Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/2.7.4.1
2.7.4.1 C(C)CTB
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS393517:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II, 2010-2011, 32.728, nr. 1, bijlage, COM(2011)121 definitief. Voor een nadere uiteenzetting van de CCCTB-conceptrichtlijn uit 2011 verwijs ik naar het themanummer getiteld ‘Common Consolidated Corporate Tax Base’, WFR 2011/ 6927 en de FED-brochure ‘Common Consolidated Corporate Taks Base (CCCTB)’ van Van Eijsden/Van der Streek/Strik, Kluwer 2011.
EY, op weg naar een Europese vennootschapsbelasting, brochure 2011, blz. 3.
Voor een uitgebreide uiteenzetting van de CCCTB bepalingen verwijs ik naar de special van WFR 2011, aflevering 6927, nr. 1394-1447, S.A.W.J. Strik/J.L van der Streek, hoofdlijnen van de vennootschapsbelasting van de toekomst: de CCCTB? TvOB 2009/02/1343 en M.M.A. van Graafeiland/F.W.G. Kam, het voorstel voor een CCCTB – een beschouwing, MBB 2011/09. Voor een Duitse uiteenzetting zie W.Scheffler/C.Spengel e.a., Gemeinsame Körperschaftsteuer-Bemessungsgrundlage in der EU: Konkretisierung der Gewinnermittlungsprinzipien und weiterentwicklungen, StuW 4/2015, blz. 359 ev.
J. Englisch, in: Tipke/Lang22, Steuerrecht, §4, Rz. 71. In Duitsland bleek de animo voor harmonisatie wel groter dan in Nederland wat ik onder meer afleid uit het plan van Duitsland en Frankrijk in 2012 om fiscaal de handen in één te slaan. In het Grünbuch der Deutsch-Französischen Zusammenarbeit – Konvergenzpunkte bei der Unternehmensbesteuerung werd gekeken naar de overeenkomsten en verschillen van beide fiscale stelsels en de mogelijkheden om de systemen meer op elkaar te laten aansluiten.
Zie het EU persbericht: https://europa.eu/rapid/press-release_IP-15-5188_en.htm.
Brief Staatssecretaris van Financiën, 22 september 2015, Kenmerk AFP/2015/802.
In de verschillende hoofdstukken zullen de belangrijkste punten uit het C(C)CTB-voorstel de revue passeren. Voor een uitgebreide inhoudelijke uiteenzetting van het geherlanceerde C(C)CTB voorstel verwijs ik naar de special van WFR 2017, aflevering 7184, nr. 62 t/m 68.
Zie Van de Streek die aangeeft dat de Duitse Bundesrat sceptisch is vanwege het ontbreken van tariefharmonisatie en een eerlijke verdeling van de geconsolideerde grondslag. J.L. van de Streek, De geherlanceerde CCTB/CCCTB-voorstellen; nu wél een schot in de roos?, WFR 2017/63.
Kamerstukken II, 2016-2017, 34604, nr. 4, Fiche: Richtlijnen gemeenschappelijke (geconsolideerde) heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting (CCTB en CCCTB) 18 november 2016.
J.L. van de Streek, De geherlanceerde CCTB/CCCTB-voorstellen; nu wél een schot in de roos?, WFR 2017/63, paragraaf 4.
Koalitionsvertrag CDU, CSU und SPD, 7 februari 2018, “Ein neuer Aufbruch für Europa, Eine neue Dynamik für Deutschland, Ein neuer Zusammenhalt für unser Land”. De fiscale punten uit het regeerakkoord heb ik samengevat en dit bericht is te raadplegen op Tax Live (https://taxlive.nl/-/ey-fiscale-punten-regeerakkoord-in-duitsland).
