Het akkoord
Einde inhoudsopgave
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/2.3.1:2.3.1 Inleiding
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/2.3.1
2.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. A.D.W. Soedira, datum 25-02-2011
- Datum
25-02-2011
- Auteur
Mr. A.D.W. Soedira
- JCDI
JCDI:ADS441223:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
CBS, 2008.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoewel de Faillissementswet op de eerste plaats is gericht op liquidatie van het vermogen van de schuldenaar ten behoeve van zijn gezamenlijke schuldeisers, wordt in de artt. 138 e.v. Fw aan de schuldenaar de mogelijkheid geboden om zijn schuldeisers een akkoord aan te bieden. De regeling van het akkoord is voor een schuldenaar de enige formele mogelijkheid die de Faillissementswet thans biedt, om zijn schulden te saneren. Met een akkoord kan worden bereikt dat een rechtspersoon, met daarin een op zichzelf levensvatbare onderneming, na de sanering in dezelfde rechtspersoon kan worden gecontinueerd. Deze continuïteitsfunctie die de Faillissementswet door het akkoord in zich draagt, heeft de wetgever indertijd niet direct voor ogen gestaan. De insolventiepraktijk blijkt evenmin de gebruikswaarde van het akkoord te zien, al lijkt hierin een verandering in te komen. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek1 blijkt dat het aantal jaarlijks uitgesproken faillissementen dat met een akkoord wordt beëindigd, gemiddeld rond de 3,5% per jaar ligt. Om de vraag te kunnen beantwoorden waarom van het akkoord in de insolventiepraktijk zo weinig gebruik wordt gemaakt, dient eerst inzicht te worden verkregen in het instrument zelf. In de paragrafen hierna zal kort ingegaan worden op een aantal aspecten, dat voor het akkoord van belang is.