Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/5.7:5.7. Samenvattende conclusies
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/5.7
5.7. Samenvattende conclusies
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS579967:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Concluderend kan gesteld worden dat de nationale rechter een aanzienlijke taak heeft bij de decentrale toepassing en handhaving van het Europees mededingingsrecht. De toepassing van het Europees mededingingsrecht is, sinds de arresten Van Gend en Loos, Sabam I en Haecht II, een zaak die niet alleen de Europese Commissie, maar ook de nationale rechters van de lidstaten aangaat.1 De nationale rechter heeft op grond van het beginsel van de gemeenschapstrouw ex artikel 10 EG de dwingende opdracht te zorgen voor de rechtsbescherming welke voor de justitiabelen voortvloeit uit de rechtstreekse werking van gemeenschapsrechtelijke bepalingen.2
De Commissie heeft de rol van de nationale rechter in de loop der tijd krachtig gestimuleerd door hem aan te moedigen zijn aandeel te nemen in de toepassing van het Europees mededingingsrecht. Zo valt bijvoorbeeld te wijzen op de in 1993 gepubliceerde bekendmaking betreffende de samenwerking tussen de Commissie en de nationale rechterlijke instanties voor de toepassing van de artikelen 81 en 82 van het EG-Verdrag. Met behulp van deze bekendmaking kon de nationale rechter aan de Commissie inlichtingen van procedurele en feitelijke aard vragen, maar ook rechtsvragen voorleggen en voorlopig advies vragen over de waarschijnlijkheid van het geven van een ontheffing.3
De modernisering en decentralisering van de handhaving van het Europees mededingingsrecht heeft geresulteerd in de aanname van Verordening 1/2003. In Verordening 1/2003 zet de trend waarbij de nationale rechter een belangrijker aandeel krijgt in de handhaving van het mededingingsrecht zich voort. Het jarenlange streven van de Commissie naar een meer decentrale toepassing van het Europees mededingingsrecht lijkt met de aanname van Verordening 1/2003 een voorlopig hoogtepunt te hebben bereikt. Het systeem van machtiging en aanmelding is in het nieuwe systeem afgeschaft, de toepassing van het mededingingsrecht is gedecentraliseerd en de controle achteraf is versterkt.
Het monopolie van de Commissie om individuele ontheffingen te verlenen op grond van artikel 81 lid 3 EG is onder Verordening 1/2003 verdwenen. Naast de nationale mededingingsautoriteiten zijn ook de nationale rechters bevoegd om te beoordelen of een overeenkomst voldoet aan de voorwaarden zoals gesteld in het derde lid van artikel 81 EG.4 De nationale rechter zal van elke mogelijke mededingingsbeperkende afspraak die aan hem wordt voorgelegd de concurrentiebeperkende effecten moeten toetsen aan het eerste lid van artikel 81 EG en vervolgens de eventuele economische voordelen van de afspraak moeten toetsen aan het derde lid van artikel 81 EG. Bij hardcore restricties is een marktonderzoek niet nodig omdat de afspraak, mits aan het merkbaarheidsvereiste is voldaan, reeds snel onder het kartelverbod valt. Wel kan pas na een economische en juridische analyse van een restrictie worden beoordeeld of het doel of gevolg daarvan is om de mededinging te beperken of niet.
In 2004 is bij het van kracht worden van Verordening 1/2003 de SamenwerkingsBekendmaking vervangen door een nieuwe mededeling van de Commissie betreffende de samenwerking tussen de Commissie en de rechterlijke instanties van de Eu-lidstaten bij de toepassing van de artikelen 81 en 82 EG. 5 De mededeling kan de nationale rechter van dienst zijn bij de vervulling van zijn rol bij de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht. Door het stappenplan uit de mededeling te volgen kan de burgerlijke rechter vertrouwder raken met de toepassing van het mededingingsrecht..6
De mededeling behandelt de bevoegdheid van de nationale rechter om de Europese mededingingsregels toe te passen, de procedurele aspecten en de problemen bij gelijktijdige of opeenvolgende toepassing van het mededingingsrecht door de Commissie en de nationale rechter. Daarnaast behandelt de mededeling de uit de gemeenschapstrouw (10 EG) en Verordening 1/2003 voortvloeiende rechten en verplichtingen van de nationale rechter bij de samenwerking tussen de Commissie en de nationale rechter. Het gaat dan om het interveniëren door de Commissie als amicus curiae, de verplichting van de Commissie om de nationale rechter inlichtingen te verstrekken, het verzoek van de nationale rechter aan de Commissie om advies over vragen betreffende de toepassing van het Europees mededingingsrecht, het door de Commissie maken van schriftelijke en mondelinge opmerkingen voor de nationale rechter en de toezending van beslissingen en stukken van de nationale rechter aan de Commissie.
De nationale rechter dient de artikelen 81 EG en 82 EG ambtshalve toe te passen indien daarop door de procespartij die bij de toepassing belang heeft geen beroep is gedaan, maar hoeft niet de hem passende lijdelijkheid te verzaken door buiten de rechtsstrijd van partijen te treden en zich te baseren op andere feiten en omstandigheden dan die welke de partij die bij de toepassing belang heeft, aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd.7 De artikelen 81 EG en 82 EG zijn (hoewel van dwingend recht) niet van openbare orde in de zin van ons nationale recht inzake ambtshalve aanvulling van gronden.8
Op het gebied van het concentratietoezicht lijkt de rol van de nationale rechter van minder belang te zijn. Desondanks is het niet uitgesloten dat de burgerlijke rechter in aanraking komt met de gevolgen van het concentratietoezicht.9 De controle op concentraties vormt dan ook een beperking op de contractvrijheid van partijen. Zo kunnen de schending van het verbod op het tot stand brengen van een concentratie en de schending van aan de beschikking verbonden voorwaarden (structurele remedies) tot nietigheid leiden van de rechtshandelingen die ter uitvoering daarvan verricht zijn.
De rol van de nationale rechter zal door de modernisering en decentralisering van de handhaving van het Europees mededingingsrecht aanzienlijk kunnen toenemen. Zijn taak was al niet gering, maar onder Verordening 1/ 2003 zal de nationale rechter een flinke reis door het voor hem vaak nog onbekende en onstuimige mededingingsland moeten maken. Alleen met een goede landkaart zal het voor de nationale rechter duidelijk zijn hoe de reis tot een goed einde te brengen. Met behulp van de verordeningen, bekendmakingen, mededelingen en richtsnoeren van de Commissie in de ene hand en de literatuur en jurisprudentie in de andere hand zal de nationale rechter een juiste koers moeten vinden.