Het nationale budgetrecht en Europese integratie
Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/7.5.1:7.5.1 Soevereiniteit
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/7.5.1
7.5.1 Soevereiniteit
Documentgegevens:
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS450505:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tijdens het debat over de derde fase van de EMU benadrukten verschillende Kamerleden, in navolging van de debatten over het Stabiliteits- en Groeipact, dat de nationale soevereiniteit in de vorm van de zelfstandigheid van het land, met de daadwerkelijke start van de EMU verder zou afnemen.1 Minister-president Kok erkende dit deels:
‘[Er] is sprake van beleidsintegratie. Nu moeten we oppassen met de begrippen “beleidsintegratie en –coördinatie”. Waar praten we dan over in relatie met de soevereiniteit van de lidstaten en het subsidiariteitsbeginsel? Als er straks in de muntunie gewerkt wordt, zal dit op een aantal terreinen verband houden met de coördinatie van beleid ten aanzien van de reële economie, de bestrijding van de werkloosheid, verbetering van de werkgelegenheid of aspecten van fiscaal beleid. De behoefte aan samenspraak op die terreinen groeit. Ik neem aan dat dit de komende jaren zal voortgaan.’2
Onder meer vanwege de gevolgen voor de nationale soevereiniteit dienden enkele Kamerleden vervolgens een motie in, die de regering verzocht om over dit onderwerp een referendum te organiseren.3 Volgens de regering was er echter, nog los van de vraag of een dergelijk referendum volgens de eigen voorkeuren wenselijk zou zijn, een formeel bezwaar tegen een volksraadpleging. De aanvang van de EMU was immers in het Verdrag van Maastricht al vastgelegd, waarmee de Staten-Generaal in 1992 hebben ingestemd. In de woorden van de regering ging het daarmee om: ‘een uitvoering van een verdragsverplichting die wij reeds op ons genomen hebben’.4 De motie werd in lijn met het advies van de regering verworpen.5