Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/5.4:5.4. De institutionele verhouding tussen de nationale rechter en de europese commissie: de situatie onder de nieuwe verordening 1/ 2003
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/5.4
5.4. De institutionele verhouding tussen de nationale rechter en de europese commissie: de situatie onder de nieuwe verordening 1/ 2003
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS574076:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
5.4.1 Inleiding5.4.2 Van machtigingssysteem naar een systeem van wettelijke uitzonderingen met controle achteraf5.4.3 De mogelijkheid om groepsvrijstellingen in te trekken5.4.4 De bevoegdheid om toezeggingen met een verbindend karakter te handhaven5.4.5 Achtergronden van de modernisering en decentralisering van de handhaving van het Europees mededingingsrecht5.4.6 Kanttekeningen5.4.7 Een fundamenteel constitutioneel probleem5.4.8 Masterfoods en artikel 16 Verordening 1/2003: de bevoegdheidsverdeling tussen de Commissie en de nationale rechter5.4.9 De SamenwerkingsMededeling5.4.10 De oplossing van conflictsituaties bij gelijktijdige of opeenvolgende toepassing van communautaire mededingingsregels door de Commissie en de nationale rechter