Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/5.8.2.1:5.8.2.1 Art. 2:9 BW
Art. 2:11 BW, doorgeefluik van bestuurdersaansprakelijkheid (IVOR nr. 106) 2017/5.8.2.1
5.8.2.1 Art. 2:9 BW
Documentgegevens:
mr. C.E.J.M. Hanegraaf, datum 25-06-2017
- Datum
25-06-2017
- Auteur
mr. C.E.J.M. Hanegraaf
- JCDI
JCDI:ADS300069:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van Schilfgaarde 1986a, p. 33.
Zie ook bijv. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2 september 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:6779 / JOR 2014, 295 (Goedewaagen/Kamer), m.n. r.o. 6.21 en r.o. 6.35.
Gerechtshof Amsterdam 2 februari 2010, JOR 2010, 334 (Financial Acceptance Corporation c.s./Polyvesta Trust Management c.s.), r.o. 3.11.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 2:9 BW betreft een vorm van interne bestuurdersaansprakelijkheid, te weten aansprakelijkheid van de bestuurder ten opzichte van de bestuurde rechtspersoon.1 Het betreffende artikel bepaalt dat elke bestuurder tegenover de rechtspersoon gehouden is tot een behoorlijke vervulling van zijn taak. Een bestuurder is voor het geheel aansprakelijk ter zake van onbehoorlijk bestuur, tenzij hem mede gelet op de aan anderen toebedeelde taken geen ernstig verwijt kan worden gemaakt en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van onbehoorlijk bestuur af te wenden.
Een voorbeeld uit de jurisprudentie waarin een tweedegraads bestuurder aansprakelijk was gesteld op grond van artt. 2:9 jo. 2:11 BW, betreft het arrest HR 11 juni 1999, NJ 1999, 586 (mr. Van Dooren q.q./Hendriks).2 In een andere zaak overweegt het Gerechtshof Amsterdam dat de eerstegraads rechtspersoon-bestuurder een ernstig verwijt kan worden gemaakt als vereist voor toepassing van art. 2:9 BW en dat dat krachtens art. 2:11 BW impliceert dat naast de eerstegraads rechtspersoon-bestuurder ook beide tweedegraads bestuurders hoofdelijk aansprakelijk zijn.3