandeel in die goederen en evenmin aanspraak maken op een uitkering ten laste van het vennootschapsvermogen voor zover een dergelijke aanspraak niet uit het vennootschapscontract of een in overeenstemming daarmee genomen besluit voortvloeit'. De vennootschappelijke gemeenschap is een gebonden gemeenschap en behoudens een daartoe strekkende bepaling in de vennootschapsovereenkomst, is uitkering van de winst zonder een uitdelingsbesluit niet mogelijk. Voor de toekomstige OV geldt hetzelfde als voor de OVBA zou gelden, met uitzondering van de beschikkingsgebondenheid die voor de OV is neergelegd in artikel 7:806 lid 1 Wetsvoorstel Titel 7.13 en niet in artikel 7:807 Wetsvoorstel Titel 7.13, dat van toepassing zou zijn op de OVBA. Artikel 7:815 en 7:816 Wetsvoorstel 7.13 gelden ook voor de OV. Dit betekent dat zowel voor de huidige personenvennootschappen als voor de OV het niet per definitie vaststaat dat de winst rechtstreeks aan de vennoten toevalt. De vraag die vervolgens naar voren komt, is hoe het bij de vennootschapsbelastingplichtigen is geregeld. Snijdt de argumentatie van de wetgever daar wel hout en is derhalve een besluit van een orgaan vereist voordat de winst ter beschikking staat aan de aandeelhouders?