Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/4.2.2.1.1
4.2.2.1.1 Grond is onroerend goed
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291505:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Groot woordenboek van de Nederlandse taal, Dikke Van Dale online, geraadpleegd op 2 april 2021.
De Deense taalversie gebruikt het begrip ‘jord’, de Duitse taalversie het begrip ‘Grundstücke’, de Engelse taalversie het begrip ‘land’ en de Zweedse taalversie het begrip ‘mark’.
De keuze voor het begrip ‘aarde’ in onder meer de Nederlandse, Engelse en Franse taalversie van art. 13ter Btw-uitvoeringsverordening acht ik ongelukkig. Dit begrip kan immers ook verwijzen naar de planeet aarde. Uit een vergelijking met andere taalversies dan de Nederlandse blijkt dat een specifieke betekenis van het begrip ‘aarde’ is beoogd, te weten: het aardoppervlak of de grond. Zo wordt in de Duitse taalversie het begrip ‘Erdoberfläche’ gehanteerd, terwijl in de Deense (‘jorden’) en Italiaanse (‘suolo’) taalversie equivalenten van het begrip ‘grond’ staan. De terminologie in deze taalversies is in overeenstemming met de jurisprudentie van het Hof van Justitie waarvan art. 13ter Btw-uitvoeringsverordening een codificatie is (HvJ EG 7 december 2006, zaak C-166/05, V-N 2006/47.14, r.o. 20 (Heger) en HvJ EG 6 december 2007, zaak C-451/06, V-N 2008/3.22, r.o. 19 (Walderdorff)).
HvJ EG 3 maart 2005, zaak C-428/02, FED 2005/118, m.nt. Swinkels, r.o. 33-35 (FML), HvJ EG 7 december 2006, zaak C-166/05, V-N 2006/47.14, r.o. 20 (Heger), HvJ EG 6 december 2007, zaak C-451/06, V-N 2008/3.22, r.o. 19 (Walderdorff) en HvJ EU 15 november 2012, zaak C-532/11, r.o. 21 V-N 2012/61.16 (Leichenich).
H.W. Heyman en S.E. Bartels, Vastgoedtransacties. Koop, Den Haag: Boom Juridische Uitgevers 2012, p. 24.
Conclusie A-G Jacobs 6 juni 2002, zaak C-315/00, ECLI:EU:C:2002:344, punt 32 (Maierhofer). Ook in het Nederlandse civiele recht (art. 3:3 lid 1 BW) vormt de grond de basis voor de kwalificatie van een zaak als onroerend (A.A. van Velten, Privaatrechtelijke aspecten van onroerend goed (Ars Notariatus nr. 120), Deventer: Wolters Kluwer 2018, p. 60 en P.J. van der Plank, Natrekking door onroerende zaken (Serie Onderneming en Recht nr. 94), Deventer: Wolters Kluwer 2016, p. 14).
H.W. Heyman en S.E. Bartels, Vastgoedtransacties. Koop, Den Haag: Boom Juridische Uitgevers 2012, p. 24.
Uit art. 135 lid 1, onderdeel k jo. art. 12 lid 3 Btw-richtlijn volgt dat terreinen onroerende goederen zijn. Het begrip ‘terrein’ betekent volgens de Dikke van Dale: een stuk grond.1 Uit een vergelijking met andere taalversies van de Btw-richtlijn volgt dat het begrip ‘terrein’ ook moet worden uitgelegd als (een stuk) grond.2 Het is daarom geheel in overeenstemming met de Btw-richtlijn dat onderdeel a van art. 13ter Btw-uitvoeringsverordening duidelijk maakt dat het aardoppervlak of de grond3 onroerend is. Hoewel het Hof van Justitie zich nooit expliciet heeft moeten uitlaten over de vraag of (een stuk) grond een onroerend goed is – de vraag stellen is hem beantwoorden – volgt uit zijn jurisprudentie dat een stuk grond boven en onder water onroerend is.4 Dat op grond van art. 13ter, onderdeel a btw-uitvoeringsverordening zowel het boven- als ondergrondse gedeelte van het aardoppervlak onroerend is, lijkt dan ook ontleend aan de jurisprudentie van het Hof van Justitie. Het is niet verbazingwekkend dat de definitie van het uniebegrip ‘onroerend goed’ aanvangt met de grond.5 Grond is in alle rechtstelsels die het onderscheid tussen onroerende en roerende goederen kennen het onroerend goed bij uitstek6 en het enige goed dat intrinsiek7 of ‘van nature’8 onroerend is. Dit laatste onderscheidt grond van de in andere in art. 13ter Btw-uitvoeringsverordening genoemde goederen die slechts vanwege de (in)directe vereniging met de grond onroerend zijn.