Op 16 maart 2011 kwam er een voorstel van de Europese Commissie om een Common Consolidated Corporate Tax Base (CCCTB) in te voeren.1 De bedoeling van de CCCTB is vereenvoudiging van de belastingregels, een vermindering van de administratieve lasten en het opruimen van belastingobstakels voor ondernemingen die grensoverschrijdend opereren.2 Deze “Europese vennootschapsbelasting’’ had als belangrijkste kenmerken een geharmoniseerde belastinggrondslag, vrijwillige deelname (bedrijven kunnen er voor kiezen), één loket bij één Belastingdienst waar ondernemingen hun aangifte vennootschapsbelasting konden indienen en een verdeelsleutel aan de hand waarvan de geconsolideerde winst tussen de lidstaten zou moeten worden verdeeld.3 De tarieven zouden niet worden geharmoniseerd. In Nederland en Duitsland werden uiteraard de mogelijkheden van de CCCTB onderkend, maar beide landen zagen ook nadelen. Het Nederlandse kabinet maakte zich met name zorgen over de bijkomende administratieve lasten voor de overheid, omdat bij invoering van een CCCTB twee belastingsystemen gehanteerd zouden moeten worden. Daarnaast was vooral de wijze waarop de verdeelsleutel is vormgegeven een struikelblok. Volgens het kabinet pakt deze nadelig uit voor Nederland.4 In Duitsland waren er met name de nodige twijfels omtrent de mogelijkheid tot grensoverschrijdende consolidatie (wat dus ook grensoverschrijdende verliesverrekening inhoudt).5 Uiteindelijk bleef het CCCTB plan in de ijskast liggen tot 17 juni 2015. Op die dag presenteerde de Europese Commissie een actieplan voor een herziening van de vennootschapsbelasting in de Europese Unie.6 Een belangrijk onderdeel van het actieplan was de herintroductie van de CCCTB. Gezien de discussie omtrent belastingontwijking door (multinationale) ondernemingen, zag de Europese Commissie draagvlak voor een herintroductie. Nederland reageerde niet al te happig en het kabinet gaf te kennen dat in internationaal verband actief moet worden gewerkt aan het tegengaan van grondslagerosie door op kritieke punten – daar waar verschillen tussen belastingstelsels worden misbruikt - tot harmonisatie te komen, zonder dat daarmee een volledige grondslagharmonisatie wordt beoogd.7 Op 25 oktober 2016 heeft de Europese Commissie de plannen voor de CCCTB geherlanceerd.8 Om snel vooruitgang te kunnen boeken, is de CCCTB opgesplitst in twee stappen, namelijk eerst overeenstemming bereiken over een gemeenschappelijke heffingsgrondslag (CCTB) en vervolgens zou kort daarna de consolidatie kunnen worden ingevoerd (CCCTB). De Commissie geeft verder aan dat dankzij de CCCTB vennootschappen voor het eerst over één enkel “rulebook’’ zullen beschikken voor de berekening van hun belastbare winsten in de gehele EU. Anders dan het eerdere voorstel van 2011 zal het nieuwe vennootschapsbelastingstelsel verplicht zijn voor grote multinationale groepen. Op die manier wordt volgens de Commissie gewaarborgd dat vennootschappen met een mondiale omzet van meer dan € 750 miljoen per jaar worden belast waar zij hun winsten daadwerkelijk behalen. Het is de vraag of alle lidstaten nu wel overtuigd zullen zijn van het (Europese) belang om tot een Europese vennootschapsbelasting te komen. Zowel Duitsland9 als Nederland reageerde kritisch en het kabinet in Nederland liet vanwege het trekken van een zogenoemde “gele kaart’’ dat ook expliciet blijken.10 De welwillendheid zal wellicht nog wel wat toenemen (met name bij kleinere EU-landen) nu de Europese Commissie heeft laten doorschemeren open te staan om de verdeelsleutel te herzien.11
De nieuwe Duitse regering (CDU, CSU en SPD) heeft in het op 7 februari 2018 gepubliceerde regeerakkoord laten weten de CCCTB (dus ook geconsolideerd) wel te ondersteunen en voorstander te zijn van minimum vastgestelde (vennootschapsbelasting)tarieven. Daarnaast wil Duitsland samen met Frankrijk het voortouw nemen en (wederom) het initiatief nemen tot een gemeenschappelijke (vennootschapsbelasting)grondslag.12