Einde inhoudsopgave
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/1.4
1.4 De vraag naar het goede van open normen
J.Ph. van Lochem, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
J.Ph. van Lochem
- JCDI
JCDI:ADS496231:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Drion, NJB 2017, p. 1979.
Artikel 7:213 BW.
Zo laat zich de vraag stellen of open normen op het fiscale terrein wel wenselijk zijn, omdat de beide partijen – de fiscus en de belastingbetaler – vaak tegengestelde doelen nastreven en er dus moeilijk toe komen om tot een voor beide partijen aanvaardbare invulling van de open norm te komen. Zie voor een dergelijk standpunt: Meussen, WFR 2002, afl. 6479, p. 603-629.
Zo is toezichthouder Kockelkoren (van de Autoriteit Financiële Markten) positief over open normering, met als reden dat de toezichthouder dan meer discussieruimte heeft en niet, zoals bij gesloten normen, zich moet beperken tot ambtelijke afvinken: Th. van Vugt 2016 (https://www.amweb.nl/branche/nieuws/2016/07/interview-theodor-kockelkoren-toezicht-volgens-het-boekje-werkt-niet-1011582, 11 mei 2018).
“Open normen zijn dus een groot goed”, zo concludeerde Drion.1 Dat treft, want ons recht, in het bijzonder ons civiele recht, bevat er veel van. Zij bestrijken soms een groot deel van dit rechtsterrein, terwijl andere open normen tot specifieke rechtsgebieden beperkt blijven. Waar de open norm ‘redelijkheid en billijkheid’ nagenoeg het gehele privaatrecht bestrijkt, is de werking van de open norm dat een huurder het gehuurde object als een goed huurder moet gebruiken2 beperkt tot het huurrecht. De taal van de wetgever bepaalt of we te maken hebben met een open – ook wel aangeduid als vage – norm. Bij een gesloten – ook wel aangeduid als concrete – norm is de invulling bekend en bestaat er weinig ruimte.
In de wet zijn ook normen te vinden die deels open en deels gesloten zijn. Zo is de norm ‘een redelijke termijn’ open, maar wordt deze norm goeddeels gesloten in artikel 7:506 lid 1 BW waar is opgenomen: “Een termijn van zeven dagen voor de aanvang van de reis wordt geacht in ieder geval tijdig te zijn.”
Een open norm kan ook gedeeltelijk worden gesloten door nadere invulling door de rechter, door een toezichthouder of door gewoontevorming. Vaak kunnen ook partijen een nadere invulling van de open norm afspreken. Daarmee blijft de open norm weliswaar bestaan, maar is de norm voor partijen geheel of gedeeltelijk gesloten.
Gesloten regelgeving (iets anders dan een gesloten norm, want niet iedere rechtsregel bevat een norm c.q. een gedragsregel) vormt het grootste deel van onze wetten. Een voorbeeld daarvan is artikel 6:119a BW dat ziet op het verschuldigd zijn van wettelijke rente. Hierin is niet opgenomen dat deze rente verschuldigd is na een ‘redelijke termijn’, maar simpelweg (kort gezegd) na dertig dagen.
Of open normen inderdaad zo’n groot goed zijn als Drion stelt, is afhankelijk van een groot aantal factoren. Het kan afhangen van het desbetreffende terrein waarop de open normen werken.3 De opvatting over het goede of kwade van open normen kan ook worden ingegeven door de rol die men vervult.4 Naast de aard van het rechtsterrein en de opvatting van partijen, is ook het beleid van de wetgever medebepalend voor het antwoord op de vraag of open normen een groot goed zijn. Gebruik van open normen betekent voor de wetgever dat hij minder hoeft te regelen, maar het betekent ook dat hij in dat geval een goed deel van de uitvoering van zijn beleid niet langer zelf bepaalt, maar aan anderen overlaat